Dagelijkse puzzel

Recente reacties

  • User AvatarLuukmaestro { Nooit te oud om te leren! Ik dacht dat het ook zo was dat je... } – 9 jul 2017 08:40
  • User AvatarJan van de Westelaken { Dat mag natuurlijk, mits je het maar met dezelfde hand doet. De gewoonte van sommige... } – 8 jul 2017 11:00
  • User AvatarLuukmaestro { Zie ik nou goed dat zijn tegenstander de dame vasthoudt? Bijzondere tactiek. En hoe zit... } – 7 jul 2017 19:44
  • User AvatarJustin { In al die tijd dat ik schaak kwam ik er gister pas achter dat officieel... } – 6 jul 2017 08:56
  • User AvatarMaarten van Rooij { Precies Justin! Hopen dat Paul wat minder opgefokt is dan Magnus! } – 28 jun 2017 13:54
  • User AvatarJustin { "Soms ging het niet al te soepel". Hmm, wou je daarmee zeggen dat het niet... } – 27 jun 2017 13:02

KNSB

Hoofdstuk I – Doel en Toepassing

Artikel 1
Dit reglement geldt voor de ingevolge het Huishoudelijk Reglement van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (hierna te noemen KNSB) in elk seizoen, lopend van september tot en met juni daaropvolgend, tussen tientallen en tussen achttallen (hierna te noemen teams) van verenigingen te organiseren competitiewedstrijden.

Artikel 2
2.1. De algemene leiding van de in artikel 1 bedoelde wedstrijden berust bij de competitieleider van de KNSB. Hij is belast met de uitvoering en handhaving van
dit reglement en het beslissen in alle geschillen en onvoorziene gevallen, welke
zich ter zake mochten voordoen.
2.2. Bij ontstentenis van de competitieleider wordt zijn functie waargenomen door een door het bestuur van de KNSB aan te wijzen plaatsvervanger.

Artikel 3
3.1. De verenigingen wier teams deelnemen aan een wedstrijd waarop een beslissing van de competitieleider als bedoeld in artikel 2, lid 1, betrekking heeft, kunnen tegen die beslissing beroep instellen bij de Commissie van Beroep van de KNSB.
3.2. Een beroep als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk ingesteld binnen 14 dagen
nadat de competitieleider zijn beslissing aan de desbetreffende vereniging heeft meegedeeld, door toezending van het beroepsschrift per aangetekend schrijven of per e-mail waarvan de ontvangst is bevestigd aan het bestuur van de KNSB. Het beroepsschrift dient vergezeld te gaan van een bedrag waarvan de hoogte door de Algemene Vergadering van de KNSB wordt vastgesteld. Dit bedrag wordt terugbetaald indien het beroep gegrond wordt verklaard. Indien het beroep niet gegrond wordt verklaard, beslist de Commissie van Beroep of het bedrag, of een deel daarvan, wordt terugbetaald; bij afwijzing van het beroep zal altijd een minimum van 50% van het vastgestelde bedrag wegens
administratiekosten niet terugbetaald worden. Afschriften van het beroepsschrift dienen gelijktijdig te worden gezonden aan de competitieleider van de KNSB en
aan de betrokken vereniging(en). Het bestuur van de KNSB stelt het beroepsschrift zo spoedig mogelijk in handen van de Commissie van Beroep.
3.3. De beslissingen van de Commissie van Beroep zijn bindend. Tegen de
beslissingen van deze commissie staat geen verder beroep open.

Hoofdstuk II – Competitiewedstrijden

Artikel 4
De wedstrijden in de KNSB-competitie worden gespeeld op door het KNSB-bestuur ten minste een half jaar tevoren aan te wijzen zaterdagen vanaf 15 september tot en met 1 juni daaropvolgend. De tijd tussen twee ronden is tenminste 20 dagen. Twee
keer per seizoen mag de tijd tussen twee ronden beperkt worden tot tenminste 13 dagen, dit mag echter niet twee keer achter elkaar. Op zaterdagen voorafgaand aan een algemeen erkende feestdag wordt niet gespeeld. Verder wordt zoveel mogelijk
rekening gehouden met vakanties. Een eventuele gezamenlijke laatste ronde kan worden geprogrammeerd op een zondag (maar niet op een algemeen erkende feestdag).

Artikel 5
Tot het deelnemen aan de competitiewedstrijden worden 30 tientallen en 120 achttallen van in Nederland gevestigde verenigingen toegelaten.

