UVS 2 SOS – Het Kasteel 1

De opstelling:

1. Frans (z)
2. Furkan (w)
3. Ruud (z)
4. Klaus (w)
5. Onno (z)
6. Simon (w)
7. Vincent (z)
8. Jan-Hendrik (w)

Bord 8 Jan-Hendrik
Goed voor een half punt.
Simon schrijft: “Jan-Hendrik speelde tegen mijn vader! De partij is nooit uit balans geweest.”

Bord 7 Vincent
Brengt ons, als invaller, het eerste volle punt. Voor zover wat ik er van meekreeg, volkomen verdiend.

Bord 6 Simon
‘Wegens tactische redenen had ik mezelf aan bord 6 geplaatst. Ik speelde daar met wit tegen Jos Steinmann, tegen wie ik normaal gesproken goede kansen heb, getuige mijn resultaten tegen hem bij Het Kasteel. Normaal gesproken, want mijn rekenvermogen stond dinsdag uit, zo leek het wel.
De opening speelde voor mijn gevoel ik veel te voortvarend, en waar ik dacht de fout in te gaan, speelde ik volgens de engine eigenlijk prima zetten. Ik kwam desondanks een toren tegen twee lopers achter, maar bij de juiste voortzetting was het +3 voor mij.
Die juiste voortzetting vond ik natuurlijk niet, en Jos ruilde de dames af om zo uiteindelijk een stuk voor te komen. Ik stond op dat moment (op zet 23) op het punt van opgeven, maar ik besloot voor het team om toch door te spelen. De zwarte stukken stonden namelijk tamelijk onhandig en ik wist dat mijn tegenstander nog wel eens te snel een zet doet. Deze instelling werd beloond: Jos blunderde óók een stuk weg en zo stond ik opeens een pion voor!
Die pion zou zwart sowieso terug gaan winnen, zo dacht ik (was niet zo), en dan werd het nog zeer moeilijk voor mij met een wit paard tegen een zwarte loper (de computer noemde het remise). Mijn rekenvermogen besloot daarentegen de makkelijke manier uit de weg te gaan en een kwaliteit weg te geven.
Opeens stond ik weer verloren. Ik had nog één troef, namelijk mijn vrije a-pion. Die vond zwart dusdanig eng, dat zijn koning helemaal naar de a-lijn ging en zichzelf daarmee blootstelde aan de continue dreiging van een paardvork. Mijn koning kon op zijn beurt langzaam naar de resterende zwarte pionnen toe. Mijn rekenvermogen wist zich namelijk nog net wél te herinneren dat zodra alle pionnen eraf waren, het paard vs. toren-eindspel theoretisch remise is.
En zo geschiedde: op zet 60 waren alle pionnen het bord af geslagen en tevreden bood ik remise aan. Zwart zei echter dat hij het nog wel wilde proberen. Geef hem eens ongelijk! Hij had 50 minuten en 50 zetten de tijd om mij tot een nieuwe blunder te verleiden. Zestig zetten te laat sprong mijn rekenvermogen opeens aan en ik vond zowaar het juiste plan: mijn koning ging in het midden van het bord staan en mijn paard huppelde om hem heen. De zwarte koning en toren konden hier niets tegen uitrichten, en op zet 73 vond Jos het genoeg geweest: hij offerde zijn toren tegen mijn paard en slechts de koningen resteerden. Nu kon ik echt niets meer fout doen. Ik had een halfje gered, of liever, gezwijnd.’

Bord 5 Onno
‘Achteraf bleek mijn tegenstander een veel lagere rating te hebben dan ik (rond de 1350), maar ik heb ook gehoord dat hij ‘zeer getalenteerd’ is. Hij kan veel beter schaken dan zijn rating doet vermoeden, want hij boekt op het bord beduidend meer progressie dan zijn rating kan bijhouden. Volgens de computer had ik weinig tegenspel. Op het laatst verloor ik de dame, maar ik stond toch al verloren.’



Bord 4 Klaus
‘Al direct bij de opening ging mijn tegenstander Twan aan de Damevleugel ondernemend van start. Ik was machteloos en vreesde toen al de partij te gaan verliezen. Door een onnauwkeurigheid van Twan (11…d5?) kwam ik echter terug en bouwde een krachtig centrum op. Hij probeerde ’n groot deel van de partij dit centrum af te breken, maar dat lukte niet. Daarna kon ik (na Zwarts 22…0-0?) via ’n Koningsaanval ’t initiatief pakken, maar ik kon niet direct de zet vinden, die naar winst zou leiden, terwijl Twan (ook in hevige tijdnood!) scherp bleef spelen. Hij vond echter in de ingewikkelde eindfase met veel mogelijkheden niet de juiste verdediging tegen een oprukkende d-pion.’



Bord 3 Ruud
‘Mijn tegenstander startte met b4 en bouwde vervolgens rustig zijn stelling uit, waarbij ik steeds verder werd teruggedrongen. Ik kreeg steeds minder ruimte en na een zet of twintig kon ik vrijwel niets meer zetten. Iets later dreigde er ook nog materiaalverlies en/of mat. Dat leek me daarom een uitstekend moment om op te geven.’

Bord 2 Furkan
Hier ging iets mis, vermoedelijk pas op het eind.

Bord 1 Frans
Op bord 1 vanwege een tactische opstelling

De analyse van Lichess:



Uitslag: 4-4
Op zich een mooi resultaat, helaas onvoldoende om degradatie te ontlopen.

Share

Geef een reactie