UVS 3 overrompelt Combinatie 2 uit Asten

Geen problemen bij de opstelling en een thuiswedstrijd voor ons, maar dat Combinatie 2 ‘overrompeld’ werd, is echter te sterk gezegd, want de spelers uit Asten boden flink wat weerstand, maar ik had deze titel tevoren min of meer aangekondigd en dus… UVS moest dan nog wel even winnen en dat is inmiddels gebeurd.

De uitslag van 5-3 was echter niet geflatteerd. De overwinningen van Wouter, Tsji en Marcel waren volgens mij duidelijke overwinningen; de remises, zou je kunnen zeggen, waren voor een deel plus-remises en het enige verliespunt (van Simon) had ook nog remise kunnen zijn.

Geen moment zorgen over de winst

Ik volgde de voortgang van de wedstrijd zeer oppervlakkig, maar je kon gelijk zien dat Wouter met een snel oprukkende pion en actief opgestelde stukken zeer origineel en bijna onoverwinnelijk van start ging, en ook Ruud S was goed op dreef met ondernemend en hoopvol spel. Wouter zou spoedig winnen. De partij van Ruud P (onze andere Ruud dus) heb ik in het begin heel vluchtig gezien, zodat ik geen duidelijk beeld had, maar hij speelde remise (zie zijn eigen verslag): 1½ – ½ voor UVS. Klaus kon tegen een jonge vrouw geen winstvariant vinden en nam het remiseaanbod aan, zodat de stand toen 2-1 was voor UVS. Geen zorgen dus. Ik zat naast Marcel en zag hoe hij (met Zwart) een solide opening speelde en met de f-pion gevaarlijk oprukte. Marcel won uiteindelijk: 3-1. De goed begonnen Ruud S bood na een spannend gevecht remise aan. Gezien de stand van UVS was dat verantwoord :3½-1½. Christ had laat in de partij een belangrijke pion veroverd en had theoretisch winstkansen, maar hij koos met nog twee minuten op de klok heel verstandig voor remise, ook omdat andere borden de winst voor UVS garandeerden. UVS kwam daardoor op 4-2.

Tsji verrast door stiekeme Giraffensprong

Tsji, die zijn tegenstander tegen het einde van de partij in het nauw bracht met een bijna gepromoveerde pion en met matdreigingen op de onderste rij, bracht zijn wanhopige tegenstander tot vreemde daden. Zijn tegenstander probeerde zich namelijk nog te verdedigen door met de Dame een Dame-onvriendelijke zet te doen, stiekem, d.w.z. zonder dat hijzelf (en ook Tsji) het bemerkte. De Dame maakte een creatieve ‘verlengde’ paardensprong, de zogenaamde giraffen-sprong, die bij de jeugdopleiding van Asten erg populair is, maar officieel als onreglementair betiteld wordt. Dat werd pas ontdekt na een reconstructie met de scheidsrechter erbij, een reconstructie, die nodig was, omdat Piet Berkers met een zwabberend handje een flink aantal stukken van het bord had geveegd en er onenigheid was over de plek waar een aantal pionnen teruggezet moest worden: 5-2.

Als laatste speelde Simon een eindspel met 3 pionnen extra (op de f- en de g-lijn) tegen een paard van zijn tegenstander. Het had remise kunnen worden als hij de pionnen opgegeven had in ruil voor het paard. Om dat te begrijpen, moest hij wel zo’n twaalf zetten vooruit tellen om te zien welke Koning het eerst op de andere vleugel zou zijn, waar ieder nog eens 2 pionnen had, maar dat was net iets te veel. Simon verloor (5-3).

Bord 1 Ruud van de Plassche (Zwart)– Tibor Hurkmans (Wit) ½ – ½

Mijn tegenstander speelde op mijn Hollandse opening het ongebruikelijke 2. Lf4. Ondanks veel denkwerk wist ik hier niet echt van te profiteren. In het middenspel kwam ik niet tot de gebruikelijke koningsaanval, terwijl mijn tegenstander met Da4 wel kansen op de damevleugel kreeg. Met een paar geniepige zetjes wist ik toen die dame in het nauw te drijven, wat mij ten slotte een kwaliteit opleverde. Een paar zetten later verloor ik door onnauwkeurig spel een cruciale pion, waarna een onoverzichtelijke stelling ontstond. Mijn tegenstander bood daarin remise aan, wat ik gezien de stand op de andere borden en mijn tijdnood maar aannam. Gelukkig won ons team.

Bord 2 Wouter Dinjens (Wit) – John Loomans (Zwart) 1 – 0

Bord 3 Tsjisang Cheung (Zwart) – Piet Berkers (Wit) 1 – 0

De Combinatie 2, zeven heren op leeftijd en een jonge dame. Ik mocht tegen een van de heren op leeftijd: de heer Berkers. Het was een merkwaardige partij. Ergens rond de zesde zet haalde ik koffie. Met een cappuccino voor mij en een koffie voor de heer Berkers was ik terug aan het bord. Met mijn gedachten nog bij een intense barscene: een schaakdame foeterde op Jeroen over een tosti. Mijn hoofd zat nog daar. Ik heb nog niemand zo knap zien foeteren. Jeroen ook niet, zij kreeg haar tosti. Mijn klok liep al. ‘Welke zet heeft u gedaan?’ Hij wees naar de stelling. Maar ik snapte hem niet. ‘Volgens mij heeft u nog geen zet gedaan’. Hij keek nog een keer naar de stelling en zei ‘jawel’. Waarop ik met duivels genoegen gewoon rokeerde. De UVS’er naast me, die blijkbaar niet van guilty pleasures hield, corrigeerde me. Hij had nog geen zet uitgevoerd, zei hij. Ik nam mijn rokade terug en de partij ging verder.

