Dagelijkse puzzel

Recente reacties

  • User AvatarKlaus Wüstefeld { Ontzettend leuke partijen van ons team! o.a. ook het stukje partij van Rob aan het... } – 19 okt 2017 13:04
  • User AvatarRuud van de Plassche { Fraai geschreven partijverslag, Bert-Jan. En dat zijn de mooiste overwinningen! Gefeliciteerd. } – 18 okt 2017 19:16
  • User AvatarJoris Leijten { Maarten/ Indeler, De data voor tweede periode kloppen niet! ronde 1 is 17 oktober (is... } – 18 okt 2017 09:37
  • User AvatarKlaus Wüstefeld { Theo, ik zag achteraf, dat jouw partij en het verslag uit Voorst niet met elkaar... } – 16 okt 2017 15:07
  • User AvatarTheo Felet { Ben bang dat ik de verkeerde partij heb opgestuurd. Sorry daarvoor :-) } – 16 okt 2017 13:03
  • User AvatarTheo Felet { Nee zo ging mijn partij niet.Zal van de week als ik thuis ben mijn partij... } – 16 okt 2017 13:01

OSBO

OSBO Competitiereglement april 2015

HOOFDSTUK 1 – ALGEMEEN

Artikel 1

Dit reglement geldt voor de ingevolge van de Statuten van de Oostelijke Schaakbond (hierna te noemen OSBO) in elk seizoen, lopend van 1 september tot en met 31 juli daarop volgend, tussen teams van verenigingen te organiseren competitiewedstrijden.

Artikel 2

1. De algemene leiding van de in artikel 1 bedoelde wedstrijden berust bij de competitieleider van de OSBO.
Hij is belast met de uitvoering en handhaving van dit reglement en beslist in alle geschillen en onvoorziene gevallen, welke zich ter zake mochten voordoen.
2. Bij ontstentenis van de competitieleider wordt zijn functie waargenomen door één of meer door het bestuur van de OSBO aan te wijzen plaatsvervangers.
3. De uitslagen van alle gespeelde partijen worden doorgegeven aan de Ratingcommissie van de KNSB.
4. Bij het niet nakomen van verplichtingen of het overtreden van regels uit dit reglement kan de competitieleider een boete opleggen, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering.

Artikel 3

1. Tegen een op grond van artikel 2 lid 1 genomen beslissing kan (kunnen) de belanghebbende vereniging(en) in beroep gaan.
2. Een beroep moet schriftelijk, met redenen omkleed, binnen 14 dagen nadat de beslissing de vereniging(en) heeft bereikt, worden ingediend bij het bestuur van de OSBO. Het bestuur is, met uitzondering van het onder lid 3 bepaalde, verplicht een beroep tegen zijn beslissing(en) in wedstrijdgeschillen onverwijld naar de Commissie van Beroep (zie aanhangsel bij dit reglement) door te leiden. Afschriften van het beroepschrift dienen gelijktijdig aan de competitieleider en aan de betrokken verenigingen gestuurd te worden. Het beroepschrift dient vergezeld te gaan van een bedrag waarvan de
hoogte door de Algemene Ledenvergadering is vastgesteld. Bij toewijzing van het beroep wordt dit bedrag terugbetaald.
3. Indien een geschil naar de opvatting van het bestuur zijn beleid betreft, geeft het bestuur binnen veertien dagen na het indienen van het beroep dit aan de appellant en aan de rechtstreeks bij het geschil betrokken tegenpartij te kennen en leidt hij het beroep niet door aan de Commissie van Beroep. Het bestuur legt het geschil voor aan de Algemene Ledenvergadering, die een bindende uitspraak doet.

HOOFDSTUK II – HET DEELNEMEN AAN DE COMPETITIE

Artikel 4

1. Jaarlijks vóór een door het bestuur van de OSBO vast te stellen datum dienen de verenigingen aan de competitieleider van de OSBO een opgave te verstrekken van het aantal teams, dat aan de OSBO-competitie gaat deelnemen.
2. Uiterlijk de vrijdag voor aanvang van de eerste competitieronde dienen de verenigingen per team de namen en bondsnummers aan de competitieleider op te geven. Het lager genummerde team geldt daarbij als het hogere team.
3. Teams kunnen in de derde en vierde klasse als jeugdteam worden opgegeven, mits de in lid 2 van dit artikel bedoelde spelersopgave van dat team tenminste respectievelijk vier en drie jeugdspelers telt. Een jeugdteam heeft de verplichting om elke wedstrijd tenminste drie jeugdspelers op te stellen.
Teams kunnen in de tweede en eerste klassen als jeugdteam worden opgegeven, mits de in lid 2 van dit artikel bedoelde spelers van dat team tenminste vijf jeugdspelers telt. Een jeugdteam heeft de verplichting om elke wedstrijd tenminste vier jeugdspelers op te stellen.
Een jeugdspeler is een speler die op 1 september van het betreffende seizoen niet ouder is dan 17 jaar.

