UVS4 verliest bij Wageningen 5 (5-3)

Donderdag 14 november was het tijd voor de eerste uitwedstrijd van het vierde. We hdden goede hoop, omdat het vijfde gelijk had gespeeld tegen Wageningen 4 en koesterden de hoop dat wij dan goede kansen zouden hebben tegen Wageningen 5.

Niets was minder waar- aan het einde van de avond hadden we de deksel toch op de neus gekregen. De avond begon nog voorspoedig, iedereen was klokke zeven aanwezig bij café Frowijn en de reis verliep soepel waardoor we al om tien over half acht aan de koffie zaten in het Wageningse.

Aan het begin van de wedstrijd ontstond nog enige onduidelijkheid over de volgorde van de borden, maar uiteindelijk gingen we hoopvol van start. Lambert speelde met wit op bord 1 naar eigen zeggen een fijne partij tegen een sterke tegenstander die een complexe stelling remise wist te houden. Aan bord 2 hadden we Jan Zwikker, die de vorige keer onze beste speler was maar dit keer helaas te veel tijd nodig had gehad om de aanval van zijn tegenstander af te weren. Ook al stond hij inmiddels gewoon beter (Lamberts woorden), de klok was onverbiddelijk. Het derde bord werd bezet door Klaus, die een hem kenmerkende aanvallende stelling opbouwde maar er niet echt doorheen kwam. Klaus was ook uiteindelijk als langste bezig, omdat hij de onprettige taak had een 4-3 achterstand om te buigen in gelijkspel en dus ijzer met handen moest breken- hieronder zijn commentaar bij de voorbeeldpartij. Onno (bord 4) haalde wel een winstpunt binnen; hij stond al gewonnen toen zijn tegenstandster een toren weggaf en de stukken snel in de doos konden.

Klaus zei het volgende over zijn partij:

‘Dertig zetten lang stonden alle stukken nog op het bord. De stelling stond toen bijna helemaal potdicht. Een gesloten rij pionnen, waarachter de zware stukken stonden. Ik verkeerde in de gelukkige positie dat ik via een stukoffer misschien de pionnenmuur kon doorbreken en de koningsvleugel kon binnendringen. Meer dan remise zat er voor mijn tegenstander echter niet in. Het lag dus voor de hand dat hij remise aanbood. Mede wegens de onduidelijkheid op de andere borden wilde ik doorspelen. In bijgaande stelling had ik de kans om via een stukoffer de stelling van mijn Wageningse tegenstander binnen te dringen. Ik deed het niet, want op dat moment leek UVS voldoende te hebben aan een remise. Waarom dan een offer brengen met bovendien het risico dat het verkeerd zou uitpakken? Achteraf heb ik nog eens goed naar deze stelling gekeken. 32.Pg4x was eigenlijk helemaal niet kansloos. Zonder alle varianten te bekijken geef ik nu even aan hoe ik hem mat had kunnen zetten.

32.Pg4x,g4x 33.Dg4x, Pe7 (dekt pion) 34.h5,Kg7 35.g6x,Pg6x 37.f5,Ld2x 38.f6+,Kh7 39.Td2,Lh6 40.Th2,Tg8 41.Th6x+,Kh6x 42.Dh3+,Kg5 43.Tf4,Pf4x Dh4 mat.

Het is niet geforceerd, maar het geeft wel aan hoe het gegaan kon zijn als mijn tegenstander in tijdnood enige minder goede zetten zou doen. Later in de partij bleek dat UVS mijn punt hard nodig had, maar toen was genoemde leuke gelegenheid helaas voorbij. Ik verloor bij een wilde alles of niets-poging.’

 

Ook Bart boekte op bord 5 een gunstig resultaat (zie bijgevoegde partij) die hij als volgt samenvatte: ‘Een dramatisch slechte opening en dan heb ik ook nog het fantastische idee om f4 te gaan spelen. Gelukkig maakte meneer Albert hier slecht gebruik van en ruilde wat stukken. Vanaf dat moment schreeuwt Stockfish (versie 4 alweer) om f5 maar dat laat ik achterwegen. Wat meer gerommel en langzaam een betere stelling voor mij toch maar eens de a-lijn open krijgen. Niet helemaal de beste methode volgens mijn i7 maar een pion winnen leek mij genoeg voor de overwinning. Na 31. Dc5+ Kd8 viel bijna mijn mond open. Nee….. echt niets gemist Df8 en UIT!’

Dat brengt ons bij partij van schrijver dezes op bord 6. Mijn tegenstander speelde met wit een remisevariant en ik deed er niet genoeg aan om de stelling met zwart dynamischer te maken. Al stond ik meestentijds beter, toch verzuimde ik te profiteren, wat tot een wat teleurstellende remise leidde.

Helaas was meer nodig geweest gezien de resultaten bij Wim Krabbendam (bord 7) en Frans van den Hooven (bord 8); de laatste moest al snel een 0 aan laten tekenen. Het was al met al niet genoeg, wat ons dus in de paradoxale situatie bracht dat we het met het 4e slechter hadden gedaan tegen het 5e van Wageningen dan omgekeerd… en een puike prestatie van het vijfde- met het vierde zal het beter moeten.


[red.: zie hier het verslag van Wageningen]

Share

Geef een antwoord