UVS 5 sprokkelt tweede matchpunt

Matchpunten sprokkelen, dat is wat het Vijfde te doen staat dit seizoen. Als promovendus en met het de laagste gemiddelde rating van de teams in de klasse zijn we in elke wedstrijd de underdog. Maandagavond weerden we ons tegen Wageningen 4 weer kranig.

Voor Ruud van Roosmalen en ondergetekende was Wageningen 4 een bekend team. Vorig seizoen was dit team de grootste concurrent van UVS 3 voor promotie naar de 1e klasse. Ruud en ik vielen toen in in het onderlinge duel en leverden met twee nullen een belangrijke bijdrage aan de kleinst mogelijke overwinning en zo aan de promotie van het Derde. Nu speelden we met het Vijfde tegen hetzelfde team. Je zou kunnen zeggen dat UVS in de lift zit.

Clive opende de score, maar had daar wel veel bedenktijd voor nodig: maar liefst 24 minuten. Voor ik hem kon vragen waarom het zolang geduurd had, was hij alweer gevlogen. Op zoek naar de verloren tijd. Later hoorde ik van zijn tegenstander dat die een stuk had weggeblunderd. Uw verslaggever, die normaal altijd al ongezond rood aanloopt tijdens een partij, had het nu nog een graadje warmer omdat hij in de houdgreep werd genomen door een Fide Meesteres. Daarover later meer.

Wim Heuvelmans kwam in de opening in zwaar weer terecht. Zijn tegenstander bleek beter op de hoogte van de theorie van de Cambridge-Springs. Gelukkig zette die niet op zijn sterkst voort en kon Wim de stand weer enigszins in evenwicht brengen door af te wikkelen naar een toreneindspel. Ondanks een remiseaanbod van Wim op zet 47 bleef de Wageninger nog lang doorspelen. Uiteindelijk was de remise onvermijdelijk.

Harry was de volgende die scoorde. De laatste keer dat ik bij zijn bord had staan kijken, leek de stelling nog in balans. Een half uurtje later zag ik vanuit mijn ooghoeken zijn tegenstander moeilijk kijken en weer wat later was daar het punt.
Die Fide Meesteres, die niks van me wilde drinken maar de hele avond water uit haar eigen bidon lurkte, ging ondertussen gewoon door met het spelen van Fide Meesteressen-zetten. In de wandelgangen moest ik me de nodige vernederingen laten welgevallen, hier en daar wat crypto-seksisme in de kiem smoren en de voorzitter beloven voor één keer uit mijn onderdanige rol te stappen. In het belang van de club.
Van Ruuds partij, die naast me werd afgewerkt, staat me alleen een absurdistische dialoog over een koekje bij. Tegenstander, Ruud zijn thee aanreikend: “Sorry, ik kreeg er geen koekje bij”. Ruud: “Ik wilde ook geen koekje”. Veel woorden maakte Ruud na afloop niet vuil aan zijn partij. Zijn tegenstander was gewoon een goede speler, die terecht won.
Frans Nijenhuis was de volgende die moest capituleren. Onder druk van de klok gaf hij een paard weg. Coming man Jasper leek een gevaarlijke vrijpion te hebben maar uiteindelijk eindigde deze partij in remise.
Bij Thei werden de bordjes tijdens de partij een paar keer verhangen. Uiteindelijk was het Thei die de laatste klap uitdeelde. Of hij op dat moment beter of slechter stond, was niet meer van belang.

Had ik al gezegd dat ik tegen een Fide Meesteres speelde? Ze heette Ekatarina Naipal, kwam uit Suriname en zag eruit als de achternicht van Anand. De stand was 4-3 voor ons, ik had nog een minuut, zij nog ruim vier. Met een pion achter sloeg de paniek toe. Ik offerde een stuk voor wat ik dacht dat een mataanval zou worden. Koeltjes werd mijn waanzin weerlegd. Op waarde geklopt, noemen ze dat geloof ik. Gelukkig was het matchpunt al binnen.

Op weg naar huis moest ik denken aan een stukje van Hein Donner uit de Koning, getiteld “Paniek”. Hij schrijft daarin over het dameskampioenschap van Nederland in 1978.

(Natuurlijk vraagt de wijsgerig ingestelde toeschouwer zich af of er nu ook verschillen zijn tussen damesschaak en het schaken zoals mannen dat plegen te doen. Deze verschillen treden mijns inziens het duidelijkst aan het licht wanneer men het soort fouten vergelijkt dat beide categorieën maken. Goed spel verschilt weinig van ander goed spel, maar slecht spel heeft zo zijn eigen karakteristiek.
….Een man maakt de vreselijkste blunders uit bangigheid of uit overmoed of uit verregaande onnozelheid. Zij zijn vaak in staat een hele reeks fouten achter elkaar te maken omdat zij een faliekant verkeerd plan nagaan.
Bij vrouwen lijkt echter iets op te treden dat toch van een andere aard is. Zij zijn in staat te vervallen tot een toestand van pure paniek! Zolang de partij nog enigszins langs gebaande wegen gaat, maken zij gewone fouten, maar wanneer zich onverwachte wendingen voordoen -ook wanneer die in haar voordeel zijn!- kan zij ineens haar verstand verliezen op een manier zoals je die bij mannen toch zelden ziet.
(J.H.Donner, de Koning, blz.278))

Ter (leed)vermaak de partij. Zo’n zeldzaam voorbeeld waarin een man ineens zijn verstand verliest:-)


Misschien ben ik teveel een metroman. Alfamannetje Lambert liet eerder zien hoe je wel van Ekatarina moet winnen: klik hier.

[red.: zie hier het verslag van Wageningen]

Share

Geef een reactie