HOOFDSTUK III – COMPETITIE-INDELING

Artikel 5
1. De deelnemende teams worden door het bestuur van de OSBO op basis van de resultaten van het afgelopen seizoen ingedeeld in:
 één promotieklasse groep, bestaande uit 10 achttallen,
 twee groepen in de eerste klasse, voor zover mogelijk elk van 8 achttallen,
 vier groepen in de tweede klasse, voor zover mogelijk elk van 8 achttallen,
 acht groepen in de derde klasse, voor zover mogelijk, elk van 8 zestallen,
 afhankelijk van het aantal ingeschreven teams een aantal groepen in de vierde klasse, voor zover mogelijk, elk van 8 viertallen. De competitieleider kan in de 4e klasse rekening houdend met artikel 6.2 een andere groepsgrootte kiezen, bij voorkeur 4 viertallen die een dubbelrondige competitie spelen.

2. Indien er bij de aanvang van het nieuwe seizoen niet voldaan wordt aan lid 1, volgt er versterkte promotie of versterkte degradatie.

Artikel 6

1. De verdeling van de teams over de parallelgroepen wordt vastgesteld door de competitieledier van de OSBO.
2. De groepen van dezelfde klasse worden zoveel mogelijk regionaal ingedeeld en zijn zoveel mogelijk van gelijke sterkte, maar tellen bij voorkeur niet meer dan één team van dezelfde vereniging in één groep.
3. Indien twee teams van een vereniging in dezelfde groep worden ingedeeld, dient dit zodanig te geschieden, dat zij de eerste ronde tegen elkaar spelen.
4. Bij de indeling in de verschillende groepen wordt voor een zo billijk mogelijke afwisseling van uit- en thuiswedstrijden gezorgd, waarbij ook met de door de teams af te leggen afstanden rekening wordt gehouden.
5. Jeugdteams als bedoeld in artikel 4 lid 4 worden bij voorkeur verdeeld over verschillende groepen. De competitieleider kan rekening houdend met de in lid 2 en 3 genoemde regels besluiten tot een indeling met meer dan één jeugdteam in één poule. Deze poule zal altijd bestaan uit acht teams, met uitzondering van de vierde klasse.

HOOFDSTUK IV – DE COMPETITIE

Artikel 7

1. Voor een gewonnen partij wordt aan de winnaar één bordpunt toegekend; voor een remisepartij krijgen beide spelers een half bordpunt.
2. Aan een team, dat in een wedstrijd de meeste bordpunten behaalt, worden twee matchpunten toegekend.
Bij het behalen van een gelijk aantal bordpunten wordt aan beide teams één matchpunt toegekend.

Artikel 8

1. Een team wordt geacht niet te zijn opgekomen indien, met inbegrip van de spelers die vooruit hebben gespeeld, minder dan vijf spelers (voor achttallen), resp. vier spelers (voor zestallen) een uur na het vastgestelde aanvangstijdstip in het speellokaal aanwezig zijn.
2. Indien een team voor een vastgestelde wedstrijd niet is opgekomen, wordt dit team gestraft met het verlies van twee matchpunten, tenzij naar genoegen van de competitieleider overmacht kan worden aangetoond.
3. Indien een team niet is opgekomen, wordt de wedstrijd alsnog gespeeld. De competitieleider bepaalt in overleg met het gedupeerde team plaats en datum van het duel.

Artikel 9

1. Het bestuur van de OSBO kan een team van de lopende en/of van de volgende competitie uitsluiten als:
a.dat team tweemaal in een seizoen niet voor een vastgestelde wedstrijd is opgekomen zonder geldige reden, dit ter beoordeling van het bestuur van de OSBO. Voor het niet opkomen geldt artikel 8;
b. dat team zonder geldige reden, dit ter beoordeling van het bestuur van de OSBO, door de vereniging uit de OSBO-competitie wordt teruggetrokken.

Indien een team van verdere deelneming wordt uitgesloten, dan wel door de betreffende vereniging lopende het seizoen wordt teruggetrokken, worden de tegen dit team gespeelde wedstrijden geannuleerd.

Artikel 10

1. De eindrangschikking wordt bepaald door het behaalde aantal matchpunten. Indien twee teams hetzelfde aantal matchpunten hebben behaald, wordt hun volgorde bepaald door het aantal bordpunten.
2. Indien zowel het aantal behaalde matchpunten als bordpunten gelijk zijn, wordt – uitsluitend ten behoeve van de aanwijzing van de kampioen dan wel van een promotieplaats of een degradatieplaats – als volgt gehandeld:
a. Betreft het twee teams, dan wordt tussen beide teams een beslissingswedstrijd gespeeld. Indien de beslissingswedstrijd gelijk eindigt, beslist het onderlinge resultaat uit de competitie. Indien die wedstrijd gelijk was geëindigd, spelen de twee teams onmiddellijk na de beslissingswedstrijd met
verwisselde kleuren (in vergelijking met de beslissingswedstrijd) een snelschaakpartij van 5 min. p.p.p.p. tegen elkaar. Is na het snelschaken de stand gelijk, dan beslist het lot.
b. Betreft het meer dan twee teams, dan wordt tussen deze teams een halve competitie gespeeld.
Daarbij worden slechts die wedstrijden gespeeld, die noodzakelijk zijn voor het te bereiken doel.
Indien na deze beslissingswedstrijden geen beslissing is verkregen, dan wordt door loting de rangorde tussen de na de beslissingswedstrijden gelijk geëindigde teams vastgesteld.

