UVS3 slaat eindelijk toe

Het is dit schaakjaar een beetje sukkelen met UVS3. Met pas één gelijkspel stonden we onderaan. Captain Ron van Dijk besloot kennelijk dat het genoeg was en maakte in zijn gebruikelijke rondzendmailtje zo’n week voor de wedstrijd de ‘zegevierende opstelling’ bekend en vroeg wie het ‘euforische stukje’ wilde schrijven. Hij had een vooruitziende blik, want we wonnen inderdaad.

Het was in veel opzichten een opmerkelijke wedstrijd. Wouter kon eindelijk een keer Lxh7 (wie droomt daar niet van) spelen zonder speculatief te zijn, Klaus speelde met zwart een zelfbedachte opening die mij een soort kamikaze toescheen maar niettemin de tegenstander fataal leek te worden, op het bord van Sjors was na 33 zetten zelfs nog geen pion geslagen, Tsji voerde vóór de partij een coronagesprekje en onze captain Ron, wel, die gaf de vijandelijke pion op g7 met zijn dame een tikje en besloot toen dat die dame toch maar beter naar een ander veld kon – een situatie waarin de reglementen kennelijk niet voorzagen, zo bleek na protest van de tegenstander.

Terug naar het begin van de wedstrijd. Mijn tegenstander dacht in de opening behoorlijk lang na over zijn antwoord op mijn Spaans middengambiet, zodat ik meteen veel langs de borden kon lopen. Al vrij snel kreeg ik vertrouwen in een goede uitslag voor ons. Wouter en ik kwamen erg voordelig uit de opening, Klaus speelde zoals gezegd zijn huisvariant en op de andere borden gebeurden er vooralsnog geen gekke dingen. Als eerste was Wouter klaar met een miniatuurtje. Toen zijn tegenstander het klassieke loperoffer op h7 aannam, was het meteen uit.


Als ik me goed herinner, was de eerstvolgende uitslag hierna de partij van Tsji. Hijzelf meldt hierover het volgende: ‘Ik gaf de heer Hunen een hand voor de wedstrijd. “Ik geef er geen hand minder om,” zei hij, “maar ik vind het RIVM te slap…. ” Hij roemde de Chinese corona-maatregelen. We begonnen ons partijtje schaak. Hij won. En ik, ik wacht nog op mijn eerste halfje. Als Ron, onze teamcaptain, mij nog op wil stellen.’

Daarna vielen diverse punten onze kant op. Van Koens partij herinner ik me dat hij een pionnetje won, al snel ook steeds meer ruimte veroverde en de partij makkelijk uittikte. Sjors haalde na een in mijn ogen vrij gelijk opgaande partij soepel het punt binnen toen hij de toren van zijn tegenstander wist op te sluiten. Hier volgt zijn verslag.

Even later kon ikzelf het volle punt tellen.


Klaus verslikte zich in de aanval van zijn tegenstander.

Wel, één matchpunt was dus al binnen, en onze captain stond gewonnen. Maar toen gebeurde er iets waarover hij beter zelf kan vertellen.


Nou, we hadden dus gewonnen, maar er was een minieme kans dat Rons tegenstander protest zou indienen en stel dat de KNSB dan zou beslissen dat de partij overgespeeld moest worden… Het zou dus fijn zijn als Ruud van der Spoel tenminste nog een halfje zou binnenhalen. Ruud was bezig aan een spannend eindspel met de dames nog op het bord, waarbij hij een vergevorderde vrijpion had maar in allerlei varianten mat achter de paaltjes kon gaan. Uiteindelijk wist geen van beide spelers verder te komen en besloten zij tot remise door zetherhaling. Met 5 ½ punt was onze overwinning definitief zeker gesteld. Over twee weken mogen we tegen Het Kasteel uit Wijchen. Die staan weliswaar bovenaan en wij nog steeds één na laatste, maar wie weet hebben we de slag nu te pakken en kunnen we de opgaande lijn voortzetten.

Share

Geef een reactie