We stonden 3-0 voor …

Weer enigszins geplaagd door het invallersvirus gingen we desalniettemin vol goede zin op pad naar Amsterdam om het daar op te nemen tegen Fischer Z (de schaakclub, niet de band of statistische ongein). Maarten van Rooij was al na zeven zetjes klaar:

Een lekker begin. En op de rest van de borden zag het er ook wel goed uit. Vooral bij Ruud van de Plassche, die op bord 8 het Koningsgambiet mocht bestrijden. De bofkont. Wit offerde een stuk waardoor Ruud vrijuit mocht aanvallen. Volgt u het nog? Het werd steeds drukker met zwarte stukken rond de witte koning en Ruud haalde het punt zonder al te veel moeite binnen.

En naast Ruud op bord 7 had Jeroen Clermonts ook al niet te klagen over de medewerking van zijn tegenstander. Daar was het wel aan het degelijke openingspel van Jeroen te danken dat de stelling al vrij uitzichtloos was toen zijn tegenstander materiaal besloot in te leveren. Jeroen was zelfs nog iets eerder klaar dan Ruud.

Hoppa, 3-0 voor! Wat kon er nog misgaan?

Zo op het eerste gezicht weinig. Op bord 5 stond Hans Quint optisch behoorlijk goed, maar ook weer niet zo goed dat er frivool een kwaliteit ingeleverd kon worden. De aanvalsmogelijkheden bleken daarna toch minder concreet dan gedacht en eigenlijk speelde Hans’ tegenstander het daarna vrij simpel uit.

Ach ja, 3-1 op de laatste vier borden en nog geen slechte vooruitzichten op de topborden stemde me zeker nog niet pessimistisch. Ik besloot in mijn stelling daarom ook maar eens remise aan te bieden op zet 25:

Net voor ik opgaf, was Arie van den Hurk klaar. In een tamelijk bizarre partij, die alle kanten opging, had hij winnend voordeel gekregen. Arie stond zelf wel bijna mat door een actieve dame en een paar vervelende pionnen, maar zijn eigen torenpaar en een ver opgerukte vrijpion leken toch sterker. Toen de buit binnengehaald moest worden, zette Arie zijn koning net op het verkeerde veld en kon niet goed uit de schaakjes lopen. Daardoor promoveerde zijn tegenstander nog eerder tot dame en liep Arie mat.

Jakkie bah. Was het opeens alweer 3-3 met twee lastig te verdedigen stellingen bij Thomas (die inviel op bord 4) en Lars (op bord 1).  Beiden hadden in het middenspel niet slecht gestaan. Thomas stond zelfs een pion voor, maar stond wel onder druk. Wat er bij Lars misging heb ik niet helemaal meegekregen, maar de stellingen die nog op het bord stonden waren niet hoopvol.

fischerz-uvs2

De beslissende fout maakte Thomas overigens op een moment waarop al wel duidelijk leek dat Lars het ook niet ging redden, dus in die zin leek het niet veel uit te maken voor de einduitslag. Maar toen ik Lars z’n eindspel naspeelde, kwam ik tot de ontdekking dat hij toch nog onverwacht remisekansen in de schoot geworpen kreeg.

En zo verloren we dus uiteindelijk toch nog met 5-3.

r2

Share

1 reactie

  1. Jan van de Westelaken schreef:

    We zijn het de laatste jaren niet gewend dat we met onze topteams ‘onderaan in het rechter rijtje’ staan. We komen niet weg van de grid en worden aan alle kanten voorbijgereden. What am i saying? I hate sports methaphors…

Geef een antwoord