Artikel 6
6.1. De deelnemende tientallen worden ingedeeld in drie groepen van tien tientallen, te weten een meesterklassegroep en twee 1e klassegroepen (A en B). De
deelnemende achttallen worden ingedeeld in twaalf groepen van tien achttallen,
te weten vier 2e klassegroepen (A, B, C en D) en acht 3e klassegroepen (A, B, C, D, E, F, G en H).
6.2. De meesterklassegroep wordt geacht sterker te zijn dan de 1e klassegroepen;
de 1e klassegroepen worden geacht sterker te zijn dan de 2e klassegroepen; de
2e klassegroepen worden geacht sterker te zijn dan de 3e klassegroepen. De parallelgroepen worden geacht van gelijke sterkte te zijn.
6.3. De verdeling der teams over de parallelgroepen wordt vastgesteld door het
bestuur van de KNSB Hierbij wordt gestreefd naar een regionale indeling, gepaard met een zoveel mogelijk evenredige verdeling der krachten.
6.4. Als een team zich terugtrekt na een maand voor aanvang van de competitie, handhaaft het bestuur van de KNSB de gemaakte competitieindeling. Als een team zich terugtrekt voor een maand voor aanvang van de competitie, maakt het bestuur van de KNSB een nieuwe competitieindeling, waarbij open gevallen plaatsen ook in lagere klassen worden opgevuld. Deze opvulling geschiedt door het beste niet gepromoveerde team te laten promoveren. Opvulling in de derde klasse geschiedt door een team uit de vierde regionale bond waarvan in de laatste voor 1 januari van dat jaar voltooide KNSB-competitie een pas gepromoveerd team het hoogste resultaat heeft behaald. Welk team het beste niet gepromoveerde team is en welk team het hoogste resultaat heeft behaald, wordt bepaald door het aantal matchpunten gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden. Als dit gelijk is, beslist het aantal bordpunten gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden. Als dit ook gelijk is, beslist het aantal bordpunten gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden met weglaten van het laatste bord van elke wedstrijd. Als ook dat gelijk is, met weglaten van het één na laatste bord van elke wedstrijd; en zo verder. Als ook dit geen beslissing brengt, wordt geloot.

Artikel 7
7.1. In alle groepen wordt een halve competitie gespeeld.
7.2. Als kampioen van een groep wordt aangewezen het team, dat het grootste aantal matchpunten heeft behaald.
7.3. De laagste twee teams in elke groep degraderen. Bij uitsluiting van een team
behoort dit team tot de twee degraderende teams.
7.4. De volgorde aan het einde van de competitiewedstrijden wordt bepaald door het aantal matchpunten. Als dit gelijk is, beslist het aantal bordpunten.
7.5. Als aan het einde van de competitie twee of meer teams in een groep hetzelfde aantal matchpunten en hetzelfde aantal bordpunten hebben behaald, wordt hun volgorde bepaald door het aantal matchpunten uit de onderlinge wedstrijd(-en) en als dat ook gelijk is, het aantal bordpunten uit de onderlinge wedstrijden. Als het aantal bordpunten in de onderlinge wedstrijden gelijk is, beslist het aantal bordpunten in de onderlinge wedstrijden met weglaten van het laatste bord. Als
dit ook gelijk is, met weglaten van het een na laatste bord; en zo verder. Als dit geen beslissing brengt, wordt geloot.

Artikel 8
De KNSB zal de resultaten van alle in de KNSB-competitie gespeelde partijen doorsturen naar de FIDE voor ratingverwerking.
Voor de verwerking van de resultaten wordt gekozen voor de ratings die geldig zijn ten tijde van de partij. Ook voor mogelijke normen wordt gekozen voor de ratings die geldig zijn ten tijde van de partij.

Artikel 9
Aan de kampioenen van alle groepen worden schaakklokken met inscriptie uitgereikt.

Artikel 10
10.1. De kampioen krijgt de titel Clubkampioen van Nederland ….’ (onder toevoeging van het betrokken competitieseizoen).
10.2. De kampioenen van de 1e klassegroepen promoveren naar de meesterklassegroep van de competitie van het daaropvolgende seizoen.
10.3. De kampioenen van de 2e-klassegroepen promoveren naar de 1e klasse van de competitie van het daarop volgende seizoen.
10.4. De kampioenen van de 3e-klassegroepen promoveren naar de 2e klasse van de competitie van het daarop volgende seizoen.
10.5. Uit elke regionale bond promoveert één team naar de 3e klasse van de KNSB.
Van drie verschillende regionale bonden promoveert een extra team naar de derde klasse van de KNSB. Dat zijn de drie regionale bonden waarvan in de laatste voor 1 januari van dat jaar voltooide KNSB-competitie een pas gepromoveerd team het hoogste resultaat heeft behaald. Met het hoogste resultaat wordt bedoeld het hoogste aantal matchpunten gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden; als dat gelijk is, beslist het hoogste aantal bordpunten gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden; als dat ook gelijk is beslist het hoogste aantal bordpunten gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden aan de eerste 7 borden; als dat ook gelijk is beslist het hoogste aantal bordpunten gedeeld door het aantal wedstrijden aan de eerste 6 borden; en zo verder. Als ook dit geen beslissing brengt, wordt geloot.
10.6. Degradatie vindt steeds automatisch plaats.

