De schoenendoos

Ik heb in een kast thuis, enigszins weggestopt, een schoenendoos staan. Een fel oranje schoenendoos. Ik heb hem laatst naar beneden gehaald en daar heeft hij 10 dagen midden op tafel in de kamer gestaan. Nog steeds heb ik geen flauw idee welk merk erop staat. Het gaat ook niet zozeer om de doos, maar om de inhoud: sinds enkele jaren ben ik mijn gespeelde schaakpartijen erin gaan bewaren. Met computers die crashen, of het kopen van nieuwe schaaksoftware verloor ik na verloop van tijd altijd mijn partijen. Zonde eigenlijk, dus ik besloot om de notatieboekjes te bewaren. Ook veel leuker natuurlijk om op deze manier over enkele jaren met mijn kinderen (of neefjes en nichtjes) eens een schaakpartij te bekijken. Uiteraard liggen mijn nederlagen onderop zodat iedereen die lukraak een aantal blaadjes of boekjes van bovenaf bekijkt het idee heeft dat ik een grootmeester ben.

Naar aanleiding van de oproep van Hans en Ruud besloot ik eens door mijn partijen te gaan kijken. Een van de vragen die zij stelden had betrekking op de hoogte- en dieptepunten van het schaken bij UVS. Voor die vraag heb ik nog geen seconde bedenktijd nodig. Ook de quiz van Joost bracht deze herinnering naar boven: “Ik ben FM geworden in 2008 en éénmaal kampioen geworden van UVS”. Een traantje wegpinkend schreef ik het antwoord op. Aan het eind van het seizoen 2013/2014 had ik me gekwalificeerd voor de Kampioensgroep. Het is goed mogelijk dat dit de sterkste kampioensgroep was die er ooit bij UVS geweest is: IM Hans Klip, IM David Miedema, FM Paul Span, FM Joost Retera, soon-to-be CM Anton van Rijn, Jan Pijkeren, Dennis Arts, Pepijn van Erp, Michiel de Kruyf en ikzelf. Bij het zien van de indeling brak het zweet me uit, want de eerste vier rondes gaven mij de volgende tegenstanders:

Ronde 1): Zwart tegen Hans
Ronde 2): Wit tegen David
Ronde 3): Wit tegen Paul
Ronde 4): Zwart tegen Joost

Met een verwachte score van 0,13 punten tegen deze tegenstanders was het niet ondenkbaar dat ik na vier rondes enkel nog maar achtervolgd zou worden door het degradatiespook. Dit gebeurde gelukkig niet want zo verliep de eerste ronde:

Een grote meevaller dus, waarna ik gelijk zoveel zelfvertrouwen had dat ik tegen Anton zei dat ik voor het kampioenschap ging. Anton lachte dat schamper weg op een manier zoals enkel Anton dat kan.

Voor de tweede ronde had ik me goed voorbereid: David speelt Frans (hij heeft er zelfs een boek over geschreven, zie hier.
Ik had een partij gevonden van David tegen Friso Nijboer waarin David de opening niet goed speelde en al snel slecht kwam te staan. Ik had al wel verwacht dat David zijn spel zou verbeteren en niet meer dezelfde fout zou maken. Mijn inschatting klopte en het werd een spannende partij.

Zo kwam ik dus op 2 uit 2 met de sterkste spelers gehad te hebben. Anton sloot zich aan bij onze analyse en mompelde “het zal toch niet waar zijn dat hij echt kampioen wordt….”. Eerder dat jaar had ik tegen Hans gespeeld en stond ik veel materiaal voor (iets van 4 pionnen). Hans had echter compensatie (niet voldoende, maar het was erg spannend). Tijdens de partij kwam Anton naar me toe om me stevig op het hart te drukken dat ik die partij nooit zou winnen en dat ik veel eerder een blunder zou maken in een tactisch scherpe stelling dan Hans. Het inschattingsvermogen van Anton was niet al te sterk want Hans was juist degene die het onnauwkeurig speelde en ik wist de partij te winnen. Het was dan ook fijn om te horen dat Anton zijn mening aan het bijstellen was over me. Al zal ik natuurlijk altijd een positionele pygmee blijven in zijn ogen, vrees ik.

Nu was ik vastbesloten om voor het kampioenschap te gaan. Ik had me dus weer voorbereid voor de partij tegen Paul maar kreeg dat niet op het bord. Hij speelde namelijk Caro-Kann terwijl ik het Frans verwacht had. Toch kwam ik niet slecht te staan en volgde er een interessant eindspel:

Ik baalde dat ik de partij niet over de streep had weten te trekken, maar wist natuurlijk nog steeds wel dat ik een goede score had. Deze reeks (en eigenlijk deze hele Kampioensgroep) beschouw ik nog wel als mijn grootste hoogtepunt tijdens het spelen bij UVS. Echter, hoogte- en dieptepunten liggen vaak niet ver van elkaar af. Dat bleek deze keer ook weer het geval. Joost kwam namelijk in onze partij met een openingsopzet die ik niet verwacht had. Een schot in de roos voor Joost, zo zou later blijken:

Dit moet wel mijn hardste nederlaag ooit geweest zijn. Maar goed dat Anton die avond niet op de club was om ons te vergezellen tijden de analyse.
Uiteindelijk scoorde ik tegen de overige vijf tegenstanders nog vier punten om in totaal op 6,5 uit 9 te eindigen. In dit gezelschap een mooie score, maar niet voldoende om kampioen te worden. Joost kwam namelijk tot een indrukwekkende 7,5 uit 9 en werd voor het eerst in zijn leven kampioen van UVS.

Ik ben tijdens het spitten in de schoenendoos nog meerdere hoogte- en dieptepunten tegengekomen, mogelijk laat ik die een ander moment nog de revue passeren. Maar voor nu kort een partij die ik dit seizoen gespeeld heb, om met een positieve nooit af te sluiten. Helaas heb ik niet de gehele partij, dus we komen erin vanaf zet 27: Anton van Rijn – Roy van den Hatert

Soms is schaken best wel leuk : )

Share

2 reacties

  1. Joost Retera schreef:

    Mooi verhaal, Roy!
    Ik word weer opnieuw vrolijk als ik dit lees….
    #IchBinGarKeinAngriffsspieler

  2. Ruud van der Spoel schreef:

    Mooi stuk Roy, leuk om te lezen! Commentaar bij de 19e zet in de partij tegen Hans: 19. Lxd4 Pg3 20. Tfe1 Pe2+ 21. Kh1 … en nu niet 21… Pxf4 maar 21… Dxh3 mat.

Geef een antwoord