Uit oude clubbladen (16)

De betere schrijvers komen vanzelf bovendrijven als je door oude clubbladen bladert. Een van hen was Bert-Jan Boer, die doorgaans een zeer lezenswaardige draai wist te geven aan zijn schaakwederwaardigheden.

“Bert-Jan Réti – Gerrit Dunkelblum”

Mijn eerste partij van dit seizoen, na een lange, hete, schaakloze zomer was een gedenkwaardige.
Hoewel, helemaal schaakloos was de zomer niet. Tijdens een bezoekje aan de (schaak)site van Tim Krabbé (http://www.xs4all.nl/~timkr/chess/chesshtml; een aanrader), stuitte ik namelijk op een leuk artikel, getiteld “a breeze in the sleepy four knights game” (http://www.xs4all.nl/~timkr/tour/breeze.htm). Het ging over een variant in het stokoude vierpaardenspel, waarbij wit op de vierde zet een paard offert (1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Pc3 Pf6 4. Pxe5?!). Er maakte zich een lichte manie van mij meester, die ik herkende uit de tijd dat ik meende in het Blackmar Diemer-gambiet de ideale opening gevonden te hebben. De Halloween-aanval, zoals het offer is gaan heten, is objectief niet correct, maar ik ben van mening dat je tot een rating van pak ’m beet 2300 alles kunt spelen wat je wilt. Toen ik zag dat ik in de eerste ronde tegen Gerrit moest, kreeg ik al voorpret. Ik meende te weten dat hij klassiek speelt en wellicht op het vierpaardenspel zou ingaan.

Het liep iets anders.

1. e4 e5
2. Pf3 Pc6
3. Pc3 Lc5

Godsgloeiendesakkerju!

Niets frustrerender dan een voorbereide verrassing niet te kunnen effectueren Gelukkig heb je altijd nog de analyse. Gerrit zei na de partij dat hij geen zin had gehad in zo’n oersaai vierpaardenspel. Toen ik antwoordde dat ik hem had willen trakteren op de Halloween (dit verklaart gelijk de naam; wit verwacht iets oersaais en krijgt een paardoffer voor z’n kiezen), zei hij dat hij jaren geleden samen met een schaakvriend uren aan die variant had zitten analyseren.

Altijd leuk als je een echte liefhebber als tegenstander hebt.

4. Pxe5

De zet van een kind van 12, aldus ex- jeugdleider Gerrit.
Ik zag het als een compliment.

4. Pxe5
5. d4 Lxd4
6. Dxd4 Df6

Hier begon ik in de stelling te verzinken. Uit de kelder van mijn onderbewuste kwam een zwak signaal dat ik deze stelling al eens eerder had gezien.
Na een paar minuten begonnen de namen Réti en Dunkelblum in mijn hoofd rond te zingen. Liever had ik gezien dat zich een concrete zet had gemeld, maar dat zat er helaas niet in. Bewust denken leverde slechts het inzicht op dat Gerrit dreigde mijn dame te winnen met Pf3+. Le3 pareert deze dreiging en dat speelde ik dan ook.
Tijdens de post mortem passeerde dit moment vrij geruisloos. Ik mompelde iets in de trant van: “ja, je dreigde hier m’n dame te winnen” en Gerrit, met een twinkeling in z’n ogen, zei iets als: “ik dreig hier inderdaad iets”.
Thuisgekomen werd ik door een onzichtbare hand naar mijn boekenkast geleid. Binnen 5 seconden had ik deel 3 van de reeks “Elementen van de schaakstrategie” geschreven door de onvolprezen Herman Grooten in mijn hand. Ik had deze serie een jaar of vijf geleden intensief bestudeerd in een poging om mijn rating naar de 1700 te stuwen (sic). Het boekwerkje viel spontaan open bij Hoofdstuk 2. “Ontwikkelingvoorsprong”, paragraaf 2.4 “tweemaal met hetzelfde stuk”.

Daar stond de stelling!

Réti – Dunkelblum, Wenen 1914.
Ik citeer even uit het boek (na 6…Df6): “Zwart meent dat hij een goede zet heeft gedaan want er dreigt 7 .. Pf3+ en als wit die dreiging gepareerd heeft, denkt hij verder te kunnen gaan met 8… Pc6 waarna hij het witte voordeel geneutraliseerd heeft. Réti laat zien dat hij geen last heeft van dogmatisch denken.
7. Pb5!
Réti spot met de regel dat je in de opening niet tweemaal met hetzelfde stuk zou mogen zetten. Na zwarts laatste zet gaat wit direct op zijn doel af, de verzwakte pion op c7. En passant wordt ook de dame gedekt, zodat de dreiging .. Pf3?+ van de baan is. Zwarts antwoord is gedwongen.
7. …Kd8 8. Dc5!
En nogmaals laat de witspeler zien geen last te hebben van “mechanisch” denken. De tekstzet betekent voor zwart onmiddellijk de genadeklap. De dubbele dreiging 9. Dxc7 en 9. Df8 mat is niet zonder materiaalverlies te voorkomen. Zwart gaf het derhalve op. Terecht, want de stelling na 8… Ph6 9. Dxc7 Ke7 10 Lxh6 gxh6 11.0-0-0 is onspeelbaar voor hem. 1-0”
einde citaat

Leermoment 1: neem de signalen van je onderbewustzijn altijd serieus
Leermoment 2: onthoud uit een schaakleerboek altijd de schaaktechnische pointe van een diagram en niet alleen de namen van de spelers, al zijn die nog zo mooi (Dunkelblum!)

7. Le3 Pe7
8. f4 P5c6 (beter is Dh4+)
9. Dxf6 gxf6
10. 0-0-0 d6
11. Pb5 Kd8

Vanaf dit moment tot aan de 0-1 (ja, echt waar) zondig ik tegen een belangrijke regel die ik altijd heb onthouden, maar waar ik me nooit aan gehouden heb. In zijn boek Oordeel en plan (een must voor elke clubschaker) zegt Euwe namelijk ergens: “Denk niet dat de winst vanzelf komt, hier niet en nooit in het schaakspel”. Zo’n tien jaar geleden heb ik Oordeel en plan met veel interesse gelezen. Het opende mijn ogen voor wat echt schaken is, maar ik vond het ook best een pittig boek.

12. Pxd6?

Ruilt het ene voordeel in voor het andere nadeel.

12 cxd6
13. Txd6 Kc7
14. Txf6 Le6
15. f5

…en van je hela, hola…

15. Pg8
16. fxe6

Interessant was hier 16. Lf4+ Kc8 17. Lg5 Pxf6 18. Lxf6 Te8 19.fxe6 Txe6 2O.Lc3 Txe4 21. Ld3 Th4 22. Tf1

16. Pxf6
17. e5?

Dit is de verliezende zet. Na 17.exf7 Pxe4 18 Lf4 Pd6 19.Lc4 Thf8 21.Tdl kan wit nog vechten.

17. Pd5
18. Lg5 fxe6
19. Lf6 Pxf6
20. exf6 Taf8

Wit geeft op.

Om Euwe te parafraseren: Weet dat het verlies vanzelf komt, hier, nu en tot in de Eeuwen der Eeuwen,
Amen.

Bert-Jan Boer

Share

Geef een reactie