UVS4 viert slot seizoen met derde plek en overwinning op Ede

Afgelopen maandag speelden we alweer onze laatste wedstrijd van het seizoen. Aan het begin leek alles mis te gaan. We moesten naar Bennekom, maar door een misverstand had Ismail zich niet naar café Frowijn begeven, waardoor in allerijl ons trouwe clublid Tobi moest worden gebeld. Na verorbering van een banaan liet deze zich snel inladen. Toen konden we koers zetten naar Bennekom. Marcel had alleen het verkeerde adres, dus moesten er allerlei capriolen worden uitgehaald om aan de juiste nummers te komen om te voorkomen dat hij naar het adres van de secretaris van Bennekom zou rijden. Enfin, mijn adrenalinepeil als teamleider was toen alweer afdoende opgekrikt.

We konden op deze avond alleen in negatieve zin nog een rol van belang spelen. Als wij wonnen en Bennekom verloor, zouden we Ede van de cup af kunnen houden. We gingen niet met al te hoge verwachtingen de topper tegen Ede in, maar het resultaat was toch boven verwachting. Of het slotrondetaartje daar veel aan heeft bijgedragen, weet ik niet.

De partij van Marcel aan bord 3 kon je in ieder geval alleen spelen met een hele hoge suikerspiegel. De verwikkelingen waren doldwaas.

Voor mij aan het belendende bord was dit niet bepaald een testosteronspiegel-verlagende gebeurtenis, zoals u zult begrijpen. Ik ging er zelf niet slechter van spelen, ook omdat duidelijk was dat de Edenaren enorm zenuwachtig waren en daardoor niet al te geconcentreerd speelden. Bij mijn tegenstander bleek dit pas in de tijdnoodfase:

Dat waren twee punten. Eerder had Ede er al één gescoord; Tobi had het aan bord acht in een moeilijke Grünfeld toch niet kunnen bolwerken. Dat gold ook voor Frans aan bord 2 en Wim K. aan bord 5. Doordat ik zo ingespannen in mijn eigen partij zat, heb ik deze niet goed kunnen zien. Onno had een betere avond. Over zijn winstpartij aan bord 5 zei hij het volgende: ‘Mijn tegenstander gaf al aan het eind van de opening een stuk weg. In het middenspel heb ik het stuk terug geofferd, omdat ik ervan was overtuigd dat hij mat zou gaan. Ik dacht dat hij alleen nog maar één schaakje had met zijn dame. Hij bleek echter meer schaakjes te hebben en het werd nog even spannend. Toen hij geen schaak meer kon geven, kon hij mat niet meer verhinderen en gaf hij op.’

De stand was zo in balans op 3-3. Bert, die kans maakte topscorer van poule 2c te worden, hield het uiteindelijk op remise. Bert hierover: ‘Met wit koos ik voor een rustige aanpak van de Siciliaanse Najdorf.  Op zet 11 wijk ik af van de verzamelde empirie. Twee zetten later offer ik op f6 een toren voor wat ik dacht dat een paard en een loper zouden worden, maar omdat ik een tussenzetje had gemist bleef ik een volle kwaliteit achter. Wel kreeg ik veel tegenspel. Na een onnauwkeurigheid mijnerzijds kon mijn tegenstander de kwaliteit terugwinnen en daarbij nog een pionnetje meepakken. Er volgde een spannende fase waarin elke misstap fataal kon zijn. Mijn tegenstander verbruikte veel tijd, maar zette niet optimaal voort. Ik kon de pion terugwinnen, bood even later remise aan, wat werd aangenomen.’

Alle spanning richtte zich vervolgens op bord 1, waar Theo zat te knokken tegen Sjoerd Meijer (1900). Hij had het paardenpaar tegen het loperpaar. Zijn tegenstander kwam er echter niet doorheen en begon in het eindspel te blunderen. En dat moet je tegen Theo niet doen! Koelbloedig tikte Theo de partij binnen en ontpopte zich tot held van de avond. In een keer bleken we te hebben gewonnen van Ede.

Bennekom verzuimde te profiteren van de voorbeeldige wijze waarop wij ons van onze sportieve plicht hadden gekweten. Ze speelden gelijk, waardoor Ede 2 toch nog kampioen was; enigszins beteuterd namen ze de kampioensschaal in ontvangst. UVS4 eindigde op een derde plek. We trokken huiswaarts met het tevreden gevoel een goed seizoen te hebben gedraaid, waarin we zomaar hadden kunnen promoveren. Maar een mens moet iets houden om naar te streven; volgend seizoen pakken we de cup!

Share

Geef een antwoord