Artikel 11
11.1. Een vereniging, waarvan 1 of meer teams op grond van de resultaten in het vorige competitieseizoen recht heeft of recht hebben op deelneming, wordt
geacht deel te nemen, tenzij zij voor 1 juli aan de competitieleider heeft bericht van dit recht geen gebruik te maken. Indien een vereniging een team terugtrekt op of na 1 juli voorafgaand aan het competitieseizoen, is zij een door de competitieleider opgelegde boete verschuldigd, waarvan het maximum door de
Algemene Vergadering van de KNSB wordt ingesteld. Bij terugtrekking voor 15 augustus is het maximum van de boete € 250,-. Bij terugtrekking op of na 15
augustus is het maximum van de boete € 475,-.
11.2.
a. De verenigingen zijn verplicht voor 15 augustus alle voor de competitie noodzakelijke gegevens betreffende hun vereniging aan het bondsbureau te verstrekken. De opstellingen der teams dienen uiterlijk 1 week voor de speeldatum van de eerste ronde aan het Bondsbureau te worden verstrekt.
b. Spelers die voor de competitie voor een bepaald team zijn opgegeven, dienen voor dat team of een hoger team in deze competitie minimaal twee
maal te spelen.
c. Van alle spelers die voor een bepaald team zijn opgegeven dient de speler met de hoogste rating minimaal twee maal voor dat team te spelen.
Overtreding van de artikelen b en c wordt door de competitieleider bestraft met het in mindering brengen van maximaal twee matchpunten per speler en een door de Algemene Vergadering vast te stellen boete. Indien naar het genoegen van de competitieleider overmacht is aangetoond, kunnen in de ingediende opstelling maximaal twee spelers vervangen worden door spelers, die niet of in een lager team waren opgesteld. Deze vervanging dient te geschieden voor de derde ronde.
11.3. Niet nakoming van de verplichtingen van lid 2 wordt bestraft met een boete waarvan de hoogte door de Algemene Vergadering van de KNSB wordt vastgesteld, onverminderd het alsnog nakomen van de verplichting.

Hoofdstuk III – Algemene Bepalingen

A. De opstelling van spelers

Artikel 12
12.1. In een team mag, behoudens na te noemen uitzonderingen, uitkomen ieder lid, dat op de wedstrijddatum een maand lid is van de betrokken vereniging en als zodanig is ingeschreven bij de regionale bond. De beperking van een maand geldt niet voor de eerste ronde. Een speler die tijdens de eerste ronde speelgerechtigd is en tijdens de tweede ronde nog steeds lid is van de betrokken vereniging, is ook tijdens de tweede ronde speelgerechtigd, ook als de tweede ronde minder dan een maand na de eerste ronde plaatsvindt.
12.2. Een lid dat in het lopende competitieseizoen voor een team in een competitiewedstrijd, bedoeld in dit reglement, dan wel in een soortgelijke wedstrijd van een bij de KNSB aangesloten regionale bond heeft gespeeld, mag behoudens vooraf gegeven dispensatie van het bestuur van de KNSB niet uitkomen in enig team van een andere vereniging.
12.3. Een lid, dat ingevolge artikel 11, lid 2, van dit reglement is opgegeven voor enig team, mag in hetzelfde competitieseizoen niet uitkomen voor een lager team
van dezelfde vereniging.
12.4. Een lid, dat als invaller meer dan driemaal in een hoger team heeft gespeeld, mag in het lopende competitieseizoen niet meer uitkomen voor een lager team van dezelfde vereniging.
12.5. Een lid dat in een bepaalde ronde speelt voor een team van een vereniging mag niet in een ander team van die vereniging een wedstrijd spelen in diezelfde ronde. Een dergelijk verbod geldt niet voor een wedstrijd die door de KNSB is vastgesteld meer dan 2 kalenderdagen na de datum waarop de ronde volgens
artikel 4 is vastgesteld.
12.6. Een lid dat in een op een bepaalde datum vastgestelde wedstrijd speelt, mag niet in een ander team in een wedstrijd spelen die op dezelfde datum is
vastgesteld.
12.7. In een ronde van de competitie of in een beslissingswedstrijd mogen per team niet meer dan twee leden uitkomen, die niet hun woonplaats in Nederland hebben en niet de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie hebben en niet 5 jaar achtereen in de KNSB-competitie zijn uitgekomen.

Artikel 13
13.1. In het geval dat een vereniging met meer dan 1 team deelneemt aan de competitie moet het eerste team sterker zijn dan het tweede, het tweede
sterker dan het derde, etc. De sterkte wordt gebaseerd op de nationale ratingcijfers.
13.2. Een lid, dat niet ingevolge artikel 11, lid 2, van dit reglement voor enig team is opgegeven, behoort niet als invaller te fungeren in een lager team dan dat, waartoe het redelijkerwijze moet worden gerekend, indien het wel zou zijn opgegeven. Om te bepalen tot welk team een lid redelijkerwijze moet worden gerekend indien het zou zijn opgegeven, is niet alleen de KNSB-rating en als hij geen KNSB-rating heeft, de FIDE-rating (aan het begin van het seizoen) van de speler van belang, maar kunnen ook andere factoren een rol spelen. Als een vereniging een beroep wil doen op dergelijke andere factoren, dan dienen voordat de betreffende wedstrijd wordt gespeeld de aangevoerde omstandigheden door de competitieleider te zijn gehonoreerd. Invallen is toegestaan wanneer de KNSB-rating en als hij geen KNSB-rating heeft, de FIDE- rating (aan het begin van het seizoen) van de invallende speler niet hoger is dan 40 + de rating van de hoogste ratinghouder van het team waarin wordt ingevallen of niet hoger is dan de rating van de laagste ratinghouder van het eerstvolgende hogere team van dezelfde vereniging (in de opstelling volgens artikel 11.2).

