Het wonderbaarlijke begin van een partij: het spatte in het rond

“Zullen we eerst nog even wat gaan drinken”, zei Onno. Dat vond ik wel een gezellig en leuk idee en terwijl Onno opstond om iets te halen gaf ik als wens aan, dat ik graag koffie wilde hebben. Ik vind het altijd heel aardig als mijn tegenstander dat aanbiedt, je hoeft dan niet te lopen om bij de bar te wachten, te betalen met moeilijk wisselgeld en weer helemaal terug te gaan met de last van twee porties drinken. Een gegeven moment is het moment dan daar dat er zonder dat je er iets voor had hoeven te doen er een lekker bakje koffie voor je klaar staat, echt gezellig. Nou ja “gezellig?” Zo’n kartonnen bekertje? Natuurlijk besef ik wel, dat het allemaal voorlopig is: de bar is nog maar half klaar en later zal alles beter worden. Eerst het zuur en dan komt later het zoet wel. Maar toch onbewust werkt het toch op je in, zo’n kartonnen bekertje. Het roept iets in je op. Psychiaters zijn daar goed in. Ze kunnen niets bewijzen, maar hebben daar wel een oplossing voor: ze noemen het een onbewuste neiging tot agressie. Nauwelijks had Onno met zorg het kartonnen bekertje met koffie neergezet, of ik sloeg het bekertje met een ferme karateslag van de tafel. Tja dat klinkt wel heel aardig: ”karateslag”. Van schaamte durf ik eigenlijk niet te zeggen, dat ik door een onhandige beweging het bekertje omgooide. Hoe dan ook, het resultaat was overweldigend. Opnieuw was Onno behulpzaam voor de “oude man”. Hij ging een doekje halen. Eerlijk gezegd kreeg ik het gevoel, dat ik dat eigenlijk zelf had moeten doen. Zoals die eerste keer (zo ongeveer 5 jaar geleden) dat een mevrouw in de bus tegen haar 8-jarige zoontje zei: ”Rodger, sta eens netjes op voor die oude meneer”, waarop ik zei “maar mevrouw ik heb nog jonge benen, laat die jongen maar lekker zitten.” Achteraf dacht ik toen nog, dat ik dat niet had moeten zeggen, want die vrouw dacht net een leuk pedagogisch moment te beleven, dat op deze manier helemaal de mist in ging. Dus Onno ging het doekje halen. Nadat alles was schoongemaakt, werd ik ook nog bediend met een nieuw kopje koffie. Afijn, dat was dus een spetterend begin van de partij. Ook later in de partij beleefden Onno en ik nog een aantal opwindende momenten, die bewijzen dat toevalligheid soms wel van nut kan zijn.

Share

4 reacties

  1. Joost Retera schreef:

    Oke, de toren staat ingesloten, maar hoe val je hem aan?

    Als ik nu met wit 18. a5! speel, dan krijg ik wel erg veel compensatie, lijkt me. Het lijkt wel alsof nemen op a5 dan gedwongen is, waarna wit met f4 kan gaan proberen om het paard op e5 te verjagen.

  2. Onno Marres schreef:

    Volgens mij kan zwart met 19. … f6 de zwarte toren aanvallen. Ik denk dat kwaliteitsverlies en daarmee een slechte stelling dan onvermijdelijk zijn voor wit.

  3. Klaus Wüstefeld schreef:

    Inderdaad Joost je hebt gelijk met je 18 a5 . Nog sterker: Onno speelde deze zet en ik vond het verstandig pion a5 eerst maar te pakken, voordat ik uiteindelijk de Toren zou veroveren.Jouw voortzetting van 19.f4 ( gevolgd door e.p.) was misschien iets beter dan de 19.Pb3,die Onno speelde. Het binnenhalen van de Toren (na 19…,f6)was ook na de zet van Onno geen garantie voor winst. Ik kan me voorstellen, dat je nieuwsgierig was geworden naar het vervolg van de partij, want ik beëindigde vrij plotseling dit verhaaltje met” De Toren is ingesloten”. Het getoonde fragment hing van illusies en toevalligheden aan elkaar, leek me leuk om te laten zien.De 20 moeizame zetten, die ik daarna voor de winst nodig had wilde ik de geachte lezer besparen.

  4. Onno Marres schreef:

    Bij nader inzien heeft wit na de door mij voorgestelde zet 19. … f6 een tussenschaakje met 20. Txg7 +. Wel kan volgens mij zwart en passant slaan. Na 19. … gxf3 e.p. kan wit met de pion, het paard of de loper terugslaan. Er volgt dan in alle drie deze gevallen 20. … f6. Als wit op de twintigste zet met de loper heeft teruggeslagen, lijkt hij te kunnen ontsnappen met
    21. Th5. Zwart heeft echter het tussenschaakje 21. … Pxf3+ en wit verliest dan de toren. Ik denk dat wit niet ontkomt aan kwaliteitsverlies en een slechte stelling.

Geef een antwoord