Artikel 11

1. Als kampioen van een groep wordt aangewezen het team, dat bij rangschikking ingevolge artikel 10 de eerste plaats heeft verworven.
2. De kampioen van de promotieklasse krijgt de titel “Clubkampioen van de OSBO…” (onder toevoeging van het betrokken bondsjaar) en heeft het recht op promotie naar de KNSB-competitie. Maakt de kampioen van dit recht geen gebruik, dan gaat dit recht over op nummer twee in de eindrangschikking, enzovoorts.
3. Indien er een extra promotieplaats naar de KNSB-competitie is, promoveert het hoogst geëindigde niet gepromoveerde team.

HOOFDSTUK V – PROMOTIE EN DEGRADATIE

Artikel 12

1. De kampioen van elke groep uit de eerste t/m vierde klasse heeft het recht om het daaropvolgende competitieseizoen te promoveren naar de eerst volgende hogere klasse. Maakt een kampioen van een poule geen gebruik van het recht om te promoveren, dan gaat dit recht over op nummer twee, gev olgd door de nummer drie in de eindrangschikking. Indien ook deze teams geen gebruik maken van het recht om te promoveren dan treedt artikel 13 in werking.
2. Degradatie vindt automatisch plaats in het daarop volgende competitieseizoen naar de eerstvolgende lagere klasse van de competitie.
3. Als degraderende teams uit elke promotie-, eerste en tweede klasse worden aangewezen de twee teams, die in de eindrangschikking van elke groep het laagst geplaatst zijn.
Als degraderend team uit elke derde klasse wordt aangewezen het team, dat in de eindrangschikking van elke groep het laagst geplaatst is.

Artikel 13 (versterkte promotie en versterkte degradatie)

1. Als artikel 5 lid 2 leidt tot versterkte promotie, dan promoveert de beste nummer twee uit de naast lagere klasse.
2. Als artikel 5 lid 2 leidt tot versterkte degradatie, dan degradeert het slechtste niet gedegradeerde team naar de naast lagere klasse.
3. Indien niet alle poules van een klasse uit een gelijk aantal teams bestaan, dan vervallen voor de bepaling van de in lid 1 en lid 2 bedoelde teams in de grootste poules bij de betrokken teams de uitslag(en) tegen de laagst geklasseerde team(s).
4. Om te bepalen welke teams in aanmerking komen voor versterkte promotie of versterkte degradatie wordt gehandeld analoog aan artikel 10.

Artikel 14

Beslissingswedstrijden als bedoeld in artikel 10 worden gespeeld op een door de competitieleider aangewezen plaats en datum. Als plaats wordt zoveel mogelijk een neutrale plaats aangewezen.

