November: ambassadeurs aan de bak

In een maand waarin Erdogan en Poetin weer eens kijken wie de grootste heeft en waarin mislukte mensen met bomvesten en Kalasjnikovs hun ongenoegen op misselijkmakende wijze kenbaar maken, trekken de schakers zich voor het Europa Cup voor landenteams terug op IJsland. Goed plan.
Ondertussen maken de ambassadeurs van de halve wereld overuren. Het politieke schaakspel wordt op hoog niveau gespeeld.  Iedereen doet wel iets fout en moet wel ergens voor zijn excuses aanbieden. Woorden terug nemen. Zeggen dat het zo echt niet bedoeld was. Dat kennen wij schakers niet. Wij nemen niet terug. Rechtlijnig – dat zijn wij. Net als de beroemdste ambassadeur van Nederland: Armand de (kiere)wietambassadeur. Jammer dat zo’n kleurrijk figuur er niet meer is. Maar wij hebben ook een beroemde ambassadeur. Misschien is die wel nog beroemder dan Armand. Ik heb het natuurlijk over de schaakambassadeur Nick Schilder. “Schilder? Schilder? Ken ik die?” Ja die ken je. Dat is die Nick van Nick en Simon. “Nick en Simon, ken ik die?” Ja die ken je – van “The Voice” en Volendamse polderpop. Met mooie composities als …, ehhh, nou ja: met mooie composities dus. Afijn Nick Schilder is dus een topambassadeur. Hij zet het schaken op de kaart in Nederland. Opeens zat Nick bij De Wereld Draait Door”. En je weet: wie bij DWDD zit heeft het gemaakt of gaat het maken. Maar het mooie is, hij zat er niet alleen: hij mocht ook nog opstaan en een paar fragmenten van Fischer op een demonstratiebord demonstreren. Dat Nick geen echte schaakpedagoog was, werd wel duidelijk. Maar een kniesoor die daar op let. Goed optreden: schaken op de kaart – de secretarissen van de schaakclubs staan klaar om nieuwe leden in te schrijven. Top!

Nick zat daar naar aanleiding van een film over Fischer. En natuurlijk kwam de match op IJsland met Spasski voorbij. Jammer dat de Europa Cup voor Landenteams niet genoemd werd. Nederland is toch maar mooi gedeeld 7de geworden met slechts twee bordpunten achter winnaar Rusland. Drie frappante fragmenten uit IJsland met een toren op de derde rij. Een terugkerende vraag voor elke schaker is: waar zet ik die toren neer? Direct na de opening is het vaak de keuze welke toren op welke lijn gezet gaan worden. Wat later in de partij gaat er vaak om op welke rij de toren het best zijn werk kan doen. Vaak leidt dat ertoe dat een toren verdwaald raakt en een mooi aanvalsobject voor de tegenstander wordt. Vele schakers zijn zo al een kwaliteit kwijt geraakt (zelf spreek ik dan van een offer). In Reykjavik liet Giri zien dat een toren op de derde rij best wel eens goed kan zijn.

Grappig. Maar echt frappant is de geweldige partij (met een toren op de derde rij) die Tomashevsky in de eerste ronde speelde tegen Ipatov. Een ware klassieker. Wit laat zwart de hele damevleugel verorberen en gaat maar voor één ding: de hoofdprijs.

Helemaal bijzonder wordt het als Tomashevsky in de 6de ronde deze stelling bereikt: weer een toren op f3 en een dame op f4! Ik zeg: frappant! Wit heeft net b4! gespeeld en zwart geeft op.

Zwart geeft op!

Kijk, zo’n Tomashevsky, dat is nog een ambassadeur. Geen derderangsambassadeur, maar de derderijambassadeur! Mijn voorspelling voor december: The Eagles of Death hebben er na Bataclan honderdduizenden fans bij gekregen.

“I can’t get no sleep

I found the lighting in the grass line!

There’s a blackness passing over me

I’ve been transformed”

Share

1 reactie

  1. Jaap Amesz schreef:

    Tomashevsky is de laatste deelnemer bij Tata Steel in januari. Jeej!

Geef een antwoord