UVS 3- ASV 6: 4-4 (11 nov)

Alweer een tijdje geleden (11 november) speelde UVS 3 een externe wedstrijd tegen ASV 6. Mede dankzij de inzet van onze invallers is het ons gelukt om ons eerste matchpunt binnen te slepen! Er waren enkele snelle remises (Marco, Ivar en René). Op de overige borden werd lang doorgeknokt voor de overwinning, met successen voor beide teams. De uiteindelijke uitslag (4-4) lijkt mij dan ook zeer terecht. Hieronder de partijverslagen van Marcel, Klaus en mijzelf.

Bord 7: Jan Groen – Marcel Verstappen

Stelling na 15. Pd4-Pe2

Dit was de cruciale stelling uit de partij. Ondanks een vervelende pion op d5 heb ik volgens mij weinig te duchten van wit. Na deze passieve tekstzet gericht op het onschadelijk maken van mijn zwartveldige loper, heb ik lang zitten azen op een krakend offer op e3! Uiteindelijk heb ik dit -tegen mijn aard in- verworpen. Onterecht, naar later bleek.
Na 26… Te3:! volgt bijvoorbeeld 27. fe3: Le3:+ 28. Kh1 (of Kf1) Pg4 29. Tf1 Dh5 30. h3 (sterker dan h4) 31. f4! waarna een open wilde stelling ontstaat waar wit in het voordeel is maar een miniem foutje dodelijk zal worden afgestraft. Eigenlijk een kolfje naar mijn hand!
Daarentegen ging ik verder met Pg4 en werd ik langzaam maar zeker met de rug tegen de muur gezet. Met een paar pionnen achter probeerde ik nog te loeren op een dolle-dame-en-toren-combinatie, maar zo ver liet mijn tegenstander het niet komen.

Bord 8: Klaus Wüstefeld – Albert Marks

Mijn tegenstander (net als ik een oudere man) oogde zwak, moest verschrikkelijk lang nadenken over heel logische zetten, maar plotseling (in het middenspel) was hij verbazingwekkend scherp. Ik schat in dat hij vroeger een zeer prominent schaker was, nu een beetje is afgezwakt, maar zijn genialiteit nog regelmatig laat zien. Het was voor mij bloed, zweet en bijna tranen, want het valt niet mee om uren achter elkaar geconcentreerd en toch relaxt steeds maar de goede zetten te moeten doen. Mijn geduld werd beloond. Eerst won ik een pion. “Ik moest de pion uit verdedigingsoogpunt wel geven”, zei mijn tegenstander achteraf! Mijn tegenstander gaf nog een tweede pion weg, dit keer met agressieve bedoelingen. Mijn stelling zag er wel goed uit met 2 pionnen voorsprong, maar dat was in zekere zin schijn, want ik moest een plotselinge, zeer scherpe mataanval afslaan, waarbij mijn ruime tijdsvoorsprong bijna helemaal werd opgeslorpt. Na een afruil van stukken kwam de volgende stelling op het bord.

Ik vreesde dat bij een normale voortzetting de stelling in remise zou verzanden:1 of 2 pionnen voorsprong zijn niet altijd garantie voor winst bij lopers van verschillende veldkleuren. Hij had nog ongeveer 3 minuten en ik nog ongeveer 10 minuten. Ik moest een zet doen die hem (in tijdnood!) voor een moeilijke keuze stelde en hem haastig tot domme dingen zou verleiden. 44.Dd3!? Misschien niet helemaal goed, maar wel nuttig! Het was in tijdnood heel aanlokkelijk om pion f4 te pakken, wat hij ten slotte ook deed.
Wit speelt Dd3!? 44…..,Df4x 45.Dd7 , De5x Zwart pakt ook maar snel het andere pionnetje, ziet er goed uit voor zwart, want als Wit de loper op e7 pakt, dan pakt zwart de loper op e2. 46.De8+ natuurlijk. Wit wint het stuk, hij verovert de loper nu met schaak. Zwart geeft op. Toch nog dat puntje voor Wit !

Bord 3: Nico Schoenmakers- Erik van Oosterhout

Mijn reputatie bij externe wedstrijden is niet al te best. Over het algemeen zijn mijn resultaten onvoorspelbaar, ik win partijen die ik (stellingtechnisch) zou moeten verliezen en vice versa. Zo ook deze externe wedstrijd.

Na zet 13 bevind ik mij in deze stelling. De stelling is gelijk maar zwart staat prettiger. Hier speelt mijn tegenstander 14. f4? Dit is een vergissing, wijl mijn paard zijn pion op f4 eraf kan slaan. Als deze terug wordt genomen met de loper (zoals in de partij gebeurde), dan volgt Dd4+, en zwart komt een gezonde pion voor te staan.

Na enkele klunzige zetten en heen-en-weer gespeel met mijn dame kom ik verloren te staan. Wit is aan zet en kan het afmaken met 24. Txe6. Als ik mijn dame naar de achterlijn speel ( 24…. Dd8) geeft mijn tegenstander mat in twee op h6. Volgens de computer is het beste voor zwart 24…. Dxd4+, 25. xd4 Txf7 26. Te5 en het is uit.
Gelukkig zag mijn tegenstander dit niet en ruilde hij mijn toren af op f8. In principe is deze stelling nog steeds beter voor wit, maar door enkele vergissingen lukte het mij deze stelling alsnog te winnen.

Share

Geef een antwoord