Artikel 14
Bij overtreding van de bepalingen van artikel 12 en 13 lid 2 verklaart de competitieleider de partij steeds verloren voor de speler, die ten onrechte aan de
wedstrijd heeft deelgenomen.

B. Plaats en dag der wedstrijden

Artikel 15
De competitieleider stelt het rooster der te spelen wedstrijden vast. Hij zorgt voor een zo billijk mogelijke afwisseling van uit- en thuiswedstrijden, waarbij ook met de door de teams af te leggen afstanden rekening wordt gehouden.

Artikel 16
16.1. Het bestuur van de KNSB kan voor 1 of meer klassen geheel of gedeeltelijk een gezamenlijke laatste ronde organiseren.
16.2. De betrokken teams zijn in zo’n geval verplicht op de door het bestuur aan te wijzen plaats te spelen.
16.3. Lid 2 geldt niet indien minimaal zes teams in een klassegroep, anders dan de Meesterklasse, voorafgaand aan de competitie te kennen hebben gegeven tegen een gezamenlijke laatste ronde te zijn. Dan wordt de laatste ronde niet gezamenlijk gespeeld.

Artikel 17
17.1. Een wedstrijd kan slechts wegens bijzondere, zeer dringende redenen, uitsluitend ter beoordeling van de competitieleider, op een andere dan de
volgens een der artikelen 4 of 16 vastgestelde datum worden gespeeld.
17.2. Een verzoek tot datumwijziging moet, indien zich naar de mening van de verzoekende vereniging een reden, als bedoeld in lid 1, voordoet, terstond, doch
niet later dan 3 weken voor de vastgestelde wedstrijddatum, schriftelijk bij de competitieleider worden ingediend, onder mededeling van het resultaat van het overleg met de tegenpartij.
17.3. In geval van force majeure ter beoordeling van de competitieleider ten gevolge waarvan aan het bepaalde van lid 2 niet kan worden voldaan, is de verzoekende vereniging verplicht terstond telefonisch contact op te nemen met de leider van het team waartegen moet worden gespeeld en met de competitieleider.
17.4. Indien de competitieleider met het verzoek akkoord gaat, bepaalt hij zo spoedig mogelijk, na raadpleging van beide partijen, een nieuwe datum en plaats voor de wedstrijd.
17.5. De wedstrijd volgens lid 4 wordt door de competitieleider, zo mogelijk, vastgesteld op een der voorafgaande zaterdagen. In uitzonderlijke gevallen, uitsluitend ter beoordeling van de competitie leider, wordt de wedstrijd vastgesteld op een latere zaterdag. Slechts indien beide bij een wedstrijd
betrokken verenigingen hiermede akkoord gaan, kan de competitieleider de wedstrijd op een andere dag dan de zaterdag vaststellen.

Artikel 18
18.1. De plaats waar een wedstrijd wordt gespeeld, is de speelzaal van de vereniging waarvan het team in de paring in het speelschema als eerste wordt vermeld.
18.2. In onderling overleg kunnen de bij een wedstrijd betrokken verenigingen een tussen gelegen plaats kiezen.
18.3. In bijzondere omstandigheden, uitsluitend ter beoordeling van de competitieleider, kan deze voor het spelen van een wedstrijd een andere plaats
aanwijzen dan die waar de thuisclub is gevestigd.
18.4. De kosten van zaalhuur en (eventueel) transport van materiaal komen voor rekening van de thuisclub.
18.5. De teamleider van de thuisspelende vereniging neemt minstens 1 week voordat een competitiewedstrijd wordt gespeeld contact op met de teamleider van de bezoekende vereniging en de aangewezen wedstrijdleider.

