UVS 3: goud, zilver of brons ?

UVS 3 speelde dit seizoen met wisselend succes. Het was in ieder geval voldoende om in de zevende (en laatste) ronde nog te kunnen gaan voor een podiumplaats: zelfs goud zat er nog in, maar er was concurrentie van WLC uit Eindhoven.

Om de kans op het kampioenschap te behouden moest UVS minstens van hekkensluiter Nuenen winnen met 4½ -3½. Concurrent WLC zou dan moeten verliezen, wat niet onmogelijk was. Het was een uitwedstrijd in Nuenen, het dorp van Vincent van Gogh: hij woonde er een paar jaar bij zijn ouders. Zou UVS zich laten inspireren door de creatieve geest van deze schilder? Het was wel spannend want alles was nog mogelijk.

Opvallend sterkteverschil
De gemiddelde rating van UVS was 175 meer dan die van Nuenen. Het ratingverschil zegt niet alles: dat bleek maar weer. Er moest behoorlijk geknokt worden. Simon van Dijk had na een onduidelijke opening nog een kleine kans, maar sloot zijn partij af met ‘n enorme blunder, zodat UVS al vroeg in de middag met 1-0 achterstond. Klaus Wüstefeld zette direct daarna zijn tegenstander onder zware druk. Hij rondde af met ’n kleine combinatie: 1-1. Ook Christ Verstegen zegevierde snel via aanvallend spel (o.a. met toren en loper): 2-1 voor UVS. Marcel Krivec leek de koning van zijn tegenstander midden op het bord te vangen, maar kwam niet verder dan gelijkspel: 2½ – 1½. Aan de eerste borden (Ruud van der Spoel en Wouter Dinjens) zat er minstens remise in, beiden hadden toen (herinner ik mij) een pion voordeel. De partij van Tsjisang Cheung (2 torens tegen paard en toren), zag er goed uit. UVS ging dus recht op haar doel van 4½ af.

De 4½ punt zat er aan te komen
Halverwege de middag was de gedachte aan minstens 4½ punt realistisch, maar toen Wouter in een kansrijke partij zijn dame weggaf, was het met de stand van 2½ – 2½ minder duidelijk. De 3 nog spelende partijen moesten nog 2 punten opleveren! Ruud (gesloten pionneneindspel met aan beide zijden een toren) knokte voor de winst, maar moest tevreden zijn met remise: 3-3. Tsji wist zijn materiaalvoordeel (toren tegen paard) om te zetten in winst (4-3). Invaller Koen de Wilt vocht tot de laatste druppel bloed in een langdurige partij (met een loper tegen een toren), maar slaagde niet: 4-4. Met deze uitslag waren we geen kampioen. Later hoorden we dat we de tweede plaats zelfs nog moesten delen met EVS uit Valkenswaard, en omdat we 31 bordpunten hadden, terwijl Valkenswaard 32½ scoorde, werd het zelfs nog brons voor ons.

Na slechts 7 ronden is het seizoen voor UVS 3 nu afgesloten
Ik weet wel zeker dat ik namens het team spreek, als we Marcel bedanken voor zijn inzet als teamleider. Je moet het maar elke keer weer opnieuw goed regelen! Ook het werk van de verslaggevers Simon en Klaus werd, zo constateer ik, gewaardeerd.
Nu volgt iets meer over de partijen, voor zover daar iets over te zeggen is.

Bord 1 Joop Bongers (Zwart) – Ruud van der Spoel (Wit)
Ruud leverde een flinke strijd met halverwege de middag ongeveer een gelijke stand, wel met ’n pion voorsprong: het liep uit op een ingewikkeld eindspel met een gesloten pionnenstelling en aan beide zijden nog een toren. Het kon alle kanten op. Eén enkel klein foutje kon aan beide zijden fataal zijn. Toen de torens waren geruild, leek de uitslag remise logisch, maar analyse moet uitmaken of Ruud misschien ergens toch een belangrijke zet had gemist die winst had kunnen brengen.

Bord 2 John Vonk (Wit) – Wouter Dinjens (Zwart)
Ook Wouter was halverwege de middag verwikkeld in een gelijk opgaande strijd , ook met een pion voorsprong. Hoe het verder liep is mij ontgaan, totdat ik een kreet hoorde en geschrokken mensen zag. Wouter had zomaar zijn dame weggegeven.

