UVS 3 heeft kampioenschap in eigen hand

Na de wedstrijd van afgelopen vrijdag tegen Variant uit Huissen blijft het kampioenschap voor UVS 3 nog in zicht. Zoals al duidelijk werd uit de Newsflash staat Wageningen exact gelijk met ons. Wie de laatste ronde de grootste overwinning behaalt promoveert. Eigenlijk is de wedstrijd tegen Variant geen moment in gevaar geweest, alleen werd de te verwachten overwinning met het kwartier benauwder. Na ongeveer 3 uur spelen was de stand 3 – 0 in ons voordeel en de partijen die nog bezig waren stonden allen minimaal gelijk. Dus een grote uitslag leek in het verschiet te liggen. Elwin op b2 wist als eerste de winst te melden. Vrij snel maakte hij korte metten met de Oerang-Oetan. Elwin schrijft over zijn partij:

“Voor de verandering weer met zwart tegen een tegenstander waar ik al eerder tegen gespeeld had met positief resultaat. Hij had dus nog wat goed te maken. In het vroege middenspel zag hij de kans daar een aangeboden pion met de dame tot zich te nemen. De pion was echter van het vergiftigde soort, hetgeen resulteerde in dameverlies (tegen een toren en licht stuk) waarbij de overgebleven stelling weinig aanknopingspunten bood op verbetering van de stelling. Hij probeerde het nog een vijftal zetten; toen het volgende stukverlies dreigde was het genoeg. Het eerste punt van de avond was binnen.”

Mathijs aan b8 was direct na Elwin klaar met zijn partij en handhaafde zijn ongeslagen status. 4 uit 4!. (0 – 2). Ook Tsjisang (b3) wist nog binnen 3 uur spelen de Franse verdediging aan flarden te schieten. (0 – 3)

Misschien werd voor Klaus, Erik en Bart de druk toch een beetje te groot. Het idee dat je bij een grote uitslag in feite al kampioen zou zijn, deed een paar neuronen springen. Alle drie hebben ze er slecht van geslapen, maar daar kopen we niets voor. Als je zo gevierd en gelauwerd bent bij vorige partijen, dan mag er geen compassie zijn als je het team laat vallen. Pek met veren is hun deel. Klaus en Erik durven er nog iets van op papier te zetten.

Klaus (b5): “Ik heb (door teleurstelling) de neiging niets meer over mijn partij te willen zeggen, maar afijn. Het volgende: aanvankelijk nam ik geen enkel risico en bouwde een krachtig centrum op. Toen hij daartegenover probeerde de b-lijn te veroveren, besloot ik uit voorzichtigheid een reeds bedachte aanval uit te stellen en ging in de verdediging. Ik stelde mijn stukken zo op dat mijn stelling solide bleef en de b-lijn voldoende afgedekt was. Mijn tegenstander had nu het voordeel van het initiatief, maar ik kon telkens de goede verdediging vinden. Er was na een gewaagde zet van hem zelfs een klein kansje om af te wikkelen naar een naar mijn mening iets betere stelling. Dat kansje greep ik niet, maar ik zette integendeel mijn loper naar b2, waar deze loper na één tussenzet gratis gepakt kon worden.”

Erik (b7): “Wat een drama zeg. Ik stond volgens Fritz op een bepaald moment 2.8 voor..!? Maar goed, het houdt zo wel de spanning erin, zullen we maar zeggen.
Mijn partij valt zeer kort samen te vatten: Icarus. Met vleugels van wax wist ik mijn tegenstander te slim af te zijn, maar door mijn positie als te solide te beschouwen speel ik onnauwkeurig en geef ik mijn stelling geheel weg (over hybris gesproken). Als ik daadwerkelijk mijn hoofd bij het schaken had gehouden en niet had gevuld met gedachtes zoals ‘ik ga winnen’, ‘dit is hun bord een speler’, ‘ik ben benieuwd hoe mijn team het doet’, ‘als we veel bordpunten krijgen komen we eerste te staan’ had ik eenvoudig de stelling kunnen uittikken.
De moraal van dit verhaal: schaak als je aan het schaken bent.”
(3 – 3)

Alleen invaller Frans van den Hooven (b4) en ik (b1) waren nog bezig. Frans stond iets beter toen ik de laatste keer keek, maar ik weet niet meer of zijn remise eerder, gelijk of na mijn winst tot stand kwam. Overigens een prima prestatie van Frans maar bovenal noodzakelijk voor de winst.

Wat mijn partij betreft het volgende: ”Lang bleven alle stukken op het bord. We namen beide weinig risico en het wachten was op de fout van een van beide. Uiteindelijk dacht ik voordeel te halen door ten koste van een pion de f lijn te openen. Ondertussen was er voor beide nog maar weinig tijd over en gaf de 3 – 3 nog extra druk op de partij. Op de 36e zet blunderde mijn tegenstander met Tc8-c7. Na bv e6 of Dd6 was het nog niet duidelijk hoe de zwarte stelling verder open te breken was zonder zelf een gevaarlijke koningsstelling over te houden. Nu volgde Tf7+ met groot voordeel en uiteindelijk de winst.” (3,5 – 4,5)


Lambert Hofman – Jeroen Klein Hessink
Stelling na 36 ….. Tc8-c7???

Op 12 april zal iedereen die gewonnen komt te staan ook gewoon zijn partij moeten winnen en dan is er een grote kans dat we promoveren.

Captain

Share

Geef een antwoord