Bekerteam uitgeschakeld door HMC Calder

Met een sterk team, bestaande uit Joost Retera, Erik van Heeswijk, Anton van Rijn en Dennis Arts,  vertrok UVS naar Den Bosch om het daar op te nemen tegen een nog veel sterker team van HMC Calder. Vooraf was UVS al niet veel kans toegedicht, maar gezien het korte verslagje van Dennis dat ik via de mail kreeg, was het toch nog wel spannend, of niet!?

Hey P,

Ja, het was eigenlijk nooit spannend. Vanuit de startblokken stond Anton  (z3) eigenlijk al minder. Toen kreeg hij nog een fijne tactic om zijn oren… 1-0 voor de slechte. Anton was er niet blij mee, rest van team natuurlijk ook niet.
Erik (w2) had weinig compensatie voor zijn geofferde pion en Joost (z1) had een gelijke stelling tegen Bosch. Ikzelf kwam matig uit opening maar na 20 zetten had ik een prima stelling.
Rond half elf gaf Anton op en stond ik inmiddels heel erg goed. Erik was aan het schwindlen geslagen en had nog een pion gegeven. Ditmaal had hij ineens wel compensatie voor het geofferde materiaal. Zijn tegenstander dacht er toch echt te simpel over. Joost werd ondertussen langzaam naar een mindere stelling geduwd.
Ik taxeerde ergens verkeerd en werd in mijn tijdnood genadeloos uit getikt. Hield ik best zure smaak aan over. Inmiddels stond Erik gewonnen en kon Bosch eeuwig schaak maken dat Joost niet echt uit de weg kon gaan.
Erik won uiteindelijk nog wel maar de nederlaag was al een feit.

Het had ook net even anders kunnen gaan…

Einde aan het bekeravontuur van UVS dus met een niet eens zo zware nederlaag van 2½-1½.

[UPDATE] Inmiddels op schaaksite.nl een verslag gezien vanuit HMC

Hieronder nog wat foto’s die ik toegespeeld kreeg van de teamcaptain van HMC, René Olthof en ook de partijen.

Erik van Heeswijk nam het op tegen IM Geert van der Stricht

Joost Retera speelde op bord 1 tegen IM Jeroen Bosch

De partijen (ook met dank aan René Olthof).

Share

6 reacties

  1. Maarten van Rooij schreef:

    Regels en zo… Claimen? Ik zeg DOEN!
    In het verslag van HMC is René Otlhof aan het woord. Hij is de teamleider. Hij merkt terecht op dat een teamleider vooral niet in de weg moet lopen. Maar nu krijgt hij een klusje: Dennis Arts had zijn tegenstander remise aangeboden. Die tegenstander gaat naar de teamleider en vraagt of hij remise mag aannemen. Volgens mij mag de teamleider dan alleen op basis van de stand adviseren om remise aan te nemen of niet. Wat hij m.i. NIET mag doen is de stelling analyseren en vervolgens zeggen dat de speler door moet spelen. Dat is namelijk informatie geven over de stelling. En dat mag niet. Die regels zijn streng (denk maar aan de telefoonregel – één signaaltje is al voldoende om partijen reglementair te verliezen!).
    Maar wat doet de teamleider? Hij gaat de stelling van zijn clublid analyseren en geeft hem te verstaan dat hij door moet spelen. De weifelende speler gaat nu vol vertrouwen achter het bord zitten (de teamleider heeft namelijk een paar honderd ratingpunten meer…) en vindt in een moeilijke stelling een paar goede zetten en wint ten slotte.
    Volgens mij worden hier regels met voeten getreden en kan UVS de winst claimen. Gelukkig hebben we een aantal regelspecialisten bij UVS: Jan, Pepijn en Joost – wat vinden jullie?

  2. Pepijn van Erp schreef:

    Op het forum utrechtschaak.nl staat inmiddels ook al een hele discussie (in het draadje over spelregels) over dit “vals spel”, ingezet door Dimitri Reinderman. René Olthof heeft inmiddels ook gereageerd op de “beschuldiging”, maar heeft mijns inziens wel een plausibel verhaal.

  3. Jan van de Westelaken schreef:

    Een begrijpelijk standpunt, maar als iemand beweert dat regels met voeten worden getreden, kunnen we die regels er maar beter even bij pakken:

    Artikel 33
    Een teamleider heeft het recht de spelers van zijn team te adviseren een remiseaanbod te doen of aan te nemen en ook een partij op te geven. Hij dient zich tot uitsluitend korte informatie te beperken, alleen op basis van omstandigheden die betrekking hebben op de wedstrijd. Hij mag een speler adviseren “bied remise aan”,”neem remise aan”, of “geef de partij op”. Als hem bijv. door een speler wordt gevraagd of hij remise zal aannemen, moet de teamleider antwoorden met “ja”,”neen” of de beslissing aan de speler zelf overlaten.
    De teamleider dient zich echter te onthouden van elke bemoeienis gedurende het spel. Hij mag geen speler inlichtingen over de positie op het schaakbord geven. Ofschoon er in een teamwedstrijd een zekere mate van loyaliteit t.o.v. het team is, die uitgaat boven de eigen partij, is een schaakpartij in principe een wedstrijd tussen twee spelers. Om die reden moet een speler de uiteindelijke zeggenschap hebben over het verloop van zijn eigen partij. Hoewel het advies van de teamleider voor de speler zwaar dient te wegen is de speler absoluut niet verplicht de raad aan te nemen. Evenzo kan de teamleider niet namens een speler handelen over de partij zonder voorkennis en toestemming van deze speler.