HOOFDSTUK VI – SPELERS

Artikel 15

1. In een team mag – behoudens de hierna te noemen uitzonderingen – uitkomen ieder, die op de officiële wedstrijddatum, dan wel de werkelijke speeldag (indien de wedstrijd eerder wordt gespeeld) lid is van de betrokken vereniging en door die vereniging voor het Centraal Ledenregister van de KNSB is opgegeven.
2. Een lid, dat in de lopende competitie één of meer wedstrijden wil spelen voor een vereniging in een andere regionale competitie, mag – behoudens vooraf gegeven dispensatie van het bestuur van de OSBO – niet uitkomen in enig team van een andere vereniging. Aan een lid, dat in de lopende competitie één of meer wedstrijden heeft gespeeld voor een vereniging in een andere regionale competitie dan van de OSBO, wordt door het OSBO-bestuur dispensatie verleend voor het spelen in de OSBO indien aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:
– Betrokkene is lid van beide verenigingen waarvoor hij wil uitkomen.
– Betrokkene (of diens OSBO-vereniging) dient het verzoek tot dispensatie in vóór 1 maart van het lopende seizoen.
– Betrokkene speelt in het betreffende seizoen niet in de KNSB-competitie.
Aan de betrokkene wordt niet toegestaan om gedurende de periode dat dispensatie is verstrekt in de KNSB-competitie te spelen. Als een dispensatiespeler toch in de KNSB-competitie speelt, geldt de dispensatiespeler in alle gespeelde partijen in de OSBO-competitie als ongerechtigde speler.
3. Een lid, dat ingevolge artikel 4 van dit reglement is opgegeven in enig team, mag niet in hetzelfde competitiejaar uitkomen voor een lager team van dezelfde vereniging.
4. Een speler mag niet uitkomen voor een team, indien hij reeds vier maal in het lopende competitiejaar voor een hoger team heeft gespeeld.
5. Voor aanvang van de competitie wordt de ratinggrens om te mogen invallen in een klasse bekend gemaakt. Bij de rating van de invaller wordt uitgegaan van de KNSB-ratinglijst van augustus voorafgaand aan dat seizoen. Het spelen in het eerste team is altijd toegestaan.
Indien een speler niet op de KNSB-ratinglijst voorkomt, maar in het verleden wel een KNSB-rating heeft gehad, beslist de competitieleider.
6. Zowel de spelers die zijn opgegeven voor een team als de invallers mogen op alle plaatsen in dat team worden opgesteld.
7. Spelers die voor een team zijn opgegeven, dienen voor dat team of een hoger team in de OSBO- competitie of de KNSB-competitie minimaal tweemaal te spelen. Deze bepaling geldt niet voor spelers die voor het laagste team zijn opgegeven. Overtreding van dit artikel kan door de competitieleider worden bestraft met het in mindering brengen van twee matchpunten per speler. Indien naar genoegen van de competitieleider overmacht is aangetoond, kunnen in de ingediende opstelling maximaal twee spelers worden vervangen door spelers, die niet of in een lager team waren opgesteld. Deze vervanging dient te geschieden voor de derde ronde. Een jeugdteam wordt niet aangemerkt als het laagste team van een vereniging, ook al speelt dit met het hoogste teamnummer.
8. Indien een als jeugdteam opgegeven team een wedstrijd met minder dan het in artikel 4 lid 4 g estelde minimale aantal jeugdspelers heeft gespeeld, worden voor die wedstrijd twee matchpunten in mindering gebracht. Gedurende de eerste drie ronden kan een vereniging een jeugdteam omzetten in een gewoon team. Dit wordt gehonoreerd per eerstvolgende ronde die tenminste twee weken na dat verzoek wordt gespeeld. Vanaf de vierde ronde wordt de omzetting op straffe van twee matchpunten toegestaan.

Artikel 16

De partijen van een op grond van artikel 15 niet gerechtigde speler worden verloren verklaard voor de speler die de overtreding beging. De uitslag van de wedstrijd wordt bepaald door de op deze wijze verkregen eindstand. Bovendien wordt het team, waarin de niet gerechtigde speler heeft meegespeeld, gestraft met het verlies van een bordpunt.

HOOFDSTUK VII – PLAATS EN DAG DER WEDSTRIJDEN

Artikel 17

1. De wedstrijden in de promotieklasse worden gespeeld op de door het bestuur van de OSBO daarvoor aangewezen zaterdagen. De wedstrijden in de overige klassen worden gespeeld in de door het bestuur van de OSBO daarvoor aangewezen weken en wel op de speelavond van het thuisspelende team, welke voor de aanvang van het seizoen door de vereniging aan het bestuur van de OSBO wordt opgegeven. Met onderling goedvinden mag een week later worden gespeeld. De competitieleider hoeft daarvoor niet te worden ingelicht.
2. In principe worden de wedstrijden in de 1e t/m 4e klasse in de eerste speelweek gespeeld. Verenigingen hebben het recht met één of meerdere teams gedurende het gehele seizoen hun thuiswedstrijden in de tweede speelweek te spelen. Wanneer zij van dit recht gebruik wensen te maken, dienen zij dit vóór
1 september aan de competitieleider te melden.
3. De vereniging die in de paring als eerste staat vermeld, wordt geacht het thuisspelende team te zijn. Een thuisspelende vereniging die een jeugdteam als tegenstander heeft, behoudt het recht om thuis te spelen indien de wedstrijd op de vrijdagavond wordt gespeeld. Dit geldt ook als de speelavond van het thuisspelende team samenvalt met de speelavond van het jeugdteam en de reisafstand korter is dan 30 minuten. Anders heeft het jeugdteam het recht om de
uitwedstrijden ook thuis op de speelavond van het jeugdteam te spelen. Die speelavond wordt voor aanvang van het seizoen bij de competitieleider gemeld.
4. Indien het mogelijk is wordt de laatste ronde van de promotieklasse een gezamenlijke ronde en deze wordt op een door de competitieleider te bepalen plaats gespeeld. Het competitieschema wordt door de competitieleider zo opgesteld dat alle verenigingen vier keer thuis, vier keer uit en één keer gezamenlijk spelen.
Indien het mogelijk is wordt de laatste ronde in de 1e t/m 4e klasse per poule gezamenlijk gespeeld. De competitieleider bepaalt plaats en tijdstip. Indien een jeugdteam deelneemt, wordt de gezamenlijke slotronde in principe gespeeld met inachtneming van artikel 17.3. Als dat niet mogelijk blijkt, dan wordt de gezamenlijke slotronde, inclusief de wedstrijd van het jeugdteam, op een andere speelavond gehouden.
Het competitieschema wordt door de competitieleider zo opgesteld dat alle verenigingen drie keer thuis, drie keer uit en één keer gezamenlijk spelen.
5. Indien het mogelijk is wordt de laatste ronde van de promotieklasse een gezamenlijke ronde en deze wordt op een door de competitieleider te bepalen plaats gespeeld. Het competitieschema wordt door de competitieleider zo opgesteld dat alle verenigingen vier keer thuis, vier keer uit en één keer gezamenlijk spelen.
Indien het mogelijk is wordt de laatste ronde in de 1e t/m 4e klasse per poule gezamenlijk gespeeld. De competitieleider bepaalt plaats en tijdstip. Het competitieschema wordt door de competitieleider zo opgesteld dat alle verenigingen drie keer thuis, drie keer uit en één keer gezamenlijk spelen.
6. Plaats en tijdstip voor een gezamenlijke slotronde worden voor aanvang van de competitie bekend gemaakt.

