Happy end

Gelukkig geen FC Twente-scenario. Het eerste team heeft een zwak seizoen afgesloten met een verdiend gelijkspel tegen Paul Keres uit Utrecht. Daarmee handhaafden we ons op eigen kracht in de eerste klasse KNSB.

Dat was een hele opluchting na een jaar waarin veel fout ging, met de zware nederlaag tegen Amstelveen in de voorlaatste ronde als dieptepunt. De oorzaken zijn in eerdere wedstrijdverslagen al beschreven. We waren verzwakt door het vertrek van een GM en een IM en de zuidelijke eerste klasse was sterker bezet dan ooit. Het hielp niet dat de meerderheid van de spelers dit seizoen niet in beste doen was. Als ik onze onvolprezen teamleider Joost goed heb begrepen, scoorden we gemiddeld dertig ratingpunten onder ons niveau. Zo bezien, is een achtste plaats en klassenbehoud een goed resultaat.

In de slotronde hadden we het in het eigen hand. De Toren Arnhem en De Pion Roosendaal stonden onder ons met een matchpunt en anderhalf bordpunt minder. Gunstig was ook dat zij tegen de nummers een (De Stukkenjagers uit Tilburg) en twee (HWP Sas van Gent) moesten aantreden. Zonder je te vermoeien met onwaarschijnlijke scenario’s kwam het erop neer dat een van beide ploegen eigenlijk moest winnen. Eventueel bood ook een gelijkspel voor een van hen uitzicht op redding, maar dan moesten wij ruim verliezen. Voor onszelf gold dat we bij een gelijkspel veilig waren.

Dat bevrijdende gelijkspel kwam er ook tegen het op papier sterkere Paul Keres. Het was plezierig om het seizoen af te sluiten met een wedstrijd waarin we collectief goed spel lieten zien. Al bleek het niet uit te maken, omdat De Toren en De Pion – zij het deze ploeg nipt – verloren en daarmee degradeerden. De Stukkenjagers werd kampioen en mag het weer in de meesterklasse proberen.

Hopelijk kunnen we ons volgend seizoen gemakkelijker handhaven. Dat lijkt de enig realistische ambitie. Bij een rondvraag tijdens het gezellig etentje na afloop vertelde vrijwel iedereen er weer bij te zijn. Helaas geldt dat niet voor Paul Span. Hij heeft door een nieuwe zware baan, een opleiding en gezinsuitbreiding geen tijd meer – in ieder geval voor één jaar maar mogelijk langer – om op zaterdag te schaken. We zullen zijn inbreng node gaan missen. Paul was met zijn strategisch verantwoorde spel een rots in de branding. En als hij dan toch in een slecht of verloren eindspel belandde, wist hij die vaak remise te houden of op onnavolgbare wijze nog te winnen.

In dit verslag tref je vijf partijen en twee partijenbeschrijvingen aan. Bijna alle partijen die hier ontbreken, zijn juist wel te vinden in het verslag van Jan Breukelman op de site van Paul Keres. Zoals de plusremise van Paul met zwart, die als fragment van een partij van Evert (Rademakers) wordt getoond.

Vier spelers hebben dit seizoen beter gepresteerd dan hun rating: Lukas van der Linden, Guido van Mierlo, Jan Pijkeren en Anton van Rijn. Lukas had na een teleurstellende nul in de vorige ronde geen kans meer om een internationale meesternorm te behalen. Hij revancheerde zich door met zwart de sterke IM Hugo ten Hertog probleemloos op remise te houden.

Anton trof met Xander Wemmers de andere internationale meester in Utrechtse gelederen. Hij geeft van zijn verlies deze beschrijving:
“Ik vergeet steeds de precieze letters”, zei mijn tegenstander IM Xander Wemmers aan het begin van de partij, “wat is het nou precies?” “U.V.S”, antwoordde ik, “Uit Vrienden Samengesteld.” “Alhoewel”, voegde ik na enig denken toe, “dat de lading niet helemaal dekt, want er is toch wel een behoorlijk aantal mensen met een conflict vertrokken.” “Dus: uit vrienden samengesteld”, antwoordde Xander a tempo. Toen voelde ik dat ik een zware middag tegemoet ging en dat voorgevoel bleek haarfijn te kloppen; halsstarrig vasthoudend aan het dogma van Euwe dat laten slaan beter is dan slaan, weigerde ik met zwart met exd4 het centrum te openen. Dat schoof wit met d4-d5 toen maar dicht. Toen ik uiteindelijk besloot met f5xe4 in ieder geval veld f5 voor mijn al ernstig verkrampte stukken te claimen, werd dat eenvoudig beantwoord met g2-g4, dag dag f5. Dankzij een kleine onnauwkeurigheid verwierf ik nog wat tegenspel, maar structureel kwam ik er nooit meer bovenop. Een stukoffer in ruil voor twee pionnen en opmarcherende verbonden vrijpionnen beslechtte het pleit.”

