Uit de oude Nijmeegse schaakdoos (5)

Bij de dood van Jan Hulst

In dit onregelmatig verschijnende feuilleton over het Nijmeegse schaakleven in het midden van de 19e eeuw waren we gebleven bij generaal-majoor b.d. Jan Hulst. Deze gelauwerde voormalige militair was, samen met de joodse winkelier L.J. Bodding, twee decennia lang de spil van het bloeiende schaakleven in onze stad. De ex-generaal als onbetwiste aanvoerder van de 30 à 35 enthousiaste Nijmeegse schakers, de heer Bodding als bedenker van een eindeloze stroom schaakproblemen (“Hollandsch grootsten probleemoplosser” werd hij genoemd). “Is de generaal soms gedeserteerd?”, vroeg de webmaster van deze site mij afgelopen dinsdagavond in De Biezantijn. Alleen al de vraag stellen is natuurlijk een gotspe; desertie is een woord dat niet voorkwam in het woordenboek van Jan Hulst, drager van de militaire Willemsorde. Tot op hoge leeftijd was en bleef hij actief, tot op het allerlaatst ook – en misschien wel vooral – als schaker.

Hulst, geboren in 1782, ondernam in 1861 nog een reis naar Amsterdam om zijn grote schaakheld, professor Adolf Anderssen uit Breslau, in levende lijve te ontmoeten. Samen met wethouder (en schaakvriend) dr. A.W. van Roggen toog de 79-jarige ijzervreter op pad om deze toenmalige ‘schaakmatador’ en ‘vorst van het schaakspel’ te ontmoeten en te zien spelen. De generaal en de wethouder zullen wel grotendeels met een trein van de Nederlandsche-Rijnspoorweg-Maatschappij hebben gereisd, een bedrijf dat een aantal jaren eerder de lijn Amsterdam-Arnhem in gebruik had genomen. Jammer genoeg kwamen zij toch te laat om getuige te zijn van de vorstelijke ontvangst die Anderssen was bereid in de Groote Koopmansbeurs aan het Amsterdamse Damrak.

Heel schakend Amsterdam was uitgelopen en Anderssen heeft dagenlang zijn schaaktalenten in de hoofdstad kunnen en mogen etaleren. Niet met een score van 100% overigens, hij verloor ook wel eens een partij. Hulst en Bodding waren erelid (lid van verdienste) van het Amsterdamsche Schaakgenootschap (organisator van de happening met Anderssen en voorloper van de huidige vereniging VAS), alsook van de in 1860 in Bergen op Zoom opgerichte schaakclub Strijdlust. Zoveel is zeker: Hulst en Bodding waren in schakend Nederland landelijk goed bekend.

Thands gebroken oog
Maar ja, ook een oude milicien heeft niet het eeuwige leven. Wat lezen we daar in het landelijke schaaktijdschrift Sissa, jaargang 1866, nummertje 1? “Het nederlandsche schaakleger heeft een zijner oudste bevelhebbers verloren. Onverwacht is ons de Generaal-majoor Hulst ontvallen. Toen hij Woensdagavond, den 31 januari 1866, zich in gezelschap van den kolonel van Emden uit de societeit de Harmonie huiswaarts begaf, zeeg hij (in de Burgstraat) eensklaps neder – en hij had opgehouden te leven. Ons nijmeegsch gezelschap verliest een voorzitter, over wiens warme liefde tot het schaakspel voorzeker maar één stem is bij allen, die gelegenheid hebben gehad den heer Hulst persoonlijk te leeren kennen…” Enzovoorts, enzoverder. Vervolgens worden de belangrijkste schaakkundige wapenfeiten van de generaal op een rijtje gezet en zelfs de grafrede die een paar dagen later op de begraafplaats is uitgesproken, werd in Sissa afgedrukt.

Al lezend krijg je de indruk dat de generaal zonder vrouw en kinderen door het leven is gegaan en dat eerst en vooral zijn schaakvrienden hem naar zijn laatste rustplaats op het kerkhof van Ubbergen hebben gedragen. De grafredenaar aldaar trekt, op zondagmorgen 4 februari 1866, de retorische trukendoos flink open: “Het thands gebroken oog, hoe dikwijls heeft het van vreugde gestraald, wanneer de nu voor immer gesloten mond den verslagen tegenstander in het koninklijk spel een zegevierend Schaakmat mocht toeroepen. Maar in ’t schaakspel des levens treedt de sombere figuur op des doods. Haar aanslagen vaak geheel verbergend, brengt zij op haar beurt een mat toe, dat niet meer door ons kan worden gewroken. Dát schaakspel is steeds een treurspel; vooral wanneer het, zooals bij onzen waardigen vriend, bij verrassing, zonder een aangekondigd Schaak wordt afgespeeld.”

Ontzachelijke krizis
De grafredenaar laat doorschemeren dat Jan Hulst bij leven niet erg kerkelijk was en niet iedere zondag in de Stevenskerk werd gesignaleerd: “Ook naar zijne geestesrichting was de overledene een zoon der voorgaande eeuw, zoo dikwijls ‘de eeuw der verlichting’ genoemd, maar die zich ten taak scheen te hebben gesteld het ‘licht der wereld’ te verduisteren. (…) Maar neen, onverschillig voor de ontzachelijke krizis, waarin Staten en Kerken thands verkeeren, was hij toch niet. Hij stelde een levendig belang in de groote vraagstukken, welke tegenwoordig de gemoederen bewegen. Ik heb er niet zoo heel lang voor zijn plotseling overlijden getuigen van mogen zijn, hoe na een ernstig gesprek, dat we onderling hadden gevoerd, hoe zijn beste en trouwste vriend, hoe Gij, Sneltjes! hem hebt mogen wijzen op den Kristus, op de Vorst des Levens. En omdat we weten, dat de kleinste smeulende vonk des geloofs door Gods almacht, ook nog in de elfde ure des levens, kan worden aangeblazen tot een louteringsvuur des behouds, daarom willen we met onze zondige lippen niet oordelen over den broeder.”

Deze bedroefde redenaar aan het graf van Hulst was Antonius van der Linde en de door hem genoemde Sneltjes – de man die probeerde om de generaal te bekeren tot het ware geloof – was François Sneltjes, de vroed- en heelmeester van de stad Nijmegen. Beiden waren schaakvrienden van de generaal, maar beiden waren eigenlijk ook notoire stokebranden en ruziemakers. Van der Linden lag decennialang met God en de hele wereld overhoop, Sneltjes alleen met de vertegenwoordiger van God in de Stevenskerk, medio jaren zestig van de 19e eeuw. Hun wederwaardigheden worden in volgende afleveringen van dit feuilleton uit de doeken gedaan; hier alvast een portret van de vroed- en heelmeester Sneltjes en een aardige partij die hij op het toernooi van 1858 speelde tegen H. Kloos, een Amsterdamse schaker die was aangesloten bij de schaakvereniging met de mooie Franse naam La Bourdonnais. Natuurlijk een mooi gambiet, dat moest bijna wel in die tijd.

Wordt vervolgd.

Vorige afleveringen van dit feuilleton vindt u hier:

Uit de oude Nijmeegse schaakdoos (4)
Uit de oude Nijmeegse schaakdoos (3)
Uit de oude Nijmeegse schaakdoos (2)
Uit de oude Nijmeegse schaakdoos (1)

Share

Geef een reactie