Artikel 18

1. Een wedstrijd kan slechts wegens bijzondere, zeer dringende redenen, uitsluitend ter beoordeling van de competitieleider, op een latere datum dan de door het bestuur van de OSBO aangewezen uiterste speeldatum worden gespeeld.
2. Het team, dat op de in artikel 17 bedoelde datum niet kan spelen, moet tenminste veertien dagen voor aanvang van de speelperiode zich in verbinding stellen met het team waar tegen gespeeld moet worden voor onderling overleg over een andere datum van spelen. De datum van spelen mag echter niet na de door het bestuur van de OSBO aangewezen uiterste speeldatum zijn. Als er geen overeenstemming wordt bereikt, bepaalt de competitieleider een nieuwe datum en plaats voor de wedstrijd en welke vereniging de eventuele extra kosten voor zaalhuur moet betalen.
3. In geval van overmacht, ter beoordeling van de competitieleider, waardoor genoemde termijn van veertien dagen niet in acht kan worden genomen, is de verzoekende vereniging verplicht terstond zowel met de leider van de tegenpartij als met de competitieleider contact op te nemen. Zie ook de bijlage slecht-weer-regeling.

Artikel 19

Indien een wedstrijd zonder goedkeuring van de competitieleider op een latere datum dan de door het bestuur van de OSBO vastgestelde uiterste speeldatum wordt gespeeld, wordt het thuisspelende team aangemerkt als zijnde niet opgekomen.

HOOFDSTUK VlII – AANVANG VAN DE WEDSTRIJD

Artikel 20

1. In alle klassen wordt gespeeld volgens de “Regels voor het schaakspel” van de Wereld Schaakbond (FIDE) in de officiële Nederlandse vertaling, uitgegeven door de KNSB, laatste uitgave, voor zover in dit reglement niet anders is bepaald. Elke thuisspelende vereniging is verplicht er voor te zorgen, dat een exemplaar van het competitiereglement van de OSBO, alsmede van de andere voor de wedstrijd geldende reglementen, in het speellokaal aanwezig is.
2. Het hoorbaar afgaan van een mobiele telefoon wordt bestraft met het in mindering brengen van de helft van de resterende speeltijd, met een maximum van tien minuten, bij de speler wiens mobiele telefoon hoorbaar is afgegaan. De speler behoudt altijd tenminste 2 minuten of de resterende speeltijd indien deze minder dan 2 minuten bedraagt. De tegenstander van de speler wiens mobiele telefoon is afgegaan, krijgt twee minuten extra speeltijd toegevoegd aan zijn resterende speeltijd. Het voor de tweede maal hoorbaar afgaan van de mobiele telefoon bij dezelfde speler wordt bestraft met het verloren verklaren van de partij. Het resultaat van de tegenstander wordt door de wedstrijdleider vastgesteld.
3. Een speler verliest de partij als hij meer dan een uur na het te voren vastgestelde aanvangstijdstip van de zitting aan het schaakbord verschijnt, tenzij de arbiter anders beslist.
4. De partij is verloren voor de speler die voor de derde keer in een partij een onreglementaire zet doet.

Artikel 21

1. De leiding van de wedstrijd berust bij een door de thuisspelende vereniging aan te wijzen persoon, hierna te noemen wedstrijdleider. Bij een gezamenlijke slotronde is deze persoon wedstrijdleider van alle wedstrijden. Indien de wedstrijdleider aan de wedstrijd deelneemt, prevaleren zijn plichten als wedstrijdleider boven die als speler.
2. Indien een speler of teamleider het met de beslissing van de wedstrijdleider niet eens is, kan hij daartegen bezwaar maken bij de competitieleider, mits dit uit het wedstrijdformulier blijkt. Het beroepschrift moet binnen veertien dagen na speeldatum schriftelijk bij de competitieleider worden ingediend.

