Een spannend verhaaltje over UVS 4

Afgelopen maandagavond was de avond waarop er, om het in goed Nederlands te zeggen, een Vorentscheidung zou kunnen vallen in de strijd om het kampioenschap in klasse 3F. Wij traden aan tegen koploper Pion 4, dat een punt boven ons stond. Bij verlies zouden ze buiten ons bereik komen, bij winst waren we bijna kampioen.

De koppies stonden derhalve strak. Theo was zelfs ziek. Maar een echte schaker is nooit ziek en hij ging dan ook gewoon achter de witte stukken aan bord zes zitten en won. Daarna ging hij linea recta weer richting zijn bed.Ik kon hem nog net een kort commentaar ontfutselen: “Ik kwam slecht uit de opening, maar daarna heb ik voor mijn gevoel gewoon steeds de beste zet gedaan”. Volgens mij herken je daaraan het ware talent.

Ondertussen was de lichaamstaal van Thei aan het veranderen. Beheerste controle had plaatsgemaakt voor hoofdschuddend walgen. In  superieure stand was hem een grafzet ontglipt, die een paard kostte. Hij speelde nog wel door, maar liet iedereen weten dat hij compleet verloren stond.

Niet veel later gaf Harry op. Lang leek het erop dat hij de stelling gesloten zou kunnen houden, maar zijn tegenstander kwam er ineens toch doorheen en Harry verloor toen ook nog een stuk. Wat voor stuk doet er ook eigenlijk helemaal niet toe.

Het liep tegen elf uur en het zag er niet best voor ons uit. Kopman Ruud sprak mij tijdens het rondbanjeren aan. Hij zei dat het op hem en mij zou aankomen, omdat alle andere partijen die nog bezig waren, verloren zouden gaan. Ik zag het ook: Bart aan twee stond een sloot pionnen achter en streed een hopeloze strijd terwijl Thei op een wonder bleef hopen. Ruud zelf stond goed en zou zeker gaan winnen, mijn stelling was ongeveer in evenwicht.

Niet lang hierna sprak ik Bart, die inmiddels had opgegeven. Na zijn gal te hebben gespuwd over zijn verkeerde voortzetting, de pech dat hij weer een sterke tegenstander had getroffen en het rare feit dat hij in januari en februari altijd slecht speelt, toonde hij zich een groot psycholoog. Hij zei: “ik heb vertrouwen in je”. Ik had hem namelijk verteld dat ik niet zag hoe ik mijn gelijke stand zou moeten winnen.

Gesterkt door mijn teamgenoten ging ik weer zitten om even te wennen aan de gedachte tot het gaatje te moeten gaan om een gelijkspel voor ons uit het vuur te slepen. Tot dan toe was het namelijk een genoeglijk avondje geweest. Mijn tegenstander was een vriendelijke oude baas die mij eerder op de avond vroeg hoe die man aan de andere kant van de zaal ook alweer heette. Sytema,ja, die kende hij nog van 40 jaar geleden. Ook wilde hij weten wat een consumptie kostte. Deze vraag had Theo voor mij beantwoord (hangt er vanaf wat je neemt), omdat ik op dat moment diep in de denktank zat. De man wierp mij vervolgens vijf euro toe met de vraag of ik, wanneer ik er klaar voor was, voor hem een cassis en wilde halen en iets voor mijzelf. Hij kon dat niet meer vanwege reumatische klachten . Toen ik de missie even later had volbracht, bleek hij heel sportief mijn klok te hebben stilgezet. Hij zette hem weer aan met de woorden: “we spelen niet op het scherpst van de snede vanavond”.

Dat deden we vanaf nu dus wel.

Mijn strategie was simpel: compliceren, stukken erop houden, actief spelen, waar mogelijk een Topalovje lanceren en met nog vijf minuten op de klok schakelen naar de vluggermodus. Rond ons bord werd het steeds drukker. Tevreden, zelfverzekerde gezichten bij de Pion-spelers, tussen hoop-en-vrees-gezichten bij mijn teamgenoten. Maar toen, ineens, zag ik geen gezichten meer. Ik had alleen nog maar oog voor de stukken op het bord en hun dynamische dans in cirkels, diagonalen, horizontalen en verticalen. De keuzes tussen slaan en bukken leken op een hoger niveau te worden gemaakt. De stukken leken bezield. Ik zat in een flow. Heel even werd de flow onderbroken toen ik zijn dame won. Toen hij twee zetten later de mijne nam, was alles weer in orde. Een snelle blik op de klok, nog minder dan een minuut. Ik zat in een flow. Het mat was niet ver. En toen kwam die hand. 3-3

Share

Geef een antwoord