Lars Kurstjens had geen denderend jaar, maar maakte dit gedeeltelijk goed met een vlotte aanvalszege. Zie hoe leuk Lars het afmaakt. Het lichte commentaar bij zijn partij is van mijn hand.

Een belangrijke zege boekte Jan Pijkeren. Ik vroeg hem na afloop argeloos hoe ver hij het paardoffer had doorberekend. Jan bleek echter stukverlies overzien te hebben en pas toen te hebben beseft dat er heel wat tegenkansen waren. Knap om dan zo onverstoorbaar verder te gaan. Opmerkelijk feit: het paardoffer op de dertiende zet – ja, dus toch – is gespeeld in enkele partijen tussen behoorlijk goede spelers. Zelfs de stelling na ruim twintig zetten is nog in de partijendatabase terug te vinden.

Joost Retera leek ons al vroeg in de veilige haven te loodsen. Hij won enkele pionnen, maar de tegenstander had nog lastig tegenspel. Dat bleek uiteindelijk voldoende voor remise.

Na deze puntendeling werd het tricky, omdat zowel Jaap Houben als Dennis Arts verloren. Paul maakte remise waardoor de stand op 3,5-4,5 kwam. Guido van Mierlo scoorde de gelijkmaker. Hij zette een eindspel met een pion extra onberispelijk in winst om. Daaraan was wel een vrij ondoorgrondelijk middenspel voorafgegaan. Dit is wat Guido over zijn partij tegen Jan Jaap Janse zegt:

“Mijn tegenstander speelde de Leeuw, waar ik persoonlijk geen grote fan van ben. Daarom dacht ik: ik doe eens wat anders en speelde 1. e4 d6 2. Pc3 Pf6 3. Pge2 en ontwikkelde mijn loper naar g2, wat een snel g5 van mijn tegenstander ontlokte. Na creatief spel van beide kanten kwam er een soort van gelijke stelling op het bord waarin het veel manoeuvreren werd. Ik kon weinig en moest afwachten tot mijn tegenstander ergens ging breken. Hij deed dit echter met net iets te weinig voorbereiding, waardoor mijn stukken actief konden worden en ik een pion kon winnen. Het resulterende eindspel met loper tegen paard was lastig en erg interessant, maar uiteindelijk was de extra pion voldoende voor winst.”

Ikzelf was als laatste bezig. Al snel had ik een ijzeren greep op de stelling, waardoor Paul Hommerson gedwongen werd tot passief afwachten. Het probleem was dat zijn verdedigingspositie erg stevig was.

Ik heb hier twee plannen: een doorbraak op de koningsvleugel of proberen met een offer als Lxa5 of b4 axb4 / Lxb4 de damevleugel open te breken. Hommerson zette meteen zijn torens zo neer op de koningsvleugel dat het eerste plan me niet kansrijk leek, zodat ik overschakelde op het tweede. Hoe ik met de stukken op de damevleugel ook manoeuvreerde – onder meer torens op d5 en d3 -, een goed offer bleek er nooit in te zitten (ook mijn engines hebben niets gevonden). Rond zet 45 besloot ik me maar te richten op de koningsvleugel en 25(!) zetten later stond alles optimaal voor het openen van de stelling.

Inmiddels had Guido voor 4,5-4,5 gezorgd, zodat Joost en enkele andere teamgenoten een beetje nerveus toekeken hoe ik nog doorspeelde. Het leek me echter dat het openen van de stelling weliswaar waarschijnlijk geen vol punt zou opleveren, maar ook geen enkel risico inhield. Beide aannames bleken waar. Nadat alleen de dames overbleven en er nog steeds geen doorkomen aan was, werd de vrede getekend.

Share

Geef een antwoord