Artikel 22

1. Voor de aanvang van de wedstrijd overhandigen de leiders van de teams elkaar gelijktijdig de opstelling van hun teams in de volgorde, waarin de spelers aan de borden zullen plaats nemen.
2. Als regel worden alle partijen gelijktijdig gespeeld. In onderling overleg kan tot het vooruit spelen van maximaal drie partijen bij achttallen resp. twee partijen bij zestallen worden besloten.
3. De kleurverdeling staat vast en is als volgt: het thuisspelende team heeft wit aan de even borden en zwart aan de oneven borden.
4. Bij het vooruit spelen van (een) partij(en) wordt vooraf vastgesteld welk(e) bord(en) het betreft.
5. Bij beslissingswedstrijden wordt om de kleur geloot.

Artikel 23

De wedstrijdleider is verantwoordelijk voor de tijdige aanvang van de wedstrijd op het overeengekomen uur en voor de goede gang van zaken. Hij is verplicht ervoor te zorgen, dat alle klokken, ook die van niet aanwezige spelers, bij de aanvang van de wedstrijd in werking worden gesteld.

Artikel 24

1. Bij niet opkomen van de in de opstelling genoemde spelers mag per team gedurende het eerste uur maximaal een van de niet opgekomen spelers worden vervangen.
2. De partij van een niet opgekomen speler gaat voor hem verloren.

Artikel 25

1. De speeltijd, die niet mag worden onderbroken, is in de promotieklasse gelijk aan het speeltempo dat de KNSB hanteert in haar competitie. Van het bovengenoemde speeltempo kan in de promotieklasse worden afgeweken indien er een of meerdere wedstrijden op een doordeweekse avond vooruit worden gespeeld. De betreffende verenigingen dienen hiervoor een verzoek in bij de competitieleider.
2. De speeltijd in de andere klassen bedraagt 1 uur en 40 minuten met een toevoeging van 10 seconden per zet vanaf de eerste zet.

Een vereniging kan bij de competitieleider melden dat op grond van de beschikbaarheid van het clublokaal dat speeltempo niet haalbaar is. Het speeltempo bij thuiswedstrijden van deze vereniging bedraagt dan 1 uur 25 minuten met een toevoeging van 10 seconden per zet vanaf de eerste zet.
3. Ook jeugdteams hebben, mits voorafgaand aan de eerste ronde aangevraagd, recht op een speeltempo van 1 uur 25 minuten met een toevoeging van 10 seconden per zet vanaf de eerste zet.
4. Een speeltempo van 1 uur 25 minuten met een toevoeging van 10 seconden per zet vanaf de eerste zet moet voor de aanvang van de competitie worden gemeld bij de competitieleider.
5. Indien een vereniging niet beschikt over voldoende DGT’s dan worden de partijen gespeeld met analoge klokken. De speeltijd bedraagt dan 2 uur p.p.p.p. Jeugdteams en verenigingen genoemd in artikel 25.2 spelen 1.45 uur p.p.p.p.

Artikel 26

Tijdens de wedstrijd heeft de teamleider het recht de spelers van zijn team te adviseren een remiseaanbod te doen of aan te nemen en ook om een partij op te geven. Hij dient zich tot uitsluitend korte informatie te beperken, alleen op basis van omstandigheden die betrekking hebben op de wedstrijd. Hij mag een speler adviseren “bied remise aan”, “neem remise aan”, of “geef de partij op”. Als hem bijvoorbeeld door een speler wordt gevraagd of hij remise zal aannemen, moet de teamleider antwoorden met “ja”, “nee” of de beslissing aan de speler zelf over te laten.

HOOFDSTUK IX – EINDE VAN DE WEDSTRIJD

Artikel 27

1. De wedstrijdleider is verplicht ervoor te zorgen dat direct na afloop van de wedstrijd een door beide teamleiders ondertekend wedstrijdformulier met gedetailleerde uitslag aan de competitieleider wordt gezonden. Indien de wedstrijdleider het digitale wedstrijdformulier gebruikt, dient de wedstrijdleider de papieren versie het gehele seizoen te bewaren.
2. Teamleiders van teams die uitkomen in de promotieklasse zijn bij een thuiswedstrijd verplicht binnen 1 uur na afloop van de wedstrijd de uitslag door te geven aan de competitieleider.

Artikel 28

Als de competitieleider het wedstrijdformulier niet heeft ontvangen, wordt het bestuur van de betreffende thuisspelende vereniging hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Indien de competitieleider binnen een week het formulier nog niet heeft ontvangen, kan bij de thuisspelende vereniging één matchpunt in mindering worden gebracht.
Indien de competitieleider binnen een daaropvolgende week het formulier nog niet heeft ontvangen, kan bij de thuisspelende vereniging voor de tweede maal één matchpunt in mindering worden gebracht.

HOOFDSTUK X – SLOTBEPALING

Artikel 29

Dit reglement vervangt het voorgaande Competitie Reglement van de Oostelijke Schaakbond en is met ingang van seizoen 2015-2016 van toepassing.

