Bekerschaak, een kijkje in de keuken

Voor veel UVS-ers is het KNSB-bekerschaak voor viertallen een onbekende grootheid. Reden om er eens wat uitgebreider bij stil te staan. Een diepte-reportage.

Voorbereidingen

Op vrijdag 14 oktober stond voor UVS de eerste KNSB-bekerronde op het programma. Uit tegen Wijchen. Omdat Pepijn verhinderd was, was ik gepolst voor de functie van opzichter. Een kolfje naar mijn hand. Ik ben altijd benieuwd naar wat er omgaat in de hedendaagse voormalige jeugd.

De avond begon veelbelovend: Joost had bij hem thuis een ovenschotel bereid. Aanvankelijk alleen voor Dennis, maar na enig schoorvoeten werden ook Luuk en ik benaderd. Hulde! Onze chauffeur Luuk sloeg de uitnodiging echter kordaat af, met als argument dat hij moeite had met het inparkeren van auto’s. Niet zonder trots voegde hij eraan toe dat hij dit jaar al drie keer had “schadegereden”. Hier werd verder niet op doorgevraagd. Kennelijk werd het niet verontrustend bevonden. Een minpuntje. Het andere minpuntje zat tijdens de spijziging tegenover me in de persoon van onze regerend clubkampioen, (reminder: dit is Dennis). Hij had per mail te kennen gegeven “wel een lekker stukje vlees te lusten”. Ik gewaagde bij de eerste hap nog op te merken dat het vlees misschien wat flauw was. Dat bleek speciaal voor Dennis te zijn gedaan, om het vlees zo dicht mogelijk de natuurstaat te laten benaderen. De clubkampioen viel aan op de maaltijd als een doorgewinterd carnivoor. ‘Een gezonde eetlust’ dekt de lading maar ten dele. Toen hij zijn ovenschotel van alle etensresten had ontdaan, kreeg hij een tweede slede voorgeschoteld. Die werd nog sneller verslonden, mogelijk door gewenning aan bestek. “Nog een toetje?”, vroeg Joost die vertederd toekeek. En ja, dat lustte Dennis wel.

Om de tijd te doden voordat Luuk zou voorrijden, werd er ook nog wat gepokerd. “Voor geld”, merkten Joost en Dennis gelijktijdig op, terwijl ze elkaar even aankeken. Het volstaat te zeggen dat er een verliezer was, twee maakten winst.

Op weg

De telefoon ging. Het was chauffeur Luuk, die met zijn auto cirkels draaide rond het appartement. We liepen naar buiten. De zonsondergang was schitterend. Joost had er oog voor. Dennis ook, nadat ik hem er op wees: “Daar! In de verte!”.

Om hiërarchische conflicten te voorkomen nam ik meteen achter in de auto plaats. Na een tijdje kwam Joost naast me zitten, tot mijn verrassing. Dennis ging voorin zitten. De quasi-nederigheid van een clubkampioen kleeft hem nog niet aan.

De tocht naar Wijchen verliep zonder incidenten, al was de computergeneratie naar mijn idee iets teveel gefixeerd op de Tom-Tom. Wijchen zelf lag echter voor de helft opgebroken, alsof er een metro werd aangelegd of alsof het stadje onder beleg lag van de Spanjolen. Maar op de opgeworpen barricaden was niemand te bekennen. Over kronkelige zanderige weggetjes geflankeerd door een woud aan omleidingsborden ging het kris-kras voort. Het had iets onheilspellends, dit uitgestorven spookdorp, het deed denken aan zombie-films. Alleen de Tom-Tom wierp geruststellende rode pijlen over brede blauwe wegen.

Maar ik moet het onze nerds drie musketiers nageven: Binnen no-time hadden ze het probleem getackled en dit level gekraakt. We arriveerden op de plaats van bestemming, terwijl ik nog bezig was me te oriënteren op de sterren. De ingang vinden van het speelcentrum bleek een lastiger opgave. Links van een winkelcentrum lagen donkere flatjes waar nergens licht brandde. “Misschien is het bij iemand thuis”, opperde voormalig Wunderkind Luuk. Ten antwoord kloste Dennis weg naar rechts en uit het blikveld, alsof het hem niet aanging. Joost koos de middenweg en drukte neus en handen tegen de glazen schuifdeur van het winkelcentrum, maar nee, ondanks volharden was ook dit niet de oplossing voor de stellingsproblematiek. Intussen was Dennis een hoek omgeslagen. We besloten de clubkampioen maar te volgen, en warempel, daar om de hoek opende zich als een visioen voor ons het speelcentrum ‘De Zuiderpoort’. Er kon eindelijk worden geschaakt.