Artikel 19
19.1. Alle partijen moeten gelijktijdig worden gespeeld.
19.2. Lid 1 geldt niet voor partijen waaromtrent in onderling overleg tot vooruitspelen wordt besloten, mits vooraf toestemming door de competitieleider is verleend.
19.3. Lid 1 geldt niet voor partijen, waarbij spelers zijn betrokken die door de KNSB
afgevaardigd zijn naar onder auspiciën van de FIDE georganiseerde wedstrijden, samenvallende met competitiewedstrijden.
19.4. Lid 1 geldt niet voor partijen, waarbij spelers zijn betrokken die deelnemen aan of betrokken zijn bij de organisatie van door of vanwege de KNSB te houden persoonlijke kampioenschappen, samenvallende met competitiewedstrijden.
19.5. Voor wedstrijden ingevolge de leden 3 en 4 stelt het bestuur van de KNSB bij aanvang van het seizoen een vooruitspeeldatum vast. In het geval dat een wedstrijd ingevolge de leden 3 en 4 verplaatst wordt, dan stelt het bestuur zonodig een vervangende vooruitspeeldatum vast.
19.6. Indien een speler ook als invaller ingevolge het be paalde in lid 3 of 4 niet op de vastgestelde wedstrijddatum kan spelen, dient zijn vereniging hiervan ten minste 2 weken voor de vooruitspeeldatum genoemd in lid 5, aan de competitieleider en de tegenpartij kennis te geven. De partij wordt op de vooruitspeeldatum gespeeld, tenzij in onderling overleg een andere datum wordt overeengekomen.
19.7. De volgens de leden 2, 3 en 4 afzonderlijk te spelen partijen moeten worden gespeeld op een aan de oorspronkelijke wedstrijddatum voorafgaande datum.
19.8. Het aantal vooruit te spelen partijen mag nimmer groter zijn dan vier bij een tiental en drie bij een achttal.
19.9. Het aantal volgens de leden 3 en 4 verplicht vooruit te spelen partijen mag niet hoger zijn dan twee. Indien een team van een vereniging, bij het samenvallen van een competitiewedstrijd met de Olympiade, het EK-Landenteams of het WK- Landenteams, meer dan 2 spelers moet afstaan aan het nationale team, dan
verkrijgt deze vereniging het recht om de wedstrijd in overleg met de tegenpartij en de competitieleider op een andere datum te spelen.
19.10. Indien aan een vereniging gevraagd wordt een partij conform lid 2, 3, of 4 afzonderlijk te spelen kan zij eisen dat deze partij in haar plaats van vestiging
gespeeld wordt.

C. De wedstrijd

Artikel 20
20.1. Gespeeld wordt volgens de spelregels van de Wereldschaakbond (FIDE) in de officiële Nederlandse vertaling, uitgegeven door de KNSB, laatste uitgave, voor
zover in dit reglement niet anders is bepaald.

20.2. Elke vereniging is verplicht ervoor te zorgen, dat een exemplaar van het competitiereglement, alsmede van de spelregels voornoemd, in het speellokaal aanwezig zijn.
20.3. Als een speler of een teamleider de spelregels van de Wereldschaakbond (FIDE) of het KNSB-competitiereglement heeft overtreden, is de competitieleider bevoegd deze persoon voor een bepaalde periode uit te sluiten van betrokkenheid als speler en/of teamleider bij KNSB-competitiewedstrijden. Deze periode kan niet langer zijn dan tot het einde van het lopende seizoen vermeerderd met drie seizoenen. Als een speler of teamleider van een dergelijke beslissing van de competitieleider in beroep gaat bij de Commissie van Beroep, is de tenuitvoerlegging van deze sanctie geschorst vanaf het moment van instellen van beroep tot de uitspraak van de Commissie van Beroep.
20.4. Tijdens de wedstrijd mag in de speelzaal niet worden gerookt. Buiten de speelzone moet een vanuit de speelzaal gemakkelijk toegankelijke ruimte zijn, waar roken is toegestaan, en als door of namens de eigenaar van het gebouw waarin de speelzaal zich bevindt, een totaal rookverbod is afgekondigd, dient er voor de spelers een gemakkelijke toegang tussen de speelzaal en buiten te zijn.

Artikel 21
21.1. De leiding van de wedstrijd berust bij een door de competitieleider aan te wijzen wedstrijdleider.
21.2. Voor zover de competitieleider geen onafhankelijke wedstrijdleider aanwijst,
zorgt de thuisspelende vereniging voor de aanwijzing van een wedstrijdleider. Deze neemt niet aan de wedstrijd deel.
21.3. Indien een teamleider het met de beslissing van de leider van de wedstrijd niet eens is, kan hij daartegen bezwaar maken bij de competitieleider, mits dit bezwaar uit het uitslagformulier blijkt en mits het bezwaar binnen drie werkdagen na de wedstrijd schriftelijk of per e-mail wordt toegelicht bij de
competitieleider. De betreffende wedstrijdleider dient binnen een week over de genomen beslissing schriftelijk of per e-mail te rapporteren aan de competitieleider. Desgewenst kan de teamleider van de tegenpartij ook binnen een week na de wedstrijd schriftelijk of per e-mail zijn visie op de gebeurtenissen geven.
21.4. Indien een wedstrijdleider ondanks het bepaalde in lid 2 toch blijkt te hebben deelgenomen, dan wordt dit bestraft met verlies van de partij. Indien de
thuisspelende vereniging geen wedstrijdleider heeft aangewezen, overeenkomstig lid 2, dan wordt aangenomen dat een van de meespelende leden van de thuisspelende vereniging als wedstrijdleider is opgetreden, en wel een lid dat zijn of haar partij heeft gewonnen, resp., bij gebreke van een lid dat zijn of haar partij heeft gewonnen, een lid dat remise heeft behaald, zodat het desbetreffende hele of halve punt voor die vereniging verloren gaat.