Aanhangsels bij het OSBO-competitiereglement

Reglement van de Commissie van Beroep
Samenstelling
1. De Commissie van Beroep, hierna te noemen de CvB, bestaat uit drie leden. Daarnaast zijn er twee reserveleden. De leden en de reserveleden worden benoemd door de Algemene Vergadering uit de leden van de OSBO. Niet meer dan één lid van een aangesloten vereniging kan lid of reservelid van de CvB zijn. Leden van het bestuur en/of OSBO-functionarissen kunnen geen lid of reservelid van de CvB zijn.
2. Jaarlijks treden volgens rooster één der leden en één der reserveleden van de CvB af. Zij kunnen direct worden herbenoemd. Tussentijds ontstane vacatures worden vervuld voor de tijd die het teruggetreden lid of reservelid nog te vervullen had.
3. Het lidmaatschap of reservelidmaatschap van de CvB eindigt onmiddellijk door beëindiging van het OSBO-lidmaatschap, bij het aanvaarden van een OSBO-(bestuurs)functie, door ontslag door de Algemene Vergadering of op eigen verzoek.
4. Indien een lid van de CvB naar het oordeel van het OSBO-bestuur en/of de CvB geacht kan worden – hetzij rechtstreeks, hetzij via zijn vereniging – betrokken te zijn bij een geschil, wordt hij voor de behandeling daarvan vervangen door een der reserveleden, daartoe aan te wijzen door het bestuur.
Eenzelfde procedure kan worden gevolgd wanneer een lid voor langere tijd verhinderd is aan de behandeling deel te nemen.
5. In onvoorziene gevallen kunnen OSBO-bestuur en CvB in gezamenlijk overleg één of meer eenmalige vervangers aanstellen. Deze dienen te voldoen aan de in artikel 1 geformuleerde eisen.

Taak en bevoegdheid

6. De CvB heeft tot taak om beslissingen overeenkomstig de bepalingen van dit reglement te nemen op een beroep tegen:
a. Een beslissing van de competitieleider of zijn plaatsvervanger en/of wedstrijdleiders van, door of onder auspiciën van de OSBO gehouden wedstrijden en/of competities.
b. Een beslissing van het (verantwoordelijk lid van het) OSBO-bestuur inzake een strafoplegging volgens artikel 3 van het Strafreglement van de OSBO.
7. Indien de CvB van mening is dat de beslissing van de competitieleider en/of wedstrijdleider waartegen volgens artikel 6a beroep is ingesteld, vernietigd dient te worden, neemt de CvB een beslissing zoals de competitieleider of wedstrijdleider die naar het oordeel van de CvB had behoren te nemen en/of een beslissing die naar het oordeel van de CvB noodzakelijk is teneinde de wellicht reeds uitgevoerde gewraakte beslissing van de competitieleider of wedstrijdleider te corrigeren.
8. De CvB kan een beslissing van het (verantwoordelijk lid van het) OSBO-bestuur inzake een strafoplegging waartegen volgens artikel 6b beroep is ingesteld overnemen of vernietigen of zij kan tot strafverlichting overgaan.
9. De CvB neemt haar beslissingen met inachtneming van de bepalingen van het desbetreffende wedstrijd- of competitiereglement van de OSBO, respectievelijk het Strafreglement van de OSBO.
Indien het reglement niet duidelijk is of niet in het desbetreffende geschil voorziet, beslist de CvB in overeenstemming met de eisen van sportiviteit, redelijkheid en billijkheid.

Procedure

10. De betrokken partijen worden door de CvB in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk of pe r e- mail toe te lichten. Indien één der partijen zulks wenst, wordt het beroep door de CvB behandeld in een openbare, mondelinge zitting waarin de betrokken partijen in de gelegenheid gesteld worden hun standpunt toe te lichten en waarin getuigen gehoord kunnen worden.
Indien de CvB unaniem van oordeel is dat een mondelinge zitting overbodig is, vindt deze niet plaats.
11. De CvB doet binnen dertig dagen na ontvangst van een beroep uitspraak. Deze termijn kan éénmaal met dertig dagen verlengd worden indien dat nodig is in verband met het feitenonderzoek of de mondelinge zitting, zulks ter beoordeling van de commissie.
Van deze termijnen kan slechts in met het bestuur te overleggen uitzonderingsgevallen afgeweken worden.
De betrokkenen worden over een verlenging van de termijn schriftelijk of per e-mail geïnformeerd.
12. De CvB brengt haar uitspraak, met een motivering van de genomen beslissing, rechtstreeks en tegelijkertijd schriftelijk of per e-mail ter kennis van de appellant, aan de rechtstreeks bij het geschil betrokken tegenpartij en aan het OSBO-bestuur. Een uitspraak van de CvB is bindend; er is geen verder beroep mogelijk.

