Beetje geluk helpt tegen Geleen

De vierde ronde in de KNSB-competitie bracht ons tegen Geleen. Het voelde toch een beetje als een uitwedstrijd om te spelen in de Klokkentoren en ik gooi het daar maar op dat het allemaal een beetje stroef begon. Het was nogal warm in de zaal, behoorlijk rumoerig door een deur die elke keer als die in het slot viel een groot kabaal maakte en ook het ‘nokia-incident’ bij Klaus deed mijn concentratie in ieder geval niet veel goed.
Zo kort na de opennig waren er denk ik maar twee spelers echt tevreden over hun stelling. Luuk Peters had een redelijk makkelijke middag op bord 8 tegen Rudi Seip en overspeelde hem volledig. Zwart wist hoegenaamd geen tegenspel te creëren en zou uiteindelijk iets voor vijf uur door zijn vlag gaan. Pim Haselager speelde aan bord 5 en kreeg een Keres aanval te verwerken. Hij ving die veerkrachtig op en had in ieder geval geen enkel nadeel. Vervolgens kon hij rustig op zoek gaan naar eigen kansen op aanval.

Bij de andere spelers zag het er allemaal wat minder rooskleurig uit. Anton van Rijn had een beetje vage stelling met zwart op bord 3, wel een pion meer op een gegeven moment, maar of ie nou echt goed stond kon ik niet zo snel beoordelen. Joost Retera was in een ingewikkelde theoretische variant van de Caro-Kann beland en leek compleet overspeeld te worden. Erik van Heeswijk moest het op bord twee opnemen tegen de Duitse IM Thomas Henrichs, die beschikt over een rating van maar liefst 2521. Wat zo iemand in de derde klasse te zoeken heeft, is mij een beetje een raadsel. Na de openingszetten 1.d4 d6 2.c4 e5 3.dxe5 dxe5 werden dames geruild en kon het lange geschuif in een dame-loos middenspel beginnen. De partij ging vanaf dat moment een beetje heen en weer.
Arie van den Hurk speelde op bord 4 met wit tegen Jack Renet en kreeg diens lijfvariant op het bord (1.d4 g6 2.c4 Lg7 3.Pc3 d6 4.e4 f5!?), die Anton een vorige keer ook moest bestrijden. Arie gebruikte weer eens veel te veel tijd en ik zag het somber in voor hem. Bij Dennis op bord 7 leek het het snelste mis te gaan. Tegen ‘de man met de hoed’ deed Dennis het in de opening een beetje nonchalant en moest al redelijk snel een pion inleveren, vage rommelkansen waren het enige waar Dennis het nog van kon hebben. Ikzelf was op bord 6 tegen Marcel Frenken in een variant van de Keres-aanval beland die ik niet kende en raakte al snel het spoor bijster en verbruikte ook veel tijd. Ik stuurde aan op een stukoffer, maar mijn tegenstander pareerde al mijn snode plannen en kwam steeds beter te staan.
Nou ja, dus halverwege de wedstrijd dacht ik hooguit aan een eindstand van 3½-4½ in ons nadeel. Gelukkig kregen we aan een aantal borden wat geluk toegeworpen.

Arie was als eerste klaar en verloor inderdaad in tijdnood, maar zijn stelling was ook niet meer om aan te zien. Even later moest Joost zich tevreden stellen met remise door eeuwig schaak. Zijn tegenstander had eerder een winst gemist en Joost leek het nog even te gaan winnen. Er zat nu in ieder geval niet meer in dan de remise volgens beide spelers, wat dus eigenlijk al een meevaller was voor ons. Helemaal snap ik dat niet, maar misschien is de slotstelling die ik had genoteerd wel niet correct ;-)

Luuk haalde het eerste volle punt voor UVS1 binnen, zijn tegenstander haalde de tijdscontrole niet. Na de tijdscontrole waren er dus nog vijf borden bezig.

Bij Pim had zich weer van alles afgespeeld waar de toeschouwers niet van begrepen. Eerst leek Pim zijn tegenstander mooi weg te spelen in een eindspel met T+L tegen T+L (ongelijke lopers) en een handvol pionnen voor beide spelers. Toen ik even later keek, was de stelling echter volstrekt niet meer onder controle en vreesde ik even dat zelfs een remise niet meer makkelijk te houden was.
Als ik het goed heb, staat hiernaast de stelling na 42… Th5. En hier staat wit toch gewoon een tikkeltje beter of mis ik nou wat?