Artikel 22
22.1. Voor het begin van de wedstrijd overhandigen de teamleiders gelijktijdig de opstelling van de teams aan de wedstrijdleider in de volgorde, waarin de spelers aan de borden zullen plaatsnemen.
22.2. De kleurverdeling wordt als volgt vastgesteld: het in de paring in het speelschema als eerst vermelde team heeft wit aan de even genummerde borden, het in de paring in het speelschema als laatst genoemde team heeft wit aan de oneven genummerde borden.
22.3. Bij het afzonderlijk vooruitspelen van partijen wordt vooraf bepaald aan welk(e) bord(en) vooruit wordt gespeeld.
22.4. Indien een der opgegeven spelers niet verschijnt, is het toegestaan dat een vervanger wordt ingezet, echter nooit meer dan 1 speler per team.
22.5. Indien het geval van het vorige lid zich voordoet geldt het volgende: De aanwezig zijnde speler kan, indien hij wit heeft, zijn zet onder couvert afgeven alvorens de klok van zijn tegenstander in beweging te brengen. Indien zijn tegenstander later iemand anders blijkt te zijn dan het wedstrijdformulier aangeeft, dan heeft hij het recht zijn zet terug te nemen en te vervangen door een andere. Nadat de zwartspeler aan het bord is verschenen, wordt de klok van wit in beweging gebracht zonder dat zwart een zet heeft uitgevoerd. Nadat de wit speler meegedeeld heeft of de zet gehandhaafd blijft, of dat hij voor een nieuwe zet kiest en deze zet is uitgevoerd, wordt de partij voortgezet. Er vindt geen vergoeding van de reeds verstreken tijd plaats.

Artikel 23
23.1. De speeltijd bedraagt voor elk der spelers 40 zetten in de eerste 2 uur en daarna 1 uur extra bedenktijd (met behoud van gespaarde tijd) voor de rest van de partij.
23.2. Op het in onderling overleg vastgestelde aanvangstijdstip (bij voorkeur 13.00 uur), welk tijdstip niet later dan 14.00 uur mag zijn, moeten de klokken aan alle borden op gang worden gebracht. Indien de klokken op het aanvangstijdstip niet beschikbaar zijn, wordt hierdoor verloren gaande tijd bij het feitelijk begin in mindering gebracht van de speel tijd van de spelers der thuisclub.
23.3. De vaststelling van het aanvangstijdstip dient zodanig te geschieden, dat de bezoekende vereniging, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel en artikel 24, zowel voor de heen als de terugreis gebruik kan maken van de openbare vervoermiddelen.
23.4. Spelers die meer dan een uur later dan het (tenminste 25 uur van te voren) vastgestelde aanvangstijdstip aan het bord verschijnen, verliezen hun partij.

Artikel 24
Bij vooruit te spelen partijen mag een ander speeltempo worden overeengekomen, waarbij in elk geval 35 zetten moeten worden gedaan voor de eerste tijdcontrole, elk der spelers minimaal 1¾ bedenktijd moet hebben voor de eerste tijdcontrole en elk der spelers na de eerste tijdcontrole minimaal een kwartier extra dient te krijgen voor het beëindigen van de partij.

Artikel 25
Aan het team dat in een wedstrijd de meeste bordpunten behaalt, worden 2 matchpunten toegekend; behalen beide teams evenveel bordpunten, dan wordt aan elk 1 matchpunt toegekend.

Artikel 26
26.1. De leider van het thuisspelende team is verplicht ervoor zorg te dragen dat voor 12.00 uur van de eerste werkdag die volgt op de speeldag, de gedetailleerde uitslag van de wedstrijd via de website van de KNSB of per e-mail wordt doorgegeven. De teamleider van het thuisspelende Meesterklasse team is verplicht ervoor zorg te dragen dat voor 12.00 uur van de eerste dag die volgt op de speeldag, de gedetailleerde uitslag van de wedstrijd via de website van de KNSB of per e-mail wordt doorgegeven.
26.2. In geval van een protest is de wedstrijdleider verplicht ervoor te zorgen dat uiterlijk 4 dagen na de wedstrijd een door beide teamleiders en de
wedstrijdleider ondertekend, bij de KNSB verkrijgbaar, uitslagformulier met de gedetailleerde uitslag door de competitieleider of een door hem aan te wijzen persoon/instantie is ontvangen, ook al zijn niet alle partijen uitgespeeld.
26.3. Het is niet toegestaan op het uitslagformulier een pseudoniem te bezigen.

Artikel 27
De leider van het thuisspelende team is verplicht voor 20.30 uur van de speeldag van een wedstrijd de (eventueel voorlopige) eindstand per SMS aan een door de
competitieleider aan te wijzen persoon/instantie door te geven.

Artikel 28
Het niet-nakomen van de verplichtingen, genoemd in de artikelen 26 en 27 wordt gestraft met een boete waarvan het maximum door de Algemene Vergadering van de KNSB wordt vastgesteld, onverminderd het alsnog nakomen van de verplichting(en).

