Zomeravondschaak

Voor het derde opeenvolgende jaar heb ik de UVS-beker gewonnen. Opnieuw is mij gevraagd een stukje te schrijven over deze bekerwinst. Ik dacht eraan te ontkomen totdat Anton mij fijntjes aan de verplichting herinnerde. In de moderne tijd zijn doofpotaffaires onmogelijk geworden. Nu in de kerstvakantie, een half jaar na dato, heb ik eindelijk tijd om terug te denken aan zwoel zomeravondschaak. De term letterlijk en figuurlijk wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt, maar is hier wel van toepassing.

Op de website stond al dat mijn partijen soms moeizaam gingen en lang duurden. Zo kun je het zien, hoewel je de doorgewinterde clubschakers die ik soms als tegenstander trof dan wel tekortdoet. Bovendien ben ik in drie jaar bekerschaak nooit in de problemen geweest, wat toch enigszins in mijn voordeel zou moeten spreken. Is er een geheim van de smid? Misschien. Met een metafoor naar het voetbal kan ik het hopelijk uitleggen. Heeft u wel eens gehoord van de term zomeravondvoetbal?

Nou ik wel en ik heb het in diezelfde zomermaanden aan den lijve ondervonden. Bij een potje voetbal in de Goffert dartelde een blonde god over het veld. Dat ie kon voetballen zag je meteen. Ik dacht de dekking wel op me te kunnen nemen. Dat was de slechtste beslissing van die week. Steeds stond hij op de goede plek, alsof hij precies aanvoelde waar die bal terecht ging komen. En dan met één keer raken speelde hij de bal weer door. Juist omdat hij het simpel hield, kon ik na een half uur aan het zuurstof. Ergens tussen mijn kansloze acties door vroeg ik hem hoe hoog hij wel niet speelde. Het antwoord viel tegen. Hij legde uit dat het een ander verhaal werd als hij onder druk gezet werd door tegenstanders van hoger niveau.

Tussen 2008 en 2012 werd zomeravondvoetbal op het allerhoogste niveau gespeeld in Barcelona, ook wel tiki-taka genoemd. Ik ben er een aantal keer heen gevlogen om het met eigen ogen te aanschouwen. Ik was steeds extra vroeg in het stadion. Niet om een overheerlijke Spaanse braadworst naar binnen te schuiven, maar om de warming-up te volgen. Nou ja, warming-up? De tegenstander rende netjes op en neer, maar de spelers van Barca deden vrijwel alleen rondo’s. En daar zat ik dan te genieten. Zo gemakkelijk, puur op techniek. Ik herinner me de wedstrijd tegen Real Vallalodid: 82% balbezit, 6-0, één grote rondo, de tegenstander kon er alleen maar achteraan rennen tot de onvermijdelijke steekbal kwam.

Maar wat heeft dit alles met schaken te maken? Soms valt er naar mijn idee ook tiki-taka op het schaakbord te zien. En dan bedoel ik niet de aanvalspartijen van Tal of Kasparov, waarvan je bijna verplicht fan moet zijn. Nee, als fijnproever geniet ik van het geschuif van Capablanca en Karpov. Live zag ik op de European Club Cup in Turkije, waar ik zelf HMC Calder vertegenwoordigde, hogeschool tiki-taka van Carlsen. Waar mijn ploeggenoten zo snel mogelijk het zwembad in ploften, stond ik in een vrijwel lege zaal. Maar ik was niet alleen, naast mij stond Svidler met een glimlach.

Als we flink op de niveauladder afdalen komen we uit bij de beker van UVS. Daar zou ik tiki-taka eerder als zomeravondschaak beschrijven. Technisch, weinig risico, zeer geschikt voor tegenstanders met een lagere rating. Tegen betere tegenstanders wordt je onder druk gezet, meestal al direct in de opening. Mijn beste bekerpartij was in de laatste ronde tegen Ruud. Het thema was de stukken van de tegenstander niet tot hun recht te laten komen.
Ruud van de Plassche – Paul Span, beker UVS 2017

Share

1 reactie

  1. Maarten van Rooij schreef:

    Mooie partij van Carlsen. Eigenlijk is 76. Lf4!! de zet die uitroeptekens verdient. Die zorgt ervoor dat de zwarte koning niet de hoek in kan komen. Grappig : ik denk bij zomeravondschaak vooral aan doorgeefschaak met veel bier op het terras van St. Anneke.

Geef een reactie