Geen salonremise

Mijn partij in de tweede ronde tegen De Drie Torens was betrekkelijk kort en eindigde vredig, maar vergde vooral van mijn kant veel rekenwerk en was zeker geen salonremise.

Wit: Ruud van de Plassche    Zwart: Rick van Looy

Ik speelde met wit mijn geliefde Spaans. Na een variant waarin eerst ik (ik kan al die theorie niet meer onthouden) en toen mijn tegenstander niet helemaal het juiste pad koos, stond na de dertiende zet van zwart de nevenstaande stelling op het bord.

De aangewezen zet was hier simpel 14 Pxd4, waarna wit de pion weer terug heeft en zwart na 14 – Pxd4 15 Dxd4 voor forse ontwikkelingsmoeilijkheden staat. De loper op c8 heeft geen goed veld (15 – Lb7? 16 Pc5), maar zolang die niet ontwikkeld is moet zwart oppassen voor allerlei tactische wendingen, bijvoorbeeld 14 – Te8? 15 Pf6+ en zwart verliest de dame of gaat mat. Ik meende het echter mooi te moeten doen door direct op koningsaanval te spelen en speelde 14 Pfg5?! Ik had vooral rekening gehouden met 14 – h6 waarop ik 15 Dh5 van plan was. Zwart kan dan niet op g5 slaan vanwege Pxg5 met mat of dameverlies, op 14 – Lf5 volgt 15 Pxf7! en op 14 – Ld7 het bijzonder leuke 15 Dg6!met opnieuw mat of dameverlies. Rick speelde echter simpel 14 – Lf5, waarop ik 15 Pg3 had willen spelen maar bij al mijn fantastische vooruitberekeningen had overzien dat ik daardoor mijn dekking van het paard op g5 opgeef, dat dan simpelweg door de zwarte dame geslagen wordt. Een forse teleurstelling, want ik moest wel aanval behouden tegen die d4-pion.

Na lang nadenken speelde ik 15 h2-h4, waarop zwart antwoordde met 15 – h6. Nu leek mij 16 Pg3 niets op te leveren, al had ik na 16 – Df6 17 Pxf5 Dxf5 nog het fraaie, door René ten Bos aangegeven 18 Pe6 kunnen spelen met mooie aanvalskansen, maar zwart speelt in plaats van Dxf7 op de zeventiende zet simpel hxg5, waarna wit na 18 Df3 gxh4 twee pionnen achter staat en daar nauwelijks nog aanvalskansen tegenover kan stellen.
Daarom speelde ik 16 Dd1-f3 (Dh5 levert niets op). Na 16 – Lh7 17 Pxh7 Kxh7 18 Pg5+ zou zwart zijn dame verliezen; hij moet de dodelijke loper op b3 neutraliseren en speelde 16 – Le6.

Slaan op e6 levert niets op: 17 Pxe6 fxe6 18 Dg4 Pc4 en wit heeft nauwelijks aanval meer en staat een verschrikkelijke centrumpion achter. Maar toen zag ik het mooie 17 Dd3! Het punt is binnen, dacht ik. Na bijvoorbeeld 17 – Pc4 volgt Pf6+ en mat, en na 17 – hxg5 18 Pxg5 g6 19 Pxe6 fxe6 20 Txe6 wint wit het stuk terug terwijl de zwarte stelling een ruïne is geworden.
Helaas voor mij kon mijn tegenstander simpelweg de loper terugspelen: 17 – Lf5. De enige manier om de aanval voort te zetten is 18 g4, maar dan neemt zwart na 18 – Pe5 19 Dxd4 Tae8 de aanval over, zodat mij niets anders restte dan met 18 Df3 op zetherhaling in te gaan.

En dat na anderhalf uur diep nadenken van mijn kant. Maar toch een leuke partij, en we wonnen daarna met 5-3, om nog maar te zwijgen van het feestmaal dat ons wachtte (boing).

Share

Geef een reactie