Slotbepalingen

13. De aan de behandeling van een geschil verbonden kosten komen ten laste van de OSBO. De (reserve)leden van de CvB dienen de door hen voor de behandeling van een geschil gemaakte kosten uiterlijk een maand na de uitspraak bij de penningmeester te declareren.
14. De CvB regelt zelf haar werkwijze voor zover dit reglement daarin niet voorziet.

Dit reglement is vastgesteld in de Algemene Vergadering van de OSBO van 5 oktober 2011 en is in werking getreden op 6 oktober 2011.

Slecht-weer-regeling OSBO competitie (uitvoeringsregeling bij artikel 18)

In de praktijk komt het wel eens voor dat een team afbelt voor een competitiewedstrijd vanwege slecht weer (gladheid, sneeuw, storm), terwijl de tegenstander van mening is dat er best gespeeld had kunnen worden. Dit kan leiden tot irritaties en ongewenste situaties. Het zou daarom mooi zijn als er criteria vastgesteld konden worden waaronder een competitiewedstrijd op grond van weersomstandigheden geannuleerd mag worden.
Het OSBO-bestuur heeft allerlei opties de revue laten passeren, waarbij onder andere gekeken is naar regels van andere sportbonden en naar een aansluiting bij het weeralarm van het KNMI. Het blijkt echter onmogelijk elke eventuele situatie in regels te vatten en in een groot gebied als dat van de OSBO vanaf afstand een inschatting van plaatselijke weersomstandigheden te maken . Op grond hiervan heeft het OSBO-bestuur de conclusie getrokken is dat het geen verantwoordelijkheid kan en wil nemen voor het instellen van “weercriteria” op grond waarvan wel of niet gespeeld kan worden. Wij staan voor een sportieve en correcte competitie, maar dit mag nooit en te nimmer tot onveilige situaties leiden. Ons uitgangspunt is dat elk team verantwoordelijk is en blijft voor de inschatting of het verantwoord is om onder bepaalde weersomstandigheden te reizen.
Het OSBO bestuur heeft daarom de volgende uitvoeringsregeling bij artikel 18 van het Competitiereglement vastgesteld:
1. Als een team afbelt voor een competitiewedstrijd op grond van het weer, zal dit besluit gerespecteerd worden door de competitieleider en zullen geen sancties worden opgelegd, ook als de tegenstander van mening is dat wel gespeeld had kunnen worden. Dit geldt ook als meerdere keren om diezelfde reden een wedstrijd wordt geannuleerd.
2. De volgende procedure en gedragsregels gelden in geval van annulering van een wedstrijd wegens weersomstandigheden:
• Het annulerende team heeft de verplichting om zelf het initiatief te nemen en direct in overleg te gaan met de tegenstander voor het bepalen van een nieuwe speeldatum. Voor het bepalen van een nieuwe speeldatum gelden de richtlijnen voor uiterste speeldatum volgens het competitiereglement, waarvan
slechts met goedkeuring van de competitieleider kan worden afgeweken.
• Het annulerende team meldt binnen één dag na de vastgestelde speeldatum aan de competitieleider dat de wedstrijd vanwege weersomstandigheden is verplaatst en welke inspanningen het heeft gedaan of zal gaan verrichten om de wedstrijd alsnog te spelen.
• Het annulerende team houdt de competitieleider op de hoogte van de gang van zaken totdat de wedstrijd daadwerkelijk gespeeld is.
3. In geval van misbruik van de onder 1 genoemde uitzonderingsregel is de competitieleider bevoegd om het annulerende team een sanctie volgens het competitiereglement op te leggen. Bij een vermoeden van misbruik geldt een omgekeerde bewijslast, dat wil zeggen dat het annulerende team moet b ewijzen dat het geen misbruik heeft gemaakt van de uitzonderingsbepaling.
4. Bij het niet naleven van de onder 2 genoemde regels is de competitieleider bevoegd om het annulerende team een sanctie volgens het competitiereglement op te leggen.

Bovenstaande uitvoeringsregeling is van kracht met ingang van 1 februari 2012.

BIJLAGE

Boetes

Artikel 3 lid 2 Dit bedrag is vastgesteld op € 23,-
Artikel 4 lid 1 De boete is vastgesteld op € 18,-
Artikel 4 lid 2 De boete is vastgesteld op € 18,-
Artikel 8 lid 2 / 9 De boete is vastgesteld op € 100,-
Artikel 8 lid 2 De boete is vastgesteld op € 150,- (bij een slotronde)
Artikel 15 lid 1 De boete is vastgesteld op € 50,-
Artikel 15 lid 7 De boete is vastgesteld op € 45,-
Artikel 28 De boete is vastgesteld op € 12,- per verzuim

Ratinggrenzen bij het invallen

4e klasse t/m 1600
3e klasse t/m 1750
2e klasse t/m 1850
1e klasse t/m 1950
promotieklasse t/m 2050

Wanneer de ratinggrenzen te veel afwijken van de gemiddelde speelsterkte van de laatste twee jaar + 150 punten dan kan de competitieleider de ratinggrenzen aanpassen.

Share