Gehavend UVS4 weert zich kranig in Bennekom (the full story)

We trokken ten strijde met vier van onze eigen basisspelers (Merijn, Marcel, Theo en Bert-Jan) en vier invallers (Onno, Toby, Frans en Harry), alle uit het Vijfde. Met een beetje fantasie waren wij UVS 4½. De auto met bord 1 t/m 4 ( Marcel, Theo, Bert-Jan en Toby) reed voorop, op de voet gevolgd door de auto met bord 5 t/m 8 (Merijn, Frans, Harry en Onno). Na een minuut of twintig zette Marcel de autoradio ineens flink harder. Uit de speakers schalde de nieuwste hit van Corrie Konings: HOEREN N@#KEN, NOOIT MEER WERKEN! Dit bleek precies de juiste prikkel op het juiste moment. Al meegalmend kwam ineens het oude vuur weer terug bij dit stelletje ingedutte burgerlijke clubschakers.

Uiteindelijk zouden de inzittenden van auto 1 samen goed zijn voor 1½ punt. Evenveel trouwens als die in auto 2. De speellocatie in Bennekom ademde een en al denksport. Op het prikbord in de hal hing een aankondiging voor een damtoernooi en in de speelzaal stonden een stuk of tien vierkante tafels met aan elke zijde een stoel (ik zeg bridge). Aan de muur hing een groot schilderij waarop een schaaktafereel uit de negentiende eeuw was afgebeeld. In het midden herkende ik de karakteristieke kuif van Paul Morphy. Een mooie locatie kortom, waar het na een uurtje ook naar denksport rook.

Rond rond half elf was het uw verslaggever die de eerste score op het wedstrijdformulier kon laten aantekenen. Ik had wit en na 18 zetjes actie-reactie-schaak vanuit een Russische opening bood mijn tegenstander remise aan. Mijn stelling was op dat moment iets beter en bovendien had bijna drie kwartier meer tijd op de klok dus ik nam zijn aanbod dankbaar aan. Nee, dat is niet slap en zeker niet bangelijk, het is Zen, WuWei en savoir vivre ineen (vraag maar aan Jan van de Westelaken, die nooit moe wordt deze schaak/levensfilosofie uit te leggen). Zo kon ik me dus helemaal richten op de verslaglegging, waartoe ik met een theatraal gebaar mijn arty-farty notitieboekje uit mijn zak toverde.

Je hebt van die mensen die lopen langs een bord, werpen er een blik op en lichten er een combinatie van 8 ply diep in een oogopslag uit. Over de Afrikaanse dammer Baba Sy heb ik in dat verband wel eens duizelingwekkende anekdotes gehoord. Zo iemand ben ik niet. Als als ik bij andere borden kijk, bestaat mijn stellingsbeoordeling uit het tellen van het aantal pionnen van beide partijen. Marcel stond 6 pionnen tegen 3 achter, maar ik wist dat hij een rasechte gambietspeler is, dus ik maakte me niet al teveel zorgen. Voor de zekerheid telde ik nog wel even de stukken; die bleken in evenwicht.
Theo stond 5-4 achter, hmm, in de gaten houden, dacht ik. Bij Toby stond het 6-6. Toen ik bij Merijns bord was aangeland, werd daar net tot remise besloten. Mooi, weer een halfje in de pocket tegen dit Bennekom, dat toch vrij hoog moest worden aangeslagen. Bij Frans stond het 5-5, Harry stond 5-4 achter. De grote verrassing was Onno, hij stond 4-1 voor. Niet veel later gaf zijn tegenstander op en stonden we met 2-1 voor (bordpunten). Ik ging aan een tafeltje onder het grote schilderij zitten om een en ander netjes op te noteren.

Onno’s tegenstander schoof aan en zei: “Jullie spelen goed, hoe is het mogelijk dat jullie van Mook hebben verloren? Ik kan me daar niets bij voorstellen als ik jullie zie spelen vanavond”. Ik huichelde dat Mook toch een van de favorieten in onze poule was, dat we deze avond boven ons niveau bezig waren en dat we nog wel wat partijtjes zouden verliezen. Ik wees hem daarbij op mijn pionnentellingen bij Marcel, Harry en Theo. “Nou, die jongen waar ik van verloor, speelde het gewoon goed, en ik moet nog zien dat we winnen”, besloot hij de conversatie.
Inmiddels was het kwart voor twaalf en op een aantal borden begon het tijdnoodspook spelers angst aan te jagen. Harry, wiens tegenstander verdacht veel op Emile Josef Diemer leek, redde het niet. Theo, die nog steeds 5-4 achter stond, deed een remiseaanbod dat werd afgeslagen. Theo ontstak van binnen in woede, gooide er een schepje bovenop en even later werd het alsnog remise.
Bij Frans stond het inmiddels 4-4 en de tijdnood speelde hem parten. Pardoes verloor hij een toren, uit. Toby gaf ondertussen geen krimp. Van 6-6, werd het 5-5 en even later zelfs 5-4 voor Toby. In tijdnood zette zijn tegenstander een duivelse valstrik waar Toby intuinde. Het paard dat zijn opponent in de aanbieding gooide niet genomen mocht niet genomen worden op straffe van mat. Gedesillusioneerd geeft hij op. Zo stonden we ineens achter met 4½-2½.
Marcel was ondertussen teruggekomen tot 2-2 en gooide er met nog een minuut op de klok de ene na de andere krachtzet uit. Later zou hij verklaren dat hij al na vijf zetten in de partij het heilige schaakvuur weer voelde branden. Een gevoel dat hij lang kwijt was geweest. Uiteindelijk ontstond een eindspel van toren-loper h- en g-pion tegen paard-loper en a- en b-pion. De Bennekommer had inmiddels ook nog maar 3 minuten en omdat de teamzege binnen was, werd Marcels remiseaanbod wat prompt geaccepteerd. Het einde van Marcels partij, is voor eeuwig verloren gegaan maar desalniettemin verdient hij het om tot in lengte van dagen te worden nagespeeld in koffiehuizen van Wenen tot Istanbul en van Kabul tot New Orleans. Als lichtend voorbeeld van “sporting chess”.

Bennekom 2 – UVS 4 5-3

Share

4 reacties

  1. Lambert Hofman schreef:

    Een prachtig verslag.
    Maar … tevreden zijn met een verlies? Kom nou. We zijn geen belgen.

  2. Jan van de Westelaken schreef:

    Goed punt, voorzitter, maar anderzijds zijn ze niet te beroerd om een verslag te schrijven over een nederlaag, zoals die watjes van het tweede :p

  3. Marcel Verstappen schreef:

    Als interim TL voel ik me behoorlijk gebelgd door de uitspraak van de VZ. Ons stond slechts één doel voor ogen: de bezoedelde naam van UVS in ere herstellen. Dat is aardig gelukt naar wij dachten. Zeker als je naar een schaakwedstrijd rijdt, met alleen maar de 2 hartstochtelijk bezongen zaken van mevrouw C. Konings in gedachten…
    ;-()

  4. Theo Felet schreef:

    Goed verslag BJB. De uitslag was geheel op conto van C. Konings, hoe ik een remise behaalde is mij nu nog een raadsel, ’t enige wat ik nog dacht was hoeren neuken nooit meer werken.

Geef een antwoord