Die pet past ons allemaal (niet)

Onze stadsderby tegen SMB2 begon met een gezellig onthaal: we hadden even tevoren in het café van ‘t Hert afgesproken en daar werd ik meteen uitgebonjourd door een qrontroleur (niet de barkeeper), die met een stiptheidsactie bezig was: hij vroeg mensen behalve naar de QR-code ook naar paspoort, ID-kaart of rijbewijs. Nou kon ik op vele manieren aannemelijk maken dat ik degene moest zijn waarop de door mij getoonde QR-code betrekking had: ik had – ik zal me beperken tot de pasjes met pasfoto – NS-abo, museumkaart en LUX-vriendpas bij me, o ja ook nog een digitale kopie van mijn pas, maar nee nee, dat was allemaal niet geldig. Toen ik vroeg of hij zich zelf kon legitimeren, zei hij dat hij dat niet hoefde. Tja, dat had ik ook kunnen zeggen, hem kunnen vragen of hij zijn pet vergeten was, erop gaan staan dat hij zich ook moest legitimeren, woedend kunnen worden, maar ik dacht weet je wat: ik ga schaken. Het is waarschijnlijk zo dat die mafkees formeel ook nog in zijn gelijk stond met zijnn ‘paspoort ID-kaart of rijbewijs’. Ik vraag me in lichte vertwijfeling af of, nu er behalve in cafés ook gecheckt gaat worden in speelzalen en zo, we allemaal een officieel document mee moeten nemen om gelazer te voorkomen. Stel je voor: externe uitwedstrijd verloren door stiptheidsactie van qrontroleur. Maar het idee dat we om dat te voorkomen allemaal met een pas op zak moeten gaan lopen staat me ook helemaal niet aan.

Ik heb die avond bij SMB op een droogje gezeten, enigszins verbaasd over de gelatenheid waarmee iedereen de gang van zaken maar onderging. Na afloop was Arjan zo aardig om een pilsje voor me te halen, met zijn rijbewijs.

Op bord 1 van SMB2 speelt Lucas de Jong, een blinde speler, tegen wie ik een paar jaar geleden verloren heb in een externe wedstrijd. Zoek voor het verslag van dit tragikomische voorval op ‘ziende blind’ op deze site. Hoewel ik toen tot kort voor het einde zeker niet beter stond, was de oorzaak van mijn verlies gelegen in een notatiefout, of eigenlijk een ‘zetfout’. Lucas zei en ik noteerde: Le2-f3, waarop ik vervolgens abusievelijk met de verkeerde loper zette: Lf4-g3. Hierdoor kwam ik in feite in een andere partij terecht, op basis waarvan ik mijn vervolgzetten bedacht. Enfin, vier zetten verder dacht ik met mijn dame Lucas’ loper op e2 te slaan, waarop Lucas zei: ‘daar staat niks’. De loper die ik op e2 dacht te slaan met mijn dame kon vervolgens vanaf f3 mijn dame slaan. Scheidsrechter erbij, en die legde de spelregels zo uit dat de notatie tot de laatst uitgevoerde zet leidend is, dus tot en met mijn laatste zet De2. Omdat Lucas vervolgens mijn dame kon slaan heb ik opgegeven. Dit laatste maakte het weinig kansrijk om bezwaar te maken bij de OSBO: opgave beëindigt de partij onmiddellijk. Huub Blom, toenmalig competitieleider van de OSBO, is naar aanleiding van het voorval wel een zoektocht gestart naar de interpretatie van de spelregels en schreef mij o.a.:

‘Er staat vermeld dat de stelling gecorrigeerd moet worden, maar niet dat de partij hervat moet worden vanaf het moment dat de verkeerde zet op bord is uitgevoerd. Dit vind ik opmerkelijk. Ik vind het vanzelfsprekend dat dit wel gebeurt. Ook Internationaal Arbiter Geurt Gijssen onderschrijft mijn opvatting.’

Omdat ik nogal eens fouten maak bij de notatie en liever niet nog een keer afgerekend wil worden op een zetfout, heb ik eerst in het team rondgevraagd of er mensen zin hadden om de uitdaging aan te gaan om tegen een blinde speler te schaken. Gelukkig wilde Peter dat wel, en hij liet er geen gras over groeien: hij kwam als laatste binnen, had tevoren nog het jeugdschaak begeleid, en was als eerste klaar: het eerste punt was binnen.

In de mail over de schaakavond was gevraagd wie wilde schaken tegen de blinde Lucas de Jong, wat moeilijkheden met zich meebrengt als het hardop noemen van de eigen zetten en het op het bord plaatsen van de zetten van de tegenstander die zelf een eigen braille-schaakbord hanteert. Een geweldige uitdaging kortom, die nog groter was toen Lucas de Jong tot mijn schrik op het eerste bord bleek te schaken. Mijn zwakke plek is echter een zekere mate van overmoed, dus daar zou ik deze avond geen last van hebben!

Op bord 3 won Mark gemakkelijk van Jan Aalbers, gevolgd door Arjan die op bord 6 won van Paul Deemen. Eén matchpunt was al binnen, met nog drie partijen te gaan. Vincent, die beter stond tegen Rolf van Geel, bood remise aan, die gretig werd aangenomen, en wij hadden onze overwinning zeker. Nog twee partijen gaande, Frans stond ruim beter en ik kwam langzaam weer terug vanuit een verloren stand. Twee momenten uit mijn partij (Wilbert van Ham – Thei van Laanen):

Op zoek naar meer pit in de partij maak ik hier de blunder Lxh4, en heb mijn stukken ingesloten. Na .. xg4 moet ik ook nog paard of zwartveldige loper prijsgeven. Ik besluit de loper in te leveren, sta verloren, maar wit laat toe dat ik één voor één een viertal pionnetjes kan pakken, waarna ik in feite weer een stuk beter sta. Ik kom in de volgende onwennige stelling terecht, waar ik een foute beslissing neem: dameruil.

Mijn pionnen staan erg ongelukkig, ik doe vervolgens niet de beste zetten, mijn tegenstander ook niet, en we rammelen naar een eindspel waarin hij aan het langste eind trekt.

Het zag er daarna nog een tijd naar uit dat ik de enige verliezer zou zijn van ons team. Totdat Frans een volslagen gewonnen stelling weggaf:

Hier speelde hij, in tijdnood die overigens wederzijds was, Txd8(?), waarna het van kwaad tot erger ging. Maar goed, we hadden onze matchpunten binnen!

Share

2 reacties

  1. Arjan Schoonen schreef:

    Gelatenheid is een goede strategie. ‘Mee-stribbelen’ zegt Mathieu Weggeman, wanneer tegenstribbelen geen zin heeft. Ik won mijn partijtje die avond door een onopgemerkte en passant blunder. Nu ja, Mark merkte het wel op, maar mijn opponent niet.

  2. Dennis Breuker schreef:

    qrontroleur, mooi gevonden!

Geef een antwoord