Juli

Rampmaand. Wat denkt een mens als hij zeker weet dat hij binnen enkele seconden, minuten zal gaan sterven? Wat zie je dan nog voor je? Zie je in slow motion wat er gebeurt in zo’n neerstortend vliegtuig? Of sluit je je af en denk je aan dat ene ogenblik van intens genoegen? De geboorte van je kinderen. Een zomerse kampeerweek toen je 10 was. Je eerste grote liefde. Je laatste grote liefde? Denk je überhaupt nog?
En schakers dan? Zou jij als schaker aan schaken denken? Aan je beste partij ooit misschien. Die partij waarin je een foutloze opening speelde, een ingewikkeld middenspel waarin je met een spectaculair dameoffer afwikkelde naar een gewonnen eindspel. Geen tijd voor. Een zet dan. Wat was de beste zet die je ooit speelde?
Ik weet nog wel wat mijn beste zet ooit was. Het was in een juli-maand in Dieren. Ik was daar met Theo Hommeles en Arie van der Hurk op de schakerscamping. Dat betekende elke minuut dat je niet bezig was met een ‘officiële’ partij investeren in voorbereiden, rust, wandelingetje maken, slapen… Vergeet het maar. We zaten natuurlijk als beesten te feesten. Nou ja. Feesten voor schakers dan. Dat is dus … schaken ja. Vooral snelschaken. En een slokje bier af en toe. En na elven pottoepen in de kleedruimte omdat daar nog licht was.
Dat snelschaken tegen Hommeles gaat al gauw vervelen – zo’n 800 ratingpunten meer of zo. Maar op de camping stikte het van de schakers – oud en jong. Ik wilde natuurlijk wel zo’n jong ventje de oren wassen. Dat lukte ook al niet. Jong talent zullen we maar zeggen. Maar in één partij lukt het wel. Met een werkelijk fantastische zet. Ik weet het nog goed: Dg3!!! Wit had kort gerokeerd en de drie pionnen stonden nog keurig op f2, g2 en h2. Ik offerde de gebruikelijke kwaliteit op h3 en mijn tegenstander meende een slimme tussenzet te doen. En ik klompte mijn dame op g3. Uit. Mijn tegenstander mompelde: “Marshall”. En we gingen door met vluggeren. Later die middag probeerde ik nog aan Arie en Theo te laten zien wat voor een geweldige zet uit mijn meesterbrein was ontsproten. Dat lukte niet. Ik heb alleen nog de herinnering. Veel jaren later begreep ik waarom mijn tegenstander “Marshall” mompelde. Ik vond  deze stelling. Het einde van de partij Levitsky-Marshall (1912). Het zal geen verbazing wekken dat de partij in juli gespeeld is. Marshall heeft Dc3-g3 gespeeld.

Zou ik daaraan denken in een neerstortend vliegtuig? Zou je als mens in staat zijn om in die laatste seconden nog iets moois voor  ogen te toveren? Of denk je gewoon aan niks. Aan dat grenzeloze, peilloze, oppervlakkige niks. Dat wat je zo vaak probeerde en wat maar niet lukte (roze krokodil): aan niks denken… Zou je zo je laatste seconden doorbrengen, in sereen nihilisme? Zo gaat het blijkbaar: je begint met niks en je eindigt met niks.

Hoop dat augustus ons in rustiger vaarwater brengt.

Share

Geef een antwoord