    Des Pudels Kern is uiteraard de zinsnede ‘alleen op basis van omstandigheden die betrekking hebben op de wedstrijd’. Zoals René Olthof al zei: ‘welke omstandigheden hebben meer betrekking op de wedstrijd dan de stand op de borden?’ Uit de zinsnede valt niet af te leiden dat een teamleider zich geen eigen oordeel mag vormen over de stelling van de betreffende speler en dat hij dat niet kan laten meewegen bij zijn korte antwoord. Het is hem alleen verboden ‘inlichtingen over de positie op het schaakbord [te] geven’, bijvoorbeeld in de trant van ‘Nee, want je staat duidelijk beter’. De positie op de borden is echter wel degelijk van belang voor zijn advies, en niet enkel de tussenstand op het uitslagenformulier (dat elke speler trouwens ook geheel zelfstandig zou kunnen raadplegen). Zolang het reglement de teamleider deze bevoegdheid geeft en de teamleider zich tot de genoemde korte adviezen beperkt, ontbreekt mijns inziens elke basis voor een claim.

    By the way, wel een draak van een reglementartikel, dat op een gekunstelde manier probeert twee tegenstrijdige uitgangspunten te verzoenen. Het lijkt te willen uitdrukken dat een externe teamwedstrijd toch net iets meer is (of zou moeten zijn?) dan een optelsom van acht, zes of vier verschillende wedstrijdjes, maar moet tegelijkertijd erkennen dat dat eigenlijk niet zo is. Meteen schrappen.

  4. Pepijn van Erp schreef:

    Ik citeer Jan even: “Het is hem alleen verboden ‘inlichtingen over de positie op het schaakbord [te] geven’, bijvoorbeeld in de trant van ‘Nee, want je staat duidelijk beter’. De positie op de borden is echter wel degelijk van belang voor zijn advies, en niet enkel de tussenstand op het uitslagenformulier”

    en dan is deze situatie toch wel een beetje vreemd. Uit het verslag valt op te maken dat René dacht dat de overige drie borden minstens 2 punten op zouden leveren (partij Anton gewonnen voor HMC, partij Erik positief voor HMC en bord 1 alles onder controle). Het advies ‘doorspelen’ kan volgens de puristen eigenlijk alleen maar opgevat worden als ‘een half punt is waarschijnlijk niet voldoende voor het beste resultaat waar het team nu op af kan stevenen’. In dit geval was dat niet aan de orde (in ieder geval in het hoofd van René) en was het dus wel degelijk een advies op basis van die individuele partij (stelling+tegenstander+tijdverbruik).

    Blijft staan dat als een teamcaptain zijn overwegingen niet de wereld inslingert het onmogelijk is om te controleren wat de overwegingen waren en dus is het reglement overbodig (of zou het opgesteld zijn om combines tussen landen te voorkomen bij Olympiades e.d.?)

  5. Maarten van Rooij schreef:

    Ik vind de verdediging van Olthof niet sterk. De verwijzing naar de FIDE-reglementen wel.
    Tijd om iets te doen met deze vreemde regel? We zouden een formele claim in kunnen dienen. Leuke case. Toch? Of zijn we daarvoor te laat? @Jan – weet jij dat?
    Ik wil graag nogmaals verwijzen naar de telefoonregel – dat (een telefoon die overgaat) is toch veel minder informatie dan een teamleider die (desnoods betekenisvol knikkend of het hoofd moedeloos schuddend) een speler adviseert?

  6. Pepijn van Erp schreef:

    Misschien dat René in het verslag het gewraakte stukkie tekst even kan vervangen door het volgende, dan zeuren we nergens meer over:

    Komt David opeens met de vraag wat ie moet doen met het remiseaanbod van zijn tegenstander. Tsja, normaal gesproken zou ik zeggen, pakken dat halfje in zo’n stelling. Geen twijfel aan, wat een beroerde stelling. Maar … op bord één heeft Bosch nog niet echt een deuk in het bekende pakje boter kunnen slaan. Op twee staat die van der Stricht natuurlijk huizenhoog gewonnen, maar ik voel aan mijn water dat die van Heeswijk onze Belg toch nog gaat verschalken en dat punt op drie is natuurlijk ook nog niet binnen. “Nee, het spijt me David, je zult ijzer met handen moeten breken en voor het volle punt moeten gaan. Doe het voor het team! Je kunt het! Die arme stakker van een Dennis met 200 punten minder fop je zometeen nog wel!

Geef een antwoord