Seniorenkampioen!

Deze zomer mocht ik het genoegen smaken Nederlands kampioen te worden van de senioren en veteranen.

Zo, dat staat. Om dat meteen maar een beetje te downplayen: onder ‘senior’ moet hier niet 18-plus, maar moet de lamentabele categorie van de 50-plussers worden verstaan, ‘veteraan’ word je op je 65e. In de top-100 van Nederland zijn bovendien meteen al zo’n tien personen aan te treffen met bouwjaar 1968 of vroeger. Geen van allen gaf acte de presence. Het feit dat ik maar net de top-400 haal, plaatst de titel in perspectief. Anderzijds: hadden ze maar mee moeten doen.

Dit was het tweede achtereenvolgend jaar dat ik deelnam. Ook UVS-er Arno Sprinkhuizen deed mee, maar hij wist weinig potten te breken. Het 7-rondig toernooi wordt gespeeld in Dieren en gaat pal vooraf aan het Open Nederlands Kampioenschap aldaar. Er doet geen jeugd mee, dus geen wandelende variantenkoffers. Vrouwen waren er niet, laat staan vrouwelijk schoon. Geen Sturm und Drang-adolescenten voor wie alleen winst telt en geen luidruchtige gasten voorzien van de gebruikelijke pullen bier. Alleen wij deden mee, bezadigde senioren, florerend in de vorige eeuw, in het bezit van bril en horloge, slurpend van koffie, thee of, voor de daredevil, cappuccino.

Senioren en veteranen loop je niet gemakkelijk onder de voet. Ze zijn in alle opzichten taai. Wel doet het verliezen nog steeds pijn. ‘Godverdegodver’ mompelt mijn buurman in slechte stelling. De titelverdediger van vorig jaar maakt het nog bonter. Hij verliest dit jaar maar liefst drie keer en vertoont bij elke nul hetzelfde gedrag: Zonder oogcontact, met ingekeerde blik hand uitsteken, gevolgd door een woeste krabbel onder het uitslagenformulier en meteen daarop zonder een woord de zaal uit benen. Hij is hierdoor niet geliefd: de achterblijvers wisselen bij elk van zijn nullen blikken van verstandhouding waarin nauwelijks onderdrukt leedvermaak ligt.

Ze zijn sowieso van het wat hardere soort. In het belendend zaaltje breekt een man uit in een oorverdovende hoestbui, uit het diepst van zijn longen. De 50-plussers lachen. Ze beschouwen het als een komische noot. Het is nu eenmaal niet iedereen gegeven oud te worden als zij. Er wordt veel remise aangeboden. Ook daarom voel ik me hier op mijn gemak. Een andere buurman probeert het al na 7 minuten bij zijn hoger gerate tegenstander: “Remise? De tennisfinale is op TV”. Het aanbod wordt afgeslagen, een zeldzaamheid.

Het toernooi verloopt voor mij vreemd maar voorspoedig. Na zes ronden heb ik met wit drie remises gespeeld (waarbij ik een keer een levensgrote kans mis) maar met zwart driemaal gewonnen. Met 4,5 uit 6 tref ik met wit in de laatste ronde de enige veteraan, Perrenet, die niet van het vredelievende soort is, maar erin kleunt als een schuimbekkende lemming. Bij gelijk eindigen is de titel voor mij, vanwege de veel zwaardere tegenstand in de eerdere rondes. In stilte reken ik mij al rijk: mijn twee concurrenten, allebei ook 4,5 uit 6, treffen op papier veel lastiger tegenstanders. Mijn optimisme groeit nog als Perrenet me niet blijkt te herkennen, hoewel ik vorig jaar met zwart van hem won. Het wordt de enige partij dit toernooi waarin ik verloren kom te staan…

Share

Geef een antwoord