Het werd nog een spannende pot. Ik dacht beslissend voordeel te hebben met mijn dame op g3 in de aanval. Hij pareerde met Dg4. Die zet had ik niet voorzien. De zet stopte de aanval. Ik kon alleen maar de dames ruilen, waarmee hij een dubbele g-pion kreeg. Twee zetten erna werden pionnen omgegooid en recht gezet. Opeens had hij geen dubbelpion meer. Wedstrijdleider erbij, bij de reconstructie bleek dat zwart De7-Dg4 speelde, een merkwaardige zet. Enfin we spelen verder met zijn dubbele g-pionnen. Ik won alsnog de partij, tegen een heer op leeftijd. Mijn voorland.

Bord 4 Ruud van der Spoel (Wit) – Stefan Rooijakkers (Zwart) ½ – ½

Bord 5 Marcel Krivec (Zwart) – Kees van Pelt (Wit) 1 – 0

Bord 6 Klaus Wüstefeld (Wit) – Ellen Meijer (Zwart) ½ – ½

Op de een of andere manier lukte het mij niet om mijn tegenstandster Ellen Meijer in de problemen te brengen. Ik had wel een onrustige morgen gehad, een begrafenis, dat kan, maar hoeft niet de oorzaak geweest te zijn. Heel graag en enthousiast ging echter het verhaal rond dat een vrouwelijke tegenstandster tegenover mij zo opwindend geweest moest zijn dat ik niet kon winnen. Verdachtmakingen genoeg. Hoe dan ook: je zou ook een simpeler reden van mijn kwalijke remise kunnen noemen, bijvoorbeeld dat ik te weinig creatief was en mijn tegenstandster degelijk en goed speelde en terecht remise aanbood, waarna het mij verstandig leek om dat aan te nemen.
Achteraf zei Ellen dat ze blij was met die remise, omdat ze dacht slechter te staan. Ik had echter genoeg tijd over om de stelling te onderzoeken en vast te stellen dat Zwart niet echt slecht stond (zie stelling hieronder). Ik onderzocht Ta8x, Ta5 en Ta1: het leek allemaal uiteindelijk op remise uit te lopen; gokken op winst leek me niet verstandig, omdat ik positioneel minder stond: mijn loper (van de zwarte velden) werd geblokkeerd door mijn eigen pionnen (die ook op de zwarte velden stonden). Verder kon Zwart met Lf8 gemakkelijk mijn b4 pion onder schot houden. Remise dus, maar misschien vindt de een of andere ijverige lezer nog een winstvariant voor mij? In onderstaande stelling nam ik (met Wit aan zet) de aangeboden remise aan.

Bord 7 Christ Verstegen (Zwart) – Embert Berkers (Wit) ½ – ½

Er waren wederzijdse kansen in een ingewikkeld middenspel: vechtschaak. Tegen het einde van de partij stond Christ iets beter (hij had bijvoorbeeld nog het loperpaar tegenover 2 paarden), maar toen hij een belangrijke pion veroverde, kon je gezien de stand bijna zeker zeggen dat hij voor de winst kon gaan. Dat deed hij niet, want de stelling was te ingewikkeld terwijl hij in hevige tijdnood was. Het was verstandig om met 2 minuten en zijn tegenstander met 7 minuten op de klok remise aan te bieden, temeer omdat remise voor het team de 4 punten vol maakte en de overige partijen (Tsji en Simon) UVS zeker de winst zouden brengen. Tegenstander Embert Berkers (met iets meer tijd) sloeg de remise echter af, maar 7 zetten later bood Berkers zelf alsnog remise aan, wat Christ toen gelijk aannam.
Bord 8 Simon van Dijk (Wit) – Hans Jacobs (Zwart) 0 – 1

Share

1 reactie

  1. Klaus Wüstefeld schreef:

    Taalkundige foutjes en andere redactionele problemen worden altijd perfect door onze eindredacteur, Jan van de Westelaken opgelost ( klein applausje) . Maar als verslaggever ga ik voor een deel uit van oppervlakkige snelle waarneming en een beperkt geheugen, zodat ik graag terugkom op andere dan taalkundige fouten, die ik nu pas ontdek. De ver opgerukte gevaarlijke f pion bij Marcel ( bord 5) was blijkbaar een g pion en Simon ( bord 8) was op de Koningsvleugel gewikkeld in een strijd niet van 3 ( zoals ik zei)maar van 2 pionnen tegen een paard. Simon verdiende na zijn paardoffer overigens wel de remise , zoals Simon zelf uitlegt , geeft 7.f6 hem kansen, maar ook 9.f6 lijkt me misschien wel remise ( wel ingewikkeld). Leuk om te analyseren.

Geef een antwoord