Juni: de kunst van het schaken

Je kent dat wel. Is er een spannende politiefilm uit en dan komt er commentaar van de ‘echte politie’ dat die film helemaal niet klopt en dat het belachelijk is hoe karikaturaal het allemaal gefilmd is. Schande! Een politieman houdt zijn pistool zo helemaal niet vast! Zo kun je helemaal niet schieten! Van die dingen.
Zo is het ook met schaken in films. Karikaturaal. Het lastige is dat de politieagenten doorgaans uitvergroot worden tot helden die met één schot achter de rug om drie boeven weten uit te schakelen. Wij schakers hebben het dan toch moeilijker. Wij zijn getormenteerde zielen die in de zelfkant van de maatschappij hun miezerige leventje leiden. Of geniale criminelen die vele afwijkingen hebben waarvan ‘schaken’ er één is.
Schakers worden afgeschilderd als een beetje nerdy types die die met rare dingen bezig zijn en die eigenlijk toch niet helemaal normaal zijn. Nog erger wordt het als kunstenaars iets met schaken gaan doen. Geheid dat het bord niet klopt of dat de stukken verkeerd staan. Duidelijk dat die kunstenaars er helemaal niets van begrepen hebben. Of ze beleven ‘schaken’ vanuit een andere dimensie – dat kan natuurlijk ook.
Een treffend voorbeeld is Yoko Ono. Sommigen zullen haar kennen van haar kunst (de ‘Apple’ bijvoorbeeld) anderen kennen haar van de Plastic Ono Band (zie hier) en weer anderen kennen haar als bedgenoot van John Lennon in het Amsterdam Hilton hotel.
Eén van Yoko’s projecten betreft een schaakbord. Het heet ‘Play it by trust’ en het is haar bijdrage aan worldpeace. Waarom altijd maar dat vechten? Wat nu als er geen legers zijn? Wat nu als er geen tegenstanders zijn? Wat nu als we allemaal samenwerken? Ono
Ja dan krijg je dus een bord met alleen witte vlakken en met alleen witte stukken. Maakt dat uit voor de schaker? Nee. Ik denk dat je soms wat langer moet nadenken, maar omdat je alle zetten noteert en de stukken doorgaans op een logische manier samenwerken, denk ik dat zo’n bord voor een clubschaker weinig impact heeft. Die impact is er wel voor de huisschaker. Daar zal binnen no time de vlam in de pan slaan: nee! Dat is MIJN paard! Zit jij nou mijn pion terug te zetten? Dat gaat zo maar niet! Enzovoorts. Dus die bijdrage aan worldpeace werkt misschien wel averechts. Of je moet met elkaar overeenkomen dat je zomaar wat stukken heen en weer gaat schuiven. Maar wat dan nog de lol is van schaken is mij niet helemaal duidelijk. Waarom zou je dan überhaupt nog spelen? En is het dan eigenlijk nog wel ‘spelen’?
Van schaken moet je geen kunst proberen te maken – schaken IS kunst. Kijk maar eens naar deze stelling die Kramnik en Naiditsch deze maand in Dortmund op het bord kregen.

Kramnik heeft net 23. f3 gespeeld. Hij heeft net een stuk geofferd en lijkt te gaan oogsten. Op het eerste gezicht lijkt zwart flink in de problemen te zitten. De loper op b7 is kwetsbaar, het paard op c5 ook. Wit dreigt d6 op te spelen met schaak. De toren op f4 kan niet naar een fijn veld omdat de zwarte dame dan hangt. Maar Naiditsch heeft een mooie resource… Hij geeft zijn desperadopaard eens flink de sporen en jaagt het beest een, zo lijkt het, zekere dood tegemoet: Pd3!!! Hierna mag het beest nog 18 keer springen om op veld c7 de overwinning op te strijken. Het tegenovergestelde van het Giri-paard in mijn vorige bijdrage. Schitterend! Kunst ook vooral. Beter dan een wit schaakbord met witte stukken. En beter ook voor worldpeace. En beter ook voor paarden.

Mijn voorspelling voor juli: Hans klipperdieklopt over David heen en wordt kampioen van UVS!

Share

2 reacties

  1. David Miedema schreef:

    Fijn al dat vertrouwen Maarten. Ik zat al zo diep in de put, maar nu weet ik het echt niet meer.

  2. Grande schreef:

    Ga vandaag nog naar… Confidence-Repair-Man!

Geef een antwoord