Nog meer problemen

Binnen was het een drukte van belang. Het halve dorp had zich verzameld rondom een schaakopgave op een demonstratiebord. “Wit geeft mat in twee”. Dennis stond ernaar te staren of hij water zag branden. Toen draaide hij zich om: “Heb jij hem ook al?”, meesmuilde hij. Ik deelde hem de oplossing mede. Hij draaide zich weer terug naar het bord en zo liet ik hem achter. Nog enkele malen zou hij later op de avond de gang naar het demonstratiebord inzetten.

Uiteindelijk namen we plaats achter de borden. De clubkampioen werd op 1 gezet, en Joost, de sterkste onder de schakers die nog nooit clubkampioen zijn geworden, op twee. Ik nam plaats op drie en het Wunderkind op vier. Intussen had zich een volgend probleem aangediend. De wedstrijdleider meldde ons dat we twee uur hadden per persoon voor de gehele partij. “Wat gek. Vorig jaar speelden we nog met increment”, merkten wij op. “Ik zeg toch twee uur voor de partij”, was de barse repliek. Wij bleven echter als één man aarzelen, en de wedstrijdleider besloot er toch maar de reglementen op na te slaan, en ja hoor: 1 uur en 50 minuten voor de hele partij met 5 seconden increment per zet. De klokken moesten dus opnieuw worden ingesteld. Ik leunde achterover, benieuwd naar het schouwspel dat zich zou ontvouwen. Hoe zouden de onzen omgaan met deze nieuwe beproeving? Joost kwam nog het dichtst in de buurt van een oplossing, maar stelde steeds de verkeerde increment in. Een gebiologeerde Dennis gelukte het de aan/uit knop te vinden. Het Wunderkind op vier sloeg enkele malen tegen de klok aan, maar toen dat niet het gewenste effect sorteerde, verloor het de interesse. Uiteindelijk was het de tegenstander van Luuk die de klokken op de juiste wijze wist te programmeren.

Strijd

Oja, er werd ook nog geschaakt. Daar kan ik kort over zijn. Joost broddelde zich met wit een weg door de opening, en kwam zo goed als verloren te staan. Ik speelde tegen Hans Quint. Een aardige jongen die ik nog ken van SMB. Desondanks moest ik een felle minachting bedwingen toen hij de zet Lxa6?! uitvoerde en alvast mijn verwachte antwoord …bxa6?! noteerde, terwijl het grote thema van de gespeelde variant juist bestaat in de tussenzet …cxd4!. Maar meer dan het genoegen hem vervolgens noodgedwongen in zijn boekje te zien kliederen beleefde ik niet aan de partij. Een stellingsgelukje (exd6) leverde hem een speelbare stelling op. Intussen was Luuk nauwelijks op problemen gestuit. Gedecideerd en met de hem kenmerkende lucide, ofschoon licht bangelijke stijl bracht hij het eerste punt binnen. Gesteund door deze 1-0 voorsprong boog ik me weer over het bord. Het was stil. Zelfs de klokken tikten niet. Toen werd de stilte verscheurd door iets dat het midden hield tussen vloek en schuttingwoord. De Wijchenaren verstarden bij het aanhoren van deze geëlaboreerde vloek. Het was de vloek “G************************ut!”. Wat ik vreesde werd bewaarheid. Het gevloek was ontstegen aan de lippen van onze clubkampioen.

Consternatie

Misschien was de vloek binnensmonds bedoeld. Feit is dat er een grote zalmtrek ontstond van Wijchenaren die door een onzichtbare hand gedreven koers zetten naar het bord van Dennis. Eenmaal gearriveerd hield de oploop een veilige afstand in acht. Nieuwsgierig blikte men van de stelling naar Dennis en van Dennis naar de stelling. Ik voelde hen denken: “Wat hebben we hier voor vlees in de kuip…” Dennis deed aanvankelijk alsof hij hen niet bemerkte. Maar opeens reikte hij naar zijn nek en trok in één beweging zijn capuchon ver over het hoofd. Naar het broeden daar diep in die capuchon kon men slechts gissen. Na verloop van tijd dropen de Wijchenaren dan ook de een na de ander af. Toen de laatste was afgevloeid kroop Dennis weer uit zijn schulp om een zet uit te voeren. Zijn tegenstander verzuimde de reden van de vloek uit de stelling te lichten. In plaats daarvan knoeide hij een stuk weg. 2-0.