Bord 3 Rogier Hempelman (Zwart) – Tsjisang Cheung (Wit)
Hoe dat zo kwam weet ik niet, maar op een gegeven moment had Tsji twee torens tegen een toren en paard van zijn tegenstander. Na afruil bleef er toren tegen paard over en een aantal pionnen aan beide zijden. Toch had Tsji nog wel moeite met dit eindspel, hij moest nauwkeurig spelen, omdat het vijandige paard in samenwerking met een vrijpion gevaarlijk kon worden. Hij wist de werking van het paard te omzeilen door met toren en koning de koning van zijn tegenstander met mat te bedreigen. Zijn tegenstander moest toen opgeven.

Bord 4 Koos Rademaker (Wit) – Koen de Wilt (Zwart)
Op het bord van Koen speelde zich het tegenovergestelde af als op het bord van Tsji. Hij verloor een toren tegen een loper. Ik zag hoe Koen toch nog door het midden flink tegenspel had, doordat hij met zijn paarden, dame en toren en een ver opgerukte pion een stevige vesting had opgebouwd, maar na afruil van de stukken had hij minder te vertellen. Even leek Koen nog een dreiging te creëren door met zijn h-pion naar de koningsvleugel op te rukken, zodat hij daar samen met zijn dame misschien nog iets kon uitrichten. Hij speelde wel nog h3, maar dat had hij beter twee of drie zetten eerder kunnen doen. Het eindspel van loper tegen toren moest wel slecht aflopen, hoewel het nog heel lang duurde, omdat de tegenstander nog veel moeite had met de slimmigheidjes van Koen.

Bord 5 Hans Reusink ( Zwart) – Klaus Wüstefeld (Wit)
De heer Reusink moest zich wel heel ongemakkelijk gevoeld hebben tijdens de partij, want hij wist niet de juiste verdediging te vinden tegen mijn massaal oprukkende stukken. Zonder dat ik me echt hoefde in te spannen, kon ik de druk op zijn koningsvleugel verhogen. Met een kleine combinatie maakte ik een eind aan zijn illusies.

Bord 6 Bas Neggers (Wit) – Simon van Dijk (Zwart)
Simon was niet echt tevreden over zijn spel. Hij verzuchtte het volgende:
‘Ik speelde tegen een invaller, die naar eigen zeggen anders nooit extern meedeed. Het werd een partij die exemplarisch is voor mijn hele externe seizoen: ik speel oké, kom beter te staan, verzuim het voordeel uit te bouwen/de partij af te maken en verlies uiteindelijk. Zo ook dus weer vandaag. Ik rommel wat met de zwarte stukken tegen het koningsgambiet en ik sta aan het einde van de opening + 1. Ik verzuim echter mijn voordeel te consolideren door kort te rokeren en ruil in plaats daarvan de dames af. Wit krijgt ondanks zijn gesloopte pionstructuur het beste van het spel en na een misrekening van mij vliegt er een volle toren van het bord af. Ik doe nog wat zetjes in de hoop op een witte fout, maar mijn tegenstander speelt rustig de beste zetten en ik kan opgeven. Het was een slecht einde van een zeer matig extern seizoen. Ik scoorde namelijk maar 2½ uit 6 in de KNSB en 3 uit 7 in de SOS, met een hoop gemiste kansen van heb ik jou daar. Er waren leermomenten genoeg, maar die moet ik toch echt eens om gaan zetten in daadwerkelijke resultaten, want alleen de punten tellen. Nou ja, volgend seizoen weer een kans.’

Bord 7 Hans Keijzers (Zwart) – Christ Verstegen (Wit)
Al vrij vroeg kon je zien, dat Christ de koningsvleugel van zijn tegenstander hevig onder schot nam. Hij drong met name met toren en loper ver door en belaagde de onbeschermde koning van de heer Keijzers. Heel gemakkelijk haalde hij daardoor zonder problemen het punt voor UVS binnen.

Bord 8 Emile Böhmer (Wit) – Marcel Krivec (Zwart)
Marcel beschrijft zijn eigen partij.

Share

Geef een antwoord