Artikel 29
29.1. Indien een speler meer dan 60 minuten na het te voren vastgestelde aanvangstijdstip van de zitting voor het eerst aan het schaakbord verschijnt dan
verliest die speler de partij.
29.2. Indien een tiental niet met tenminste 6 spelers en een achttal niet met tenminste 5 spelers 60 minuten na het vastgestelde aanvangstijdstip in het speellokaal aanwezig is, geldt de wedstrijd als niet gespeeld en bepaalt de competitieleider een nieuwe datum en plaats voor de wedstrijd.
29.3. Na kennisneming van de omstandigheden welke tot het niet opkomen met tenminste 6 respectievelijk 5 spelers hebben geleid, bepaalt de competitieleider
de eventuele straf, welke bestaat in het in mindering brengen van 2 matchpunten, dan wel een boete, waarvan het maximum door de Algemene Vergadering van de KNSB wordt vastgesteld, dan wel een combinatie hiervan. Tevens kan de competitieleider bepalen dat de vereniging waarvan het team niet is verschenen, de kosten van de zaalhuur en arbiter van de nader vastgestelde wedstrijd of een deel daarvan betaalt en/of eventuele reiskosten van het wel verschenen team, berekend overeenkomstig artikel 35.
29.4. Indien een tiental ook op de nieuwe wedstrijddag niet met ten minste 6 spelers opkomt en een achttal niet met ten minste 5 spelers, wordt het voor de duur van de lopende en de volgende competitie van wedstrijden uitgesloten, tenzij het overmacht kan aantonen, zulks ter beoordeling van de competitieleider.
29.5. In het geval van uitsluiting of terugtrekking van een team, worden de reeds door dit team gespeelde wedstrijden geannuleerd. In de volgende KNSB competitie kan dit team niet uitkomen en daarna kan het slechts d.m.v. promotie uit de regionale bond uitkomen in de 3e klasse.

D. Het gedrag van wedstrijdleider, teamleider en spelers

Artikel 30
De taak van de wedstrijdleider is omschreven in de “Regels voor het Schaakspel”. Gedurende de wedstrijd is hij verplicht de werking van de schaakklokken te controleren, toe te zien op het juiste verloop van de wedstrijd, orde in de speelzaal en het welzijn van de spelers gedurende het spel te bewaken. Voor aanvang van de wedstrijd moet de wedstrijdleider de speelzaal, de verlichting, de verwarming, de ventilatie en andere omstandigheden controleren. De wedstrijdleider beslist of de speelomstandigheden voldoende zijn. De wedstrijdleider moet ook nagaan of het noodzakelijke schaakmateriaal aan voorgeschreven of gebruikelijke normen voldoet.

Artikel 31
De wedstrijdleider stelt aan het begin van de wedstrijd vast waar de klokken geplaatst moeten worden. Hoewel de klok in principe aan de rechterzijde van de zwartspeler zou moeten staan, moet hij zo worden geplaatst dat hij steeds gemakkelijk zichtbaar is voor de wedstrijdleider.
Indien gespeeld wordt met een digitale klok dient deze goedgekeurd te zijn door de wereldschaakbond FIDE.
Indien gespeeld wordt met een analoge klok moeten deze zo worden afgesteld dat bij de tijdscontroles de wijzers elkaar niet bedekken (bijv. op 4 uur bij het begin van de partij).
De wedstrijdleider kondigt het tijdstip aan waarop de wedstrijd begint en noteert dit.

Artikel 32
Bij verschil van mening moet de wedstrijdleider zich elke inspanning getroosten om de zaak in der minne te schikken. Als dit niet lukt en er geen speciale straffen door de spelregels of reglementen zijn voorgeschreven heeft de wedstrijdleider de bevoegdheid straffen op te leggen wegens inbreuk op de regels.

Artikel 33
Een teamleider heeft het recht de spelers van zijn team te adviseren een remiseaanbod te doen of aan te nemen en ook een partij op te geven. Hij dient zich
tot uitsluitend korte informatie te beperken, alleen op basis van omstandigheden die betrekking hebben op de wedstrijd. Hij mag een speler adviseren “bied remise aan”, “neem remise aan”, of “geef de partij op”. Als hem bijv. door een speler wordt gevraagd of hij remise zal aannemen, moet de teamleider antwoorden met “ja”, “neen” of de beslissing aan de speler zelf overlaten.
De teamleider dient zich echter te onthouden van elke bemoeienis gedurende het spel. Hij mag geen speler inlichtingen over de positie op het schaakbord geven. Ofschoon er in een teamwedstrijd een zekere mate van loyali teit t.o.v. het team is, die uitgaat boven de eigen partij, is een schaakpar tij in principe een wedstrijd tussen twee spelers. Om die reden moet een speler de uiteindelijke zeggenschap hebben over het verloop van zijn eigen partij. Hoewel het advies van de teamleider voor de speler zwaar dient te wegen is de speler absoluut niet verplicht de raad aan te nemen. Evenzo kan de teamleider niet namens een speler handelen over de partij zonder voorkennis en toestemming van deze speler.

Artikel 34
Fotograferen in de speelzaal is toegestaan. De toestemming om dat te doen is beperkt tot de eerste 10 minuten na het begin van de partijen.
Indien een fotocamera compleet geluidloos is en zonder flits werkt, mag een arbiter toestemming verlenen dat buiten de eerste 10 minuten gefotografeerd wordt. Televisiecamera’s worden alleen in de speelzaal toegelaten als deze geluidloos werken en als deze zo onopvallend mogelijk zijn opgesteld.

