Wageningen 4 en UVS 4 in evenwicht

Speellocatie was de Vredehorst, een kerk zonder toren van de plaatselijke protestantse gemeente, waar slechts een orgel-achtig instrument in de hoek van de enorme zaal getuigde van religieuze activiteiten.
Ik stond nog wat rond te kijken, op zoek naar mooie glas-in-lood-ramen (tevergeefs natuurlijk), toen ik ineens moest uitwijken voor Clemens, die zich, een vierkant tafeltje met de poten vooruit voor zijn buik houdend, een weg naar het podium baande. In een flits begreep ik dat hij hetzelfde ging doen als tijdens de gezamenlijke slotronde van vorig seizoen. ‘We zijn hier wel in een kerk hoor Clemens!’, probeerde ik nog en ‘Als ik Jezus was geweest had ik je het gebouw uit geranseld!’ Hij lachte, en de rest van de middag stond zijn nering netjes uitgestald op het tafeltje: ‘De versnelde Dragodorf’ en ‘De kracht van de dubbelpion op de f-lijn’, boeken van zijn hand, acht euro per stuk. Tussen de twee stapeltjes boeken stond een doosje om het geld in te deponeren.

En toen werd er geschaakt. Ismails bluf werkte niet tegen een talentvol jongetje, dat het speculatieve spel van onze man hard afstrafte. Niet veel later eindigde Clemens partij in remise. Het schijnt dat zijn tegenstander hem net een zet voor was met het vredesaanbod.

Ons eerste volle punt werd binnengebracht door Theo.

Jan-Hendrik Timman Donkervoort, die inviel voor Frederik, speelde een geweldige partij:

“Misschien wel mijn mooiste overwinning in een externe partij want deze partij heeft werkelijk alles! Nouja, misschien niet alles maar wel een hoop… Op donderdagavond gevraagd worden om in te vallen en vervolgens op bord 3 terechtkomen tegen een speler die 200 ratingpunten meer heeft (wat ik op dat moment niet wist). Een opening die verliep volgens het boekje, een geweldig stukoffer die mijn tegenstander niet zag aankomen gevolgd door een nagenoeg perfecte aanval, op het juiste moment de dames geruild en vastberaden het eindspel ingegaan met een duidelijk plan.
Ik ben met name content met het stukoffer wat psychologisch een hele zware zet was; het kost een hoop tijd en er is altijd de angst iets over het hoofd te hebben gezien. Vandaar dat ik heel erg tevreden ben deze zet toch te hebben doorgedrukt en niet gekozen heb voor een inferieure zet met als eventueel gevolg verlies…”

Timman zelf was er trouwens ook. Hij speelde met Wageningen 1 tegen Paul Keres 1. Hij won, zijn team verloor met 2-8. De overgrootmeester had een kraakwit overhemd aan dat goed paste bij zijn witte haar. Het was alsof hij licht gaf. Toen bleek dat we niet samen door een deur konden en hij even voor mij opzij ging, keek ik hem twee seconden in de ogen waarbij ik een glimp van zijn rijke binnenwereld opving.
Wat mijn partij betreft, ik had bij vlagen het idee dat ik tegen mezelf zat te spelen.

Lambert miste een aardige kans op een betere stelling en daarna ging het van kwaad tot erger.

Ook Dirk miste een kans en moest uiteindelijk berusten in remise. Dirk zelf hierover:
“Tot zet 29 ging het allemaal prima, mede door het gebrek aan aanvalslust van mijn tegenstander. Op zet 30 vergat ik helaas het beslissende pionnetje te pakken!? Het pionnetje moet precies in mijn blinde vlek gestaan hebben. Een hele vreemde misser. Nu wikkelde de partij zich af naar remise.”

Aan Christ op bord 1 was het toen om voor een wonder te zorgen en zijn verloren stelling remise te houden. Maar het wonder bleef uit en de matchpunten werden gedeeld.
Toen hij de Vredehorst uitliep, zwaaide Clemens met het doosje waarin euro’s rinkelden en als je heel goed luisterde kon je zelfs wat biljetten horen knisperen. “Ik heb weer wat boekjes verkocht!”, glunderde hij.

Bij Wageningen liep een non-playing captain rond die om de zoveel tijd met een schrijfblok in de aanslag een rondje langs de borden maakte. Zijn bevindingen kunt u hier lezen.

Share

Geef een antwoord