Ikzelf kreeg een zet lang de gelegenheid toe te slaan. Ik verzuimde dat met de lamme redenering dat mijn beoogde krachtzet later ook nog wel mogelijk zou zijn, tenzij wit zijn paard zeer passief zou terugtrekken. De passieve terugtocht bleek echter zeer solide en ontnam me elk tegenspel. Geruggesteund door het ratingoverwicht van 250 punten besloot ik dan maar stoïcijns een pion te laten hangen. Ik ging er vanuit dat Hans de pion niet zou durven nemen. Quint was er echter als de kippen bij en met een onbezorgde uitdrukking werd afgenomen wat van mij was. De holle houtklank waarmee de pion in het doosje viel echode lang na in mijn geest.

Climax

Omdat ik de stelling van Joost als verloren taxeerde, lag een 2-2 in het verschiet. Ik had inmiddels zeeën van tijd verbruikt en was noodgedwongen met noteren gestopt. Hoewel ik er met elke zet 5 seconden bij kreeg, had ik op een bepaald moment nog maar 7 seconden over. Het was toen dat de wedstrijdleider zich opnieuw meldde: “Je moet wel blijven noteren!”. “Ik heb minder dan 5 minuten”, antwoordde ik verbluft. “Dit zijn andere regels!”, kaatste hij terug. Ik reageerde daar niet op behalve door er zetten uit te ranselen die ongenoteerd bleven. Iets later verscheen de wedstrijdleider opnieuw. Hij had het opgezocht: “Het is goed! Je hoeft niet te noteren!”. Nog enige tijd zweefde ik tussen remise en verlies, totdat mij een remiseaanbod werd gedaan dat ik niet kon weigeren. Omdat Joost zich aalglad aan de zwarte druk wist te ontworstelen, eindigde de wedstrijd in een 0,5 – 3,5 overwinning. Vermeldenswaard is nog de doordringende blik waarmee de tegenstander van Joost opgaf en die wij interpreteerden als: “Dit flik je me niet nog een keer”.

Epiloog

De terugweg verliep probleemloos. Onze volgende tegenstander is Zevenaar, uit.

Tot slot voor alle Wijchenaren en Luuk: de oplossing van de tweezet is 1. Kxe3. De prijs kan bij de UVS-voorzitter worden afgeleverd, waarna ik hem wel kom ophalen.

Gewoon voorrijden mag ook. Indien niemand thuis autosleutels deponeren in brievenbus no. 62 s.v.p.

Share

9 reacties

  1. Joost Retera schreef:

    Ik ben toch blij dat ik je heb kunnen overhalen om het stukje te schrijven, Anton.
    Ondanks dat ik erbij was, heb ik toch heel wat zaken (zelfs buiten het schaakbord) gemist… hulde voor het verslag!

  2. Pepijn van Erp schreef:

    Een geweldig verslag! En zo invoelbaar dat het haast wel tot op de letter waar moet zijn, niet dat dat er iets toe zou doen ;-)

  3. Maarten van Rooij schreef:

    “… mogelijk door gewenning aan bestek.” Prachtige bijzin. Ook goed te gebruiken bij snelschaken en doorgeven. Nu ben ik wel weer even kwijt wie nu precies de clubkampioen is. Toch niet het Wunderkind?

  4. Tsjisang Cheung schreef:

    Ja,de holle houtklank. Anton, het is verschrikkelijk. Ik hoor het ook en voel met je mee. Er is niets erger dan dat je ’s nachts wakker wordt en dan merkt dat iets wat van jou was er niet meer is.
    Elke nacht echoot die holle houtklank uit de diepte.

  5. Jan van de Westelaken schreef:

    Ovenschotels en toetjes, kan het eigentijdser? Ik verheug me al op de volgende smulpartij ; )

  6. Luukmaestro schreef:

    “Een stellingsgelukje (exd6) leverde hem een speelbare stelling op” A.K.A. “Ik/Anton zat vervolgens enorm te prutsen aan bord 3 en mocht uiteindelijk blij zijn met een remise”. Verder sluit ik me volledig aan bij dit schitterende verslag!

  7. Jaap Amesz schreef:

    En ik maar doorlezen, tot de partijen in pgn tevoorschijn zouden komen. ;)

  8. Jan van de Westelaken schreef:

    Jaap, zoals goede wijn geen krans behoeft, zo behoeven de stukjes van Anton geen pgn, en al helemaal geen stokvis ; )

  9. Jaap Amesz schreef:

    Goed idee! Wijn met stokvis, vast een goede combinatie los van het schaakbord.

Geef een reactie