En Voerendaal was nog ver weg…

Vol goede moed vertrokken we op zaterdag 3 november naar het Diepe Zuiden. We mochten op bezoek bij Voerendaal. Dit ligt in Limburg. U weet wel, dat is dat stukje land dat door de Belgen en de Duitsers tegelijk dreigt te worden afgeknepen van het Nederlandsche. (Sommigen onder ons zouden dat geen probleem vinden. Het scheelt immers al heel wat kilometers voor de uitwestrijden. En nog wat andere sociale en economische voordelen.)

Pepijn was weer de vertrouwde en bekwame chauffeur. Verder nestelde zich op de achterbank de ‘jeugdtalenten’ Struik en Kurstjens. De Stap 6 boekjes werden weer benut om wat op te warmen. Lars repareerde zijn repertoire nog voordat we goed en wel de Maas over waren. Het betreffende lek (of liever gezegd oplossing) werd echter niet gedeeld met de andere aanwezigen in de auto. Dit leidde natuurlijk tot wat geschimp en blasfemie. Het leek er in alles op dat het een mooie dag zou gaan worden.

De met een vormcrisis kampende schrijver dezes, kreeg de ‘shotgun’ toe gewezen en mocht derhalve ook nog functioneren als kaartlezer, tom-tom-stem en zoals al rap bleek: Kop van Jut.

Zelden was Voerendaal verder weg. Ik werd nog fijntjes herinnerd aan mijn verlies partij in de interne competitie van de maandag ervoor. (Meneer Bloemendaal: U speelde werkelijk onnavolgbaar!) Mijn algehele schaakniveau werd danig aan de kaak gesteld, de 2000 grens kwam zelfs al in zicht. Dat dit van de verkeerde kant af in zicht begon te komen werd als kleinigheid toch opgeblazen als keerpunt in mijn carrière. Misschien wel reden om het schaakbord aan de wilgen te hangen?

Uiteindelijk stelde ik met lichte tegenzin de volgende voorwaarde: Ik zou stoppen wanneer ik de 2000 zou passeren. Ik kan altijd nog gaan dammen, is ook leuk… of Bridge, maar daar snap ik eigenlijk ook geen drol van. Scrabble en Rummikub zijn ook nog uitdagingen waar ik mij op kan gaan storten wanneer ik daadwerkelijk stop met het vervloeken van Caïssa.

Na een verder prima verlopen reis, (Voerendaal bleek dichterbij dan gedacht) kwamen wij aan in de speelzaal/café gelegenheid. Een Limburgse schoonheid achter de bar, dus ik stelde mijn teamgenoten gerust: Salon remise in 10 zetten, dan zou ik immers niet verliezen.

Na wat drankjes besteld te hebben (Nog bedankt, Luuk!) kon er plaats worden genomen achter de borden. Met het concept van ruime tafels zijn ze niet bekend in Limburg, er was geen plaats om de ellebogen te plaatsen voor de karakteristieke schakers houding. Dit vergde wat aanpassingsvermogen van de spelers.

David Navara

Mijn tegenstander had hier meer ervaring mee dan ik. Op sommige momenten leek het net of hij tussen 2 borden in zat. Zo scheef voor het bord zitten moet ten koste gaan van je schaakkracht. Ik gok toch zeker een puntje of 30. Ik zat dan ook als een Navara-wanna-be (zie foto) rechtop op een afstand van 30-35 cm van het bord. Dit om mijn volle concentratie en ELO-power naar het bord te kunnen kanaliseren. Bij hem werkt het ook!

Ik dwaal af. Laat ik u als lezer niet langer lastig vallen met dit oeverloos gezever. De wedstrijd begon om 12.00. Ik vermoedde dat de gemiddelde leeftijd zo’n 10 jaar in ons voordeel lag. Logischerwijs zou zich dit vertalen in grove blunders in het 5e en 6e uur bij de tegenstander. Dan moesten onze ‘Nestors’ (Pim, Ruud en Anton) al wel klaar zijn. En het liefst met een vol punt. Dit bleek in de praktijk niet haalbaar.

Ikzelf mocht aantreden tegen Dragos Ciornei. Sympathieke vent leek me. Zoals eerder al vermeld had de man een opmerkelijke manier van achter het bord zitten. Soms hing zijn gezicht ter hoogte van de h-lijn. Mijn voorbereiding was van een ongekend niveau. Ik had alleen niet verwacht om tegen een speler te moeten die al 2x zwart had gehad aan bord 1 en 3. Ik wist dus niets. Welnu, dit overkomt mij vaker dus ik bevond mij in mijn element.

