UVS 3 maakt Koningswaal kampioen

Koningswaal 1 kon zaterdag 7 april de kampioen van de promotieklasse worden, mits ze zouden winnen van UVS 3. Achteraf bezien waren ze met een nederlaag ook zeker geweest van de schaal, maar op voorhand hadden de favorieten nog iets om voor te spelen: het spannend houden van de slotronde.

Het was prachtig weer die dag en zelfs al zou het dat niet geweest zijn, zou ik toch met de fiets naar Beuningen zijn gegaan. Vanaf mijn kamer is het namelijk maar een halfuurtje fietsen en daar ben ik best voor te porren. Ruim op tijd vertrok ik dus, blind vertrouwend op de navigatie van Google Maps, die mij vanuit mijn binnenzak de routegeleiding voordroeg. Dat ging prima, totdat ik in het wonderlijke dorpje Beuningen was gearriveerd en Google Maps iets te onnauwkeurig bleek voor de vele kleine straatjes die het dorp rijk is.
Na een combinatie van kaartkijken, richtingsgevoel en hard fietsen liep ik om vijf over één hijgend met een bezweet hoofd de speelzaal in, waar de wedstrijd nog niet eens was begonnen. Geluk bij een ongeluk, zullen we maar zeggen.
In de speelzaal stond me echter een onplezierige verrassing te wachten: ons eerste bord was leeg. Plaatsvervangend teamleider Lambert legde me uit dat Jorik moest invallen (achteraf bleek dat hij voor het tweede speelde en daar netjes een punt had gescoord) en dat we dus met een man minder stonden. Tel daarbij op dat we drie invallers hadden en alle ingrediënten waren aanwezig voor een zeer zware middag schaak.
Lambert zei me ook dat hij me Joriks afwezigheid de dag ervoor al had gemeld per email. Dat mailtje is denk ik zoekgeraakt in de grote databrij die ‘het internet’ heet, want mijn mailbox heeft het nooit bereikt, vandaar mijn onwetendheid van zaken.
In datzelfde mailtje stond ook het aanbod aan mij om plaats te nemen achter bord 1 in plaats van 2. Dan zou ik met de witte stukken hebben gespeeld in plaats van de zwarte. Maar toen ik na mijn Odyssee door Beuningen het speellokaal bereikte, was de opstelling al ingevuld en kon ik niet meer op dat aanbod ingaan. Ik pruts toch met beide kleuren tegenwoordig, zo relativeerde ik, dus zo veel zou het uiteindelijk wel niet uit hebben gemaakt.

Na een half uurtje spelen was er nog weinig aan de hand. Klaus op bord 3 had een onduidelijke stelling, Bert-Jan, aan bord 4 tegen UVS’er Hamoen Habibi, had een voor mij onbekende variant van het Scandinavisch op het bord, Lambert zat aan bord 5 weer in zijn favoriete opening en leek geen problemen te hebben, invaller Frans speelde een Siciliaan met de zwarte stukken, invaller Theo bouwde rustig zijn damegambietstelling op en invaller Christ zat aan het laatste bord een ingewikkelde Koningsindiër te overdenken, dezelfde opening die ik, na wat zetverwisseling, ook op mijn bord kreeg.
Een uur later, zo tegen half drie, zat Klaus al in een eindspelachtige situatie na een hoop geruil, had Bert-Jan het moeilijk door zijn onderontwikkelde damevleugel, leek er bij Lambert nog weinig aan de hand, stond Frans een pion achter die hij terug zou gaan winnen, streed Theo een zware strijd om de e-lijn, had Christ een spannende stelling met tegengestelde rokades (wit lang en zwart kort) en zat ik, net als Bert-Jan, op de damevleugel in de problemen door onderontwikkeling.
Rond drieën waren alle partijen nog bezig, maar toen leek het nog een uitermate spannende middag te worden. Bij Klaus was de situatie in mijn ogen nog steeds onduidelijk en bij Lambert leek de positioneel opgebouwde spanning zich elk moment te kunnen ontladen in tactische wendingen met kansen voor beide kanten. Frans was zelfs een pion voor gekomen, terwijl Bert-Jan helaas een kwal moest inleveren. Theo had de Slag om de E-lijn gewonnen, maar de collateral damage was groot: zwart had de f-lijn te pakken gekregen en had veel aanvalskansen. Bij Christ was de stelling ‘moeilijk,’ zo noteerde ik in mijn aantekeningen.
Even na half vier had ik mijn tegenstander middels een matdreiging gedwongen om een kwal af te staan, maar noteerde Bert-Jan de tweede 0 van de middag (de eerste was die aan bord 1): hij liep in een ‘aftrekschaak-stikmatachtig ding,’ aldus mijn notities.
Om 16:00 had ik wit zo veel tegenspel laten ontwikkelen, dat hij een matdreiging had en ik mijn dame af moest geven. Gelukkig kreeg ik daar een Toren en Loper voor terug en niet veel later ook nog een pionnetje. Remise leek het hoogst haalbare, maar ik speelde door met het oog op de wedstrijd.
In diezelfde wedstrijd ging het vanaf nu heel hard de verkeerde kant op. Frans gaf een stuk weg en verloor (3-0). Bij Theo weet ik niet wat er gebeurde, maar hij verloor ook (4-0). Christ deed gelukkig wat terug doordat zijn tegenstander zijn aanvalskansen overschatte en hij het koelbloedig afmaakte (4-1), maar na het verlies van Klaus was alle hoop verloren. Hij maakte een grote fout in een remisestelling en kon direct opgeven (5-1). Lambert kwam remise overeen nadat zijn tegenstander in een combinatie de beste voortzetting had gemist en een gelijke stelling resteerde (5½-1½).
Toen zat ik in mijn eentje nog te schaken. Mijn tegenstander had al eens remise aangeboden, maar ik speelde toen door omdat er het moment van aanbieden nog een wonder kon gebeuren. Nu was alle hoop weg en ging ik maar door tot hij een keer eeuwig schaak zou forceren of een fout zou maken. Beide waren we te koppig om remise aan te bieden.
Op zet 70 deed ik dat toch, waarop hij gruwelijk geërgerd reageerde en het in eerste instantie weigerde. ‘Dan spelen we door tot zet 112,’ zei ik stoïcijns, refererend aan de laatste slagzet op zet 62.
Op zet 74 kwamen we dan toch maar remise overeen. Het was intussen iets van half zes geworden en mijn tegenstander foeterde me uit: hij had al lang thuis kunnen zijn, hoe haalde ik het in mijn hoofd om zo lang door te spelen, hij gaf toch alleen maar dameschaakjes et cetera. Ik legde rustig uit dat ik zo lang door mocht spelen als ik wilde. Ergerlijk, ik weet het, met name omdat mijn team zo onderhand ook wel naar huis toe wilde, maar ik was op mijn beurt blij dat ik het deze keer eens niet verprutst had, vooral toen in de analyse bleek dat ik de winst had laten liggen en mijn dameoffer onnodig was.

Een 6-2 nederlaag. Wat gaat er toch mis bij het derde. 0 uit 8, dat is geen toeval meer. Er moet een verklaring zijn en volgens mij ligt die in het feit dat we vaak best goed uit de startblokken komen, maar de kracht missen om het af te maken. Of dit nu gebrek aan tactisch inzicht is of een underdogcomplex, ik weet het niet.
We gaan alles op alles zetten om in de slotronde met opgeheven hoofd de promotieklasse te verlaten.

Hieronder volgen een aantal partijen en fragmenten die ik heb mogen ontvangen. Ter lering ende vermaeck.

Share

Geef een reactie