Kasteel 1-UVS3: 5-3. De dag erna, voor alle schakers die ooit beter hebben geschaakt

Vanochtend was ik bij haar, Kersten. Haar kanarie gele chaise lonque bood me de geborgenheid, die ik zo nodig had. Kersten was verrast, op zondag gaf zij geen therapieën. Het was een kort telefoontje. Ik mocht komen. Ik had gisteren verloren tegen dhr. Van Berkel (kasteel 1). Maar het ging niet om deze partij. Het verlies zat dieper. Dat hoorde zij aan mijn stem.

“Ik ben voorbij het verdwijnpunt”, zei ik haar. “Kom, kom. Wat is dat jouw verdwijnpunt? Je zit hier. Wat is er dan verdwenen?” Gekruld lag ik daar. Ik keek naar haar rode hoed op haar hoofd. Bij de eerste partij die ik, sinds een half jaar durfde door te spelen, verlies ik. Op zet 18 had ik remise kunnen forceren. Maar ik speelde door, want mijn team had mij nodig. Op drie borden stonden we verloren. Zij hebben de oude Tsji nodig: de magiër, de swindler, het eeuwige talent. Maar ik kan het niet meer. Ik blunder. Ik ben het kwijt. De oude Tsji is verdwenen.

Hoe kan ik dat uitleggen. Ik snap mezelf nauwelijks. Maar dat er iets niet meer is, zoals het was, is zeker Kersten zag dat. Zij heeft geen woorden nodig. Zij voelde het en ze dekte me toe met haar armen. Ik was weer klein. Ik lag weer, gekruld, in het vruchtwater, warm en veilig. Een foetus met alles nog in zich. Het mannetje kan nog alles worden. Zo bedaarde ik. Maar tegelijkertijd wist ik dat dat mannetje er niet meer was. Ik ben het kwijt.

“Je moet weer van jezelf houden zoals je bent. Wil je dat”. Ik zei niets. “Kom” zei ze, “zeg het: “Je bent de bron” Ik ohmde: “Ik ben de bron”. “je stroomt”. “Ik ben de bron, ik stroom”. “Denk aan iets gelukkigs”. Ik dacht aan mijn mooiste partijen, ik dacht aan Carlsons Dame h6. Ik dacht aan Ruth’s partij in Taarthuis de Gans. “Je speelt”. “Ik ben de bron, ik stroom, ik speel”.

Zo gingen we door. Ik zat op haar chaise long. Ik moest van haar aanvaarden dat ik steeds meer verlies en nog meer ga verliezen. Het lijden hoort daarbij.  Het lijden hoort bij het ouder worden, jezelf als schaker steeds meer verliezen, als je voorbij het verdwijnpunt komt. Ik aanvaar het gevoel van verliezen, zonder te duiden, zonder tegen het verlies aan te willen beuken. “Ik ben de bron, ik stroom, ik speel”. Het lijden hoort daarbij. Ik onderga het, zonder over mezelf te oordelen. Ik begrijp dat ik verlies en steeds meer ga verliezen. Ik aanvaar dat ik in de C-groep zit.

En zo liet ik alles los. Ik hou weer van de schaker in mij. Al is dat niet meer de schaker, die ik onbewust dacht te zijn of verlangde te zijn. Kersten droeg een gekke rode hoed, een met brede randen. In gedachte ga ik langs de buiten randen van haar rode hoed. Bij elke ohm. “Ik ben de bron, ik stroom, ik speel”. Op de achtergrond klinkt Sinatra’s versie van “South of the Border”.

Share

Geef een reactie