Dennis had goede zaken gedaan voor de tijdscontrole en had opeens een eindspel met een pion meer!? Hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen is mij ontgaan, jammer was alleen dat de stelling met ongelijke lopers potremise was. Jammer? nou ja in ieder geval was er weer een halfje bij op een bord dat ik eigenlijk al had afgeschreven. Het zou weer spannend worden in de wedstrijd, nu hadden we weer goede vooruitzichten op een resultaat, want Anton won zijn partij even later.

Leo Armino-Pim Haselager
stelling na 42… Th5

Bij mij viel de genadeklap kort na de tijdscontrole. Ik was een stuk tegen pion kwijtgeraakt, maar de stelling was nog niet een-twee-drie gewonnen voor zwart. In de diagramstelling hiernaast had ik net 45.a4 gespeeld. Als die pion verder kan lopen heb ik misschien nog wat tegenkansen, want zwarts stukken staan wat ongelukkig.

Mijn tegenstander dacht nu eens diep na en kwam uiteindelijk met de precies uitgerekende afwikkeling: 45… Pxa4! 46.Txa4 Txb2+ 47.Kc1 Tbc2+! een belangrijk tussenschaakje 48.Kb1 Tcg2 en vanwege de matdreiging verlies ik nu ook de pion op h3.
Ik probeerde nog wat aan te rommelen in de vage hoop iets met een dolle toren op het bord te toveren, maar daar was natuurlijk geen sprake meer van.

We hadden nog anderhalf punt nodig voor de winst en daarvoor moest Erik remise houden en Pim alsnog winnen, want bij mij was de nederlaag inmiddels onafwendbaar geworden. Bij Erik stond het na de tijdcontrole het diagram hiernaast op het bord.

Geen makkelijke stelling voor wit, maar Erik wist dit toch maar mooi remise te houden. De computer vindt de stelling na enige tijd rekenen toch ook wel in evenwicht en komt bijvoorbeeld met de variant 41.c5 Txg3+ 42.Kf5 Txh3 en dan houdt wit remise met 43.Td6+ en verder schaakjes op de 6e rij met de toren. De zwarte koning kan niet naar a7 lopen, want dan komt Tb7+ en Txh7.

In de partij ging het iets anders, maar werd de vrede ook redelijk snel getekend.


Erik van Heeswijk – Thomas Henrichs
stelling na 40… Kd7

Pim had intussen een toreneindspel op het bord gekregen met allebei een pion. Zijn tegenstander, Leo Armino, was blijkbaar net zo bevreesd voor toreneindspelen als onze Ruud van de Plassche, want hij speelde alsof ie enorm aangekrant stond. Eerst verloor hij zijn pion, wat misschien niet eens nodig was. Het was nog steeds potremise, maar hij was blijkbaar niet op de hoogte van de standaardaanpak en verloor veel tijd. Op een gegeven moment was het voor mij wel duidelijk dat Pim op tijd zou gaan winnen.
Er was nog even gedoe over een claim net voor de vlag viel, maar ook de FIDE-regels met betrekking tot het versneld beeindigen van de partij waren niet bekend bij Pims tegenstander. Hij wilde nog iets claimen op grond dat ergens in de slotfase driemaal dezelfde stelling op het bord zou hebben gestaan, maar dat kan natuurlijk helemaal niet op die manier geclaimd worden. Het enige waar je claim op gebaseerd kan zijn is dat je tegenstander zonder echt op winst te spelen jou door de vlag jaagt, maar ook dat is een weinig geloofwaardige claim als je nog maar drie seconden over hebt.

Dat punt was dus ook enigszins een gelukje en de winst was nu binnen zodat ik rustig mijn compleet verloren stelling kon opgeven.

Eindstand 4½-3½

Share

4 reacties

  1. Marcel Verstappen schreef:

    Mooie mazzel een keer. Heb je misschien ook een foto van Pims tegenstander; ben heel benieuwd hoe iemand eruit ziet als hij ‘aangekrant’ is… :~)

  2. Pepijn van Erp schreef:

    @Marcel: haha, ik kom er nu achter dat de term ‘aangekrant’ alleen maar in de schaakwereld gebruikt wordt: geeft in Google maar 151 hits en bijna allemaal schaakgerelateerd ;-) Zal nog wel even duren voor het de Dikke van Dale haalt dus.

  3. Joost Retera schreef:

    Ik ben wel benieuwd wat jij dan als eindstelling bij mij had, Pepijn. Ik hoop niet dat ik iets simpels gemist heb.

  4. Pepijn van Erp schreef:

    @Joost: ik denk dat ik wits laatste zet gemist heb. Ik neem aan dat hij de loper op e4 sloeg als laatste zet?! Laat het vanavond nog maar eens zien ;-)

Geef een antwoord