Winst voor UVS1 tegen HMC 3

We gingen goed van start tegen een bijna geheel vernieuwd HMC 3. Er zijn dit seizoen een aantal ‘jeugdtalenten’ van het voormalige ’talententeam D4′ naar HMC gekomen, die we nu dus alsnog tegenkwamen. Zo speelde Joost Retera op bord 1 tegen Lars Vereggen, in 2009 Nederlands kampioen t/m 12 jaar en inmiddels al weer een paar goede toernooiprestaties verder. Maar tegen het degelijke schaak van Joost had ie deze keer toch weinig in te brengen. Joost pakte een groot ruimtevoordeel en offerde, geheel tegen zijn normale spel in, een pionnetje. Zwart kon zijn stukkenkluwen niet ontwarren en ging op het einde grof materiaal verliezen. Het eerste punt voor UVS was binnen!


Daarmee was Joost net wat eerder klaar dan ikzelf op bord 6. Mijn tegenstander had blijkbaar net een carrièreswitch van e4- naar d4-speler ingezet en was al snel ‘out of book’ en begon veel tijd te gebruiken.

Vreemd genoeg koos hij wel voor een vlijmscherpe bestrijdingswijze van de half-Slavische verdediging en we volgden tot zet 12 een partij uit het Hoogovens toernooi 2002 tussen Gelfand en Lautier. Die partij had ik blijkbaar wel redelijk geanalyseerd, want ik kon me redelijk voor de geest halen waar Lautier het toen fout deed.
Mijn tegenstander week van die partij af met het nieuwtje 13.Pb5xd6+ en na De7xd6 hadden we nevenstaande stelling op het bord. Ik had me een paar zetten eerder nog afgevraagd wat er ook weer volgde op het voor deze variant thematische stukoffer Pxf7, maar zag al snel dat het niet deugde.
Ik was dan ook nogal verbaasd dat wit hier toch 14.Pxf7? uitvoerde. Misschien had het ermee te maken dat hij de stelling al niet meer zag zitten, hij had nog 35 minuten over (terwijl ik net een kwartiertje had gebruikt) en vertelde me achteraf dat hij helemaal geen idee had waarop hij moest spelen na het normale 14.exd4.


stelling na 13… Dxd6

Het paardoffer moet zwart aannemen en na 14… Kxf7 15.Dg6+ Ke6 blijkt de koning redelijk safe te staan voor het moment. Er zijn nu verschillende voortzettingen voor wit, maar het levert allemaal weining op. De partij ging verder met 16.Ld3 Pe5! (deze zet zag ik rond zet 12 al toen ik zat te denken wat er ook weer moest komen op een eventueel Pxf7) 17.Lf5+ Ke7 18.Dxg7+ Pf7 alles staat gedekt en wit heeft eigenlijk niets voor het geofferde stuk. Er volgde nog 19.Lg6 Le6 20.Lxf7 Lxf7 en nu wordt de dame al bijna gevangen met Tag8. Wit moest dameruil toestaan met 21.Dg3 maar de rest van de partij had mijn tegenstander zich kunnen besparen, na 21… Tag8 22.Dxd6+ Kxd6 23.Txg8 Txg8 24.exd4 Tg1+ staat wit natuurlijk compleet verloren. Hij gaf echter pas op zet 40 op.

Maarten van Rooij had op bord 8 ook een makkelijke middag. Al snel na de opening kon hij zijn tegenstander een lelijke verzwakking van zijn koningstelling bezorgen. En toen ging Maarten eens een keer niet als een dolle te keer om het punt binnen te halen, maar bouwde rustig zijn aanval op. En zijn tegenstander gaf met nog 2 minuten op de klok op in een hopeloze stelling, die materieel nog gelijk stond. Had Maarten toch nog wat geleerd van zijn nederlaag voor UVS 2 in de vorige ronde?