E. Reiskosten

Artikel 35
De reiskosten van de in dit reglement geregelde wedstrijden worden door de KNSB vergoed op basis van een vast bedrag per kilometer afstand tussen de plaats van de thuisvereniging en de plaats van de uitvereniging (enkele reis). Dit bedrag is voor het seizoen 2003-2004 € 0,13 per persoon per kilometer. Dit bedrag wordt jaarlijks vermeerderd met het percentage van de gemiddelde prijsverhoging van de tarieven van de Nederlandse Spoorwegen tussen 1 september van het jaar waarin de
competitie aanvangt, en 1 september een jaar eerder. Bij de bepaling van de vergoeding van de reiskosten wordt er rekening mee gehouden dat:
a. geen vergoeding wordt gegeven voor meer dan 10 personen per tiental of 8 personen per achttal en per wedstrijd;
b. geen hogere reiskosten worden vergoed dan die drukkende op het kortste traject tussen de plaats, waar de vereniging is gevestigd en die, waar de wedstrijd wordt gespeeld;
c. lokaal vervoer van een vereniging in de plaats van vestiging niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Artikel 36
De te vergoeden reiskosten worden per klasse omgeslagen over de teams die in de betreffende klasse spelen. Ook de kosten van de door de KNSB aangewezen neutrale wedstrijdleiding worden per klasse omgeslagen over de teams die in de betreffende klasse spelen. De verenigingen zijn per team een inschrijfgeld verschuldigd, waarvan de hoogte voor de aanvang van de competitie wordt vastgesteld en die bestaat in de omslag van de reiskosten, in 50 % van de kosten van de door de KNSB aangewezen neutrale wedstrijdleiding en in de kosten van het Bondsbureau die verband houden met de competitie. Indien in de Meesterklasse een gezamenlijke ronde plaats vindt en aan deze gezamenlijke ronde voor de KNSB kosten zijn verbonden, worden die omgeslagen over de teams in de Meesterklasse. Het inschrijfgeld wordt door de KNSB verrekend met de ingevolge artikel 35 te vergoeden reiskosten. Daarbij gelden de volgende regels:
1. Indien voor een team de totale reiskosten hoger zijn dan het inschrijfgeld, dan worden de reiskosten met verrekening van het inschrijfgeld vergoed in de maand november van het jaar waarin de competitie begint.
2. Indien de reiskosten lager zijn dan het inschrijfgeld, dan dient het verschil aan de KNSB te worden betaald voor 1 oktober van het jaar waarin de competitie begint. Blijft een vereniging daarbij in gebreke, dan volgt er een aanmaning.
Indien binnen een maand na dagtekening van de aanmaning het inschrijfgeld niet is betaald, dan worden alle teams van de betrokken vereniging, spelend in de KNSB-competitie voor de duur van de lopende en de volgende competitie van de wedstrijden uitgesloten.
3. Indien een gezamenlijke ronde in een klassegroep wordt gehouden, vindt er een nadere verrekening van de reiskosten van deze gezamenlijke ronde en
eventuele aan deze gezamenlijke ronde verbonden voor rekening van de KNSB komende kosten plaats onder de teams in de betreffende klassegroep, zodra bekend is waar deze gezamenlijke ronde plaats vindt.”

F. Boetes

Artikel 37
De boetes die in het kader van dit reglement zijn opgelegd, dienen binnen een maand betaald te worden. Indien de boete niet op tijd is betaald, dan volgt er een
aanmaning onder gelijktijdige verhoging van de boete met 10 %. Indien binnen een maand na dagtekening van de aanmaning de boete niet is betaald, dan worden alle teams van de betrokken vereniging, spelend in de KNSB competitie, voor de duur van de lopende en de volgende competitie van de wedstrijden uitgesloten.

Hoofdstuk IV Slotbepaling

Artikel 38
Dit reglement vervangt het voorgaande competitiereglement en is met ingang van het seizoen 2010-2011 van toepassing.

Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering van de KNSB gehouden in Utrecht op 19 juni 2010.

Dit competitiereglement kan alleen gewijzigd worden door de Bondsraad op voorstel van het bestuur of de Bondsraad zelf.

Bijlage
Artikel 3, lid 2 Het bedrag is vastgesteld op € 100,-. Cauties dient men te storten op bankrekening 89.17.43.537 (Fortis-bank) t.n.v. KNSB,
Haarlem, o.v.v. ‘cautie’.
Artikel 11, lid 3 De boete is vastgesteld op € 15,- per werkdag (voorzover deze betrekking heeft op lid 2a).
Artikel 11, lid 3 De boete is vastgesteld op € 50,- per ronde (voorzover deze betrekking heeft op lid 2b) en lid 2c).
Artikel 28 De boete is vastgesteld op € 15,- (voorzover deze betrekking heeft op artikel 26).
Artikel 28 Het maximum van de boete is vastgesteld op € 50,- (voorzover deze betrekking heeft op artikel 27).
Artikel 29, lid 3 Het maximum van de boete is vastgesteld op € 250,-.
Artikel 31 Goedgekeurde digitale klokken: DGT 2000, DGT XL, Silver en DGT 2010.
Artikel 35 Het bedrag wordt € 0,16 (de verhoging van NS was gemiddeld 2%).

Share