Het groepensysteem van UVS

In de zomer van 1993 hebben Ruud vd Spoel en ondergetekende een groepensysteem met promotie/degradatie uitgewerkt om de toentertijd totaal doodgebloede interne van UVS nieuw leven in te blazen. Essentieel voor het systeem was dat bij een gelijk blijvend aantal speelronden per periode de groepsgroottes konden worden aangepast als dat noodzakelijk was ten gevolge van nieuwkomers, terugkeerders en afhakers. Groepen moesten uit minimaal 8 en maximaal 14 spelers kunnen bestaan, zodat de promotie/degradatie te allen tijde kon worden uitgevoerd. Om ervoor te zorgen dat er over vijf ronden een indeling kon worden gemaakt waarbij alle deelnemers zo veel mogelijk vergelijkbare tegenstand treffen in hun groep, hebben Maarten Heller en Emile Schneebeli toen de zogeheten Hellertabellen ontwikkeld, die inmiddels in onze competitiesoftware zijn geïntegreerd. Daarbij is het van belang dat alle spelers in een bepaalde groep in grote lijnen eenzelfde speelniveau vertegenwoordigen (groepsidentiteit).

So far so good. Het verhaal wordt echter anders zodra het systeem een kritieke waarde nadert, namelijk wanneer het aantal deelnemers zodanig verandert dat de variabele groepsgrootte geen soelaas meer biedt en we het aantal groepen moeten aanpassen. Dat is precies wat er zich nu voordoet. Door de grote toestroom moeten we het aantal groepen vergroten van 6 naar 7. Dat heeft op zich al grote gevolgen voor de groepsindeling en doe je alleen maar als het echt noodzakelijk is. In feite stappen we dan over van systeem6 naar systeem7. Hierover schreven we al in 1994: “het totaal aantal deelnemers kan zodanig stijgen of dalen dat je genoodzaakt wordt het aantal klassen aan te passen. Dit betekent dat er een nieuwe indeling gemaakt wordt, met alle gevolgen voor het “klassenbewustzijn” van dien. Promoveren en degraderen heeft ook niet zo’n grote betekenis meer op dat moment. Dat is de reden om overgang naar een ander aantal klassen zo lang mogelijk uit te stellen.”

Is uitstel niet meer mogelijk en moet je de overgang maken, dan is dat HET moment om de groepsindeling weer zo zuiver mogelijk te maken zodat spelers weer zo veel mogelijk op de plek zitten waar ze op grond van hun speelsterkte thuishoren. Ga je de promotie/degradatie-resultaten van systeem6 niettemin overhevelen naar systeem7, zul je te maken krijgen met een erg onevenwichtige verdeling die de groepsidentiteit en daarmee de ratio achter de Heller-tabel aantast. Is dat onoverkomelijk? Nee, waarschijnlijk niet. Niettemin raakt het aan de kern van onze competitie-opzet en doen we er m.i. verstandig aan niet te veel te morrelen aan de randvoorwaarden van een competitiesysteem dat ons al meer dan 20 jaar van een spannende interne voorziet.

Image1
Uit: De MeesterZ, juni 1993

Share

4 reacties

  1. Anton van Rijn schreef:

    “Is dat onoverkomelijk? Nee, waarschijnlijk niet. Niettemin raakt het aan de kern van onze competitie-opzet en doen we er m.i. verstandig aan niet te veel te morrelen aan de randvoorwaarden van een competitiesysteem dat ons al meer dan 20 jaar van een spannende interne voorziet.”
    De slotzin komt wat mystiek, bezwerend op mij over, terwijl ik het accent zou leggen op het ‘Nee, waarschijnlijk niet’. Bovendien wordt de suggestie gewekt dat we daarom al 20 jaar een spannende interne hebben (-waarvoor oprechte dank!-), doordat er al meer dan 20 jaar niet aan de randvoorwaarden is gemorreld, waarbij resetten niet als morrelen, vasthouden aan promotie/degradatie bij uitbreiding van het aantal groepen wel als morrelen wordt gezien.
    Ik denk dat het zo’n vaart niet loopt en dat iedereen na een hooguit twee periodes in de groep speelt waar hij thuis hoort, zonder dat daarbij een resetten nodig is. Ik opteer kortom nog steeds voor Lamberts voorstel. En nu ben ik wel even uitgemorreld.

  2. Bert-Jan Boer schreef:

    Anton,je hebt het over Lamberts voorstel, maar ik dacht dat Lambert die indeling juist had gepubliceerd om te laten zien wat voor monstrueuze onevenwichtigheden (die ik niet zie ,maar wie ben ik?) zouden optreden als we niet zouden resetten. En dat hij en de andere bestuursleden dat het liefst wel zouden doen.
    De lakmoesproef voor een rechtvaardige indeling van de eerste periode van het nieuwe seizoen lijkt mij of de promovendi en degradanten van de laatste periode van vorig seizoen in dezelfde groep terecht zijn gekomen (op die groep hoeft overigens niet dezelfde letter geplakt te zijn als in die laatste periode). In die door Lambert gepubliceerde afgrijselijk onevenwichtige indeling is dat in ieder geval wel zo.

  3. Klaus Wüstefeld schreef:

    Afgezien van het feit, dat Jan iets zinnigs uitlegt over het systeem, is het ook nog leuk om eens iets van die geschiedenis terug te zien. Ik herinner me nog een stukje geschiedenis,dat nog vooraf ging aan het verhaal van Jan. Misschien wel 30 jaar geleden hadden wij het door de burgemeester van Leiden(Henri lenferink) geintroduceerde bijna perfecte 3-systeem, d.w.z. ieder kreeg 3 cijfers en op grond van de prestaties veranderden iedere week deze cijfers en iedere week werden de in de zaal aanwezigen via deze cijfers gekoppeld.Ik weet dat nog, want toen Wim van Rijswijk intern wedstrijdleider was, deed hij het cijferwerk thuis,maar werd ik geacht aan het begin van de avond het zweetdruppels verwekkende werk te doen, namelijk de schakers te koppelen ( ik geloof, dat ik daarbij vaak geholpen werd door Lambert. Toen ik spoedig daarna voorzitter werd (ik weet het jaar niet meer) hebben we vele bestuursvergaderingen in het nieuwe bestuur het zwakke punt van dit 3-systeem besproken : dat arbeidsintensieve en tijdrovende koppel-werk elke schaakavond opnieuw. Het bestuur bestond toen uit intern wedstrijdleider Maarten Heller, Soerin Dwarkasin, Henk Koch, Joost Thissen en ik. Je moest iets vinden, waardoor je niet elke avond opnieuw de spelers moest koppelen. Eerst bedachten we pouls van 6 te maken met een traditioneel speelschema van 5 rondes, waarbij ieder tegen de anderen speelde. Dat vonden we echter niet dynamisch genoeg, want stel, dat er schakers wegvallen of schakers bijkomen, dan kun je niet blijven vasthouden aan poules van 6 spelers. Toen bedachten wij, dat je grotere groepen moest kunnen hebben, waarbij toch 5 rondes ( met 5 weken tevoren vastgelegde tegenstanders) gespeeld zouden worden. Maarten was wel bereid om zo’n systeem uit te werken. En zo ontstonden dus de Heller-tabellen, die later nog werden verbeterd en aangepast. Het 3-systeem werd ook aangepast en later helemaal geschrapt.( zie verder het verhaal van Jan).

  4. Eugenie Heesen schreef:

    Bedankt mannen en Ruth voor de vele knuffels, Eugenie.

Geef een antwoord