We stonden dus met 3-0 voor en een grote overwinning leek tot de mogelijkheden te behoren. Arie van den Hurk was na een lange theoretische openingsvariant in een stelling beland met pion minder, maar met goede compensatie volgens de boekjes. Dat leek mij ook wel, toen ik die stelling bekeek. Anton van Rijn had op bord 3 een vrij ingewikkelde stelling waarin alles nog mogelijk leek. Luuk Peters kwam in de opening met de schrik vrij en had inmiddels een wat betere stelling bereikt en kon ook op winst spelen.
Alleen Dennis Arts stond wat minder en bij Pim Haselager  leek het snel verkeerd te gaan op bord 2. Die stond vrij snel aangekrant (dat woord houd ik erin, Marcel!), maar Pim was naar zijn teamgenoten nog verdacht optimistisch. Misschien dat hij nog vrolijk werd van de inventieve verdedigingen die hij op het bord wist te toveren. Hij werd echter  nog voor tijdscontrole uit zijn lijden verlost:

Dennis ging er even later ook af. Zijn voorspelling dat hij niet zonder dames kon spelen, kwam helemaal uit, maar waarom dan geruild na 1.d4 d6 2.g3 e5 3.dxe5 dxe5 4.Dxd8+? Die dameloze middenspelen zijn inderdaad lastiger dan menigeen denkt (zie ook de analyse van de partij van Erik van Heesijk uit de vorige ronde) en het moet je een beetje liggen. Wat bij Dennis dus duidelijk niet het geval was.

De stand was nu dus 3-2 geworden, maar de overwinning leek niet in gevaar. Arie had zijn pion teruggewonnen en stond positioneel een stuk beter wat even later resulteerde in pionwinst en afwikkeling naar een eenvoudig gewonnen eindspel.

Bij Luuk leek de overwinning ook binnen handbereik nadat zijn tegenstander onnodig een pion verspeelde in de nevenstaande stelling. Luuk speelde 28.Pb5 en nu speelde zwart 28… Ka6? Na 28… Kb8 29.Txc8+ Txc8 30.Txc8+ Pxc8 staat zwart ook slechter (31.h4 is denk ik sterk), maar nu verloor ie gewoon een pion: 29.Txc8 Txc8 30.Txc8 Pxc8 31.Pc7+ Ka5 32.Pxd5 Pd6 en dit leek mij niet al te moeilijk in winst om te zetten. 33.h4 of g4 lijken goede zetten.

Anton gind even voor de echte tijdnood de fout in. Hij speelde in de diagramstelling 30.Kg4? waar 30.Kg2 aangewezen was.
Het verschil met de partij wordt duidelijk uit de variant 30.Kg2 Lxd4 31.Lxd4 Pb3 32.Tb1 en er is niet zoveel aan de hand. Misschien is het voor zwart beter om 30… Ph4+ te spelen, maar dat lijkt ook wel speelbaar voor wit na 31.Kh1.
In de partij kwam 30… Lxd4! 31.Lxd4 Pb3 en Anton zag hier misschien al wat er mis ging. 32.Tb1 gaat nu niet 32… Tc4 en wit verliest een vol stuk vanwege de penning over de 5de rij. Na 32.Lxb6 Td6 verliest wit ook materiaal 33.a5 Pxc1 34.Txc1 d4 en het was tijd om op te geven.

Arie’s tegenstander wist van geen opgeven en pas toen Arie afwikkelde naar een allereenvoudigst pionneneinspel gaf zijn tegenstander op.

Nu was het alleen wachten op de uitslag van de partij van Luuk. Die had zich behoorlijk verslikt in het eindspel en had de stelling dichtgeschoven.
De stelling hiernaast (na 47…Pe8) bleef over en die is niet meer te winnen met goed spel. Zolang zwart zijn h-pion maar niet weggeeft en de stelling dicht houdt. De witte koning kan de steling niet inlopen. (grappig: computerprogramma’s zien niet dat deze stelling remise is en geven gewoon groot voordeel voor wit aan.)
Wit kan zijn d-pion inruilen voor de zwarte f-pion, maar dat levert ook niets op, en er is geen manier op de zwart b-pion te pakken te krijgen.
Luuk probeerde nog 48.d5 Pf6 49.Pg7 Kc5 50.Pxf5 Kxd5 51.Pd4 Kc5 en nam toen maar genoegen met remise. De witte pluspion op f2 is betekenisloos.

De uitslag werd dus 4½-3½ in ons voordeel.

Share

Geef een antwoord