Het werd een Trompowsky met zowaar een ‘nieuwtje’ van mij op zet 14. Ik liep een rondje langs de borden en vond dat we er relatief goed voor stonden. Tjapko (1) had zijn tegenstander al overspeeld, Anton (2) stond wat moeilijk, Pim (3) was in een rustige stelling terecht gekomen, Ruud (4) had minstens gelijkspel, Lars (6) was bezig om achter het bord zijn repertoire te repareren, Pepijn (7) had mooi spel voor een pion en Luuk (8) was lekker aan het rommelen met een bak initiatief.

Het beloofde een mooie middag te worden.

Luuk was al klaar voordat ik goed en wel mijn opening uit was, de tegenstander had een handje meegeholpen en het eerste punt was een feit. De compensatie had zich vertaald in materiaal winst en zodoende winst van de partij.
Als tweede was een van onze Nestors klaar: Pim scoorde een solide halfje tegen de nr. 3 op rating van de tegenstander. Wel een saaie pot, Pim! Waar blijft dat vuurwerk nou? Ik zou zo graag weer eens een echt Haselagertje willen bewonderen!! (1,5-0,5) Pepijn wist als 3e de finishlijn te bereiken. Ik vermoed dat Pepijn niet heel erg blij is met zijn foutenfestival. Gelukkig maakte zijn tegenstander de laatste fout. Dit was echter nodig om de winst weg te geven. Het werd uiteindelijk een paarden eindspel dat in remise verzandde. (2-1) Lars had zich vergist en keek tegen een slechte stelling aan. Echter wist zijn tegenstander niet de juiste voortzetting te vinden en Lars kreeg de stelling weer in evenwicht. Echter op dat moment verloor hij door een onachtzaamheid weer een pion. Hierdoor raakte hij behoorlijk geïrriteerd en middels een pionoffer en een paar krachtzetten wist hij de witte koningsstelling op te blazen om zodoende winnend voordeel te bereiken. (3-1)

Op de resterende borden zag het er allemaal wel prima uit. Tjapko was zijn eindspelletje rustig aan het uittikken, Ruud verdedigde na pionverlies en had prima kansen op remise en misschien wel meer. Anton was overeind gebleven onder de druk en zat midden in een tijdnoodduel verwikkeld. Inmiddels had zich op mijn bord een klein wonder voltrokken. Nadat mijn tegenstander mijn remise aan had eerder had afgeslagen (het aanbod ging gepaard met de het actieve Pc2-a1) was het nu mijn beurt. Mijn tegenstander bood remise aan op de 40 zet. Beetje dom natuurlijk, ik had 3 minuten op de klok maar als wit speler allang de tijdnood controle gehaald. Doe dit op de 39e zou ik zeggen.
Nu kon ik op mijn gemak kijken wat er zich bij Anton afspeelde. In wederzijdse tijdnood kwam de roestigheid van de tegenstander van Anton bovendrijven. Daar waar Anton nog steeds een tijdnoodjunk is had zijn tegenstander hier meer moeite mee. In gelijke stelling kreeg Anton een kwaliteit cadeau. Het punt volgde niet veel later. (4-1)
Tjapko kon in mijn ogen onmogelijk verliezen, dus ik had geen enkele reden om het remise aan bod aan te nemen. Ik ging er nog eens lekker voor zitten.

Tjapko won inderdaad niet veel later (5-1) en toen waren Ruud en ik nog bezig. Ruud kon het toch niet bolwerken tegen zijn sterke tegenstander en verloor. (5-2) Ik speelde na te tijdcontrole te gecontroleerd en miste een paar keer de beste voortzetting. Uiteindelijk bood ik met 4 minuten op de klok remise aan in een stelling die ik niet verder durfde te spelen omdat ik ook niet wilde verliezen.
Mijn tegenstander was opgelucht en nam het meteen aan. (5,5-2,5) Verdiende overwinning voor de onzen!! We hebben op een paar borden prima onze kansen gepakt en staan er een stuk beter voor op de ranglijst.

Na de prettige terugreis zijn we met zijn zessen nog uit eten gegaan bij Weetjewel. Pim was verhinderd en Anton moest aan zijn gokverslaving gehoor geven…

Een lekkere maaltijd als afsluiting van een geslaagde schaakdag.

PS Enige partijmateriaal is te vinden in het verslag van Voerendaal.

Share

1 reactie

  1. Pepijn van Erp schreef:

    Het is mij weer eens duidelijk geworden dat vormcrisis helemaal niets te maken heeft met hoe je schaakt. In mijn afgelopen partijen weet ik telkens na de opening een bok te schieten en verloren te komen staan (vormcrisis?) maar dan op een of andere manier toch nog een halfje of een vol punt te scoren. Misschien is het besmettelijk en moet je na je eerste fout net zo lang door zien te spelen, totdat de infectie je tegenstander ook heeft bereikt. Op dat moment heb je een voorsprong, je immuunsysteem heeft langer kunnen wennen aan het blundervirus. Uithoudingsvermogen is